Schwarzenegger en Bush maken zich zorgen over morgen

De Day after Tomorrow geeft Arnold Schwarzenegger, de gouverneur van Californië, de wind in de zeilen, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit. De fine fleur van Hollywood heeft de leer van de groenen omarmd. Marlon Brando, weet het blad, heeft zijn eilandje in de Stille Zuidzee volgestopt met zonnecollectoren. En tv-ster Ed Begley beklaagt zich er in zijn eigen programma over dat Californië 13 miljard dollar moet ophoesten voor de olieoorlog in Irak. De helft daarvan zou al voldoende zijn om de energieproblemen in zijn staat op te lossen. Schwarzenegger maakt handig gebruik van dit sentiment met een radicaal milieuprogramma. Dit is er op gericht dat in 2020 elk derde kilowattuur stroom voortkomt uit de aarde, de zon, de wind en andere vormen van bio-energie. Dat kost geld, en dat heeft de Terminator niet, omdat Californië meer smog dan geld heeft.

Daarom is Arnie voor het uitvoeren van zijn modieuze milieuprogramma afhankelijk van geld uit Washington, legt het blad uit. Nu staan de Republikeinen niet bepaald bekend als milieufreaks. Daarom kwam Schwarzenegger op het idee een favoriet project van president Bush te adopteren: vervanging van olie door waterstof. Bush heeft volgens het blad 1,7 miljard dollar over voor de ontwikkeling van zijn idee. Schwarzenegger wil het geld van Bush gebruiken om 200 waterstoftankstations te bouwen langs Highway Number One, de snelweg langs de Stille Oceaan.

De geleerden van de Duitse autoproducent BMW hebben er een hard hoofd in, schrijft het blad. De onderzoeksafdeling gaat er van uit dat het nog vijftien jaar duurt voordat op waterstof rijdende auto's van de lopende band rollen. Dat neemt niet weg dat BMW de productie van de eerste serie waterstofauto's al voor 2007 op stapel heeft staan, nog voor Toyota en Honda.

Een ecologische ramp is niet de enige zorg voor de dag van overmorgen. Want niet overbevolking is een van de grootste rampen die de wereld bedreigen, meent het kwartaalblad Foreign Affairs, maar de vergrijzing. Want het tempo waarin de wereldbevolking groeit is 40 procent gedaald sinds het eind van de jaren zestig. Demografen van het International Institute for Applied Systems Analysis voorspellen dat wereldbevolking tot 2070 zal oplopen tot negen miljard mensen en dan zal krimpen. De kern van de zaak is volgens het blad dat de gemiddelde vrouw maar half zoveel kinderen baart als in 1972. Dat komt doordat het opvoeden van kinderen overal ter wereld steeds duurder wordt, meent het blad. In Amerika kost het opvoeden van een kind meer dan 200.000 dollar, hoger onderwijs niet meegerekend. En minder mensen betekent minder groei. Verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zal niet veel zoden aan de dijk zetten, meent het blad, want naarmate de gezondheid van ouderen verslechtert vermindert ook hun vermogen om bij te dragen aan het bruto binnenlands product. Het blad wijst er op dat de arbeidsongeschiktheid onder Amerikanen die ouder zijn dan 59 jaar dramatisch groeit door vetzucht en gebrek aan beweging.

De tamtam over de verlenging van de levensverwachting slaat volgens het blad nergens op, want de levensverwachting van Amerikaanse vrouwen die ouder zijn dan 65 jaar was in 2002 lager dan in 1990. Soortgelijke trends doen zich nu ook voor in Europa en in ontwikkelingslanden als China en Mexico. Het zou al heel wat zijn als de mensen, met name ouderen, meer zouden bewegen en de auto lieten staan.

Misschien hebben ze binnenkort weinig keus meer. Want de brandstof voor auto's is schaarser dan ooit, schrijft het Britse weekblad The Economist in een special over Saoedi-Arabië en olie. En de extra voorraden voor moeilijke tijden worden steeds kleiner. Beschikte de wereld in 1985 nog over een buffervoorraad die zo groot was als 25 procent van de wereldvraag, nu is die geslonken tot minder dan 3 procent van de vraag. Dat is minder dan ooit in de afgelopen dertig jaar. Want afgezien van de poeha over de olievoorraden in Rusland, Alaska of West-Afrika is en blijft het een feit dat Saoedi-Arabië meer olie exporteert en meer reserves heeft dan enig ander land ter wereld. Dat zou allemaal minder erg zijn als het land niet steeds vaker het doelwit was van terreur. Voor de hand ligt volgens het blad een aanslag op Ras Tanura, de grootste olie-exporthaven ter wereld, of op Abquaiq, 's werelds grootse olieraffinaderij.

,,En net als je denkt dat de olieprijs niet hoger kan worden bewijst de markt het tegendeel'', kreunt het Amerikaanse zakenweekblad BusinessWeek. Maar zoals altijd schijnt achter de wolken de zon, zo houdt het blad de moed er in. ,,De hardnekkig hoge prijzen stimuleren het bedrijfsleven om beter te zoeken naar olie en gas.'' Op gezag van James Crandell, analist bij Lehman Brothers, verwacht het blad dat de oliemaatschappijen dit jaar 6 procent meer zullen uitgeven aan exploratie en productie. Daar is een bedrag van 147 miljard dollar gemoeid. De hoge prijzen stellen de maatschappijen ook in staat om bronnen aan te spreken die wegens de lage prijzen tijdelijk niet meer in gebruik waren.