`Ook in cultuursector gaat het om publiek geld'

Bij besturen in de kunstsector heerst te veel een ons-kent-ons sfeer. Voorzitter van de Raad van Cultuur, Winnie Sorgdrager, schetst enkele hoofdlijnen voor `cultural governance'.

Minder ons-kent-ons en belangenverstrengeling, meer controle en machtsevenwicht. Dat begint de opinio communis te worden over de besturen in de cultuursector. De commissie-Daamen pleitte in 2000 al voor een aanscherping van de `cultural governance', goed bestuur van culturele instellingen. Morris Tabaksblat, die eerder normen heeft opgesteld voor goed bestuur in het bedrijfsleven, pleitte vorige week in deze krant voor meer `checks and balances'.

,,Binnen het culturele veld wordt inmiddels gewerkt aan vormen van zelfregulering, maar een duidelijke norm is er nog niet'', schrijft de Raad voor Cultuur in het vorige maand verschenen Cultuurnota-advies. Van die duidelijke norm moet staatssecretaris Medy van der Laan (OCW) nu echt werk gaan maken, vindt voorzitter Winnie Sorgdrager. ,,Wat precies de normen moeten zijn, daarover moet een discussie worden gevoerd, dat willen wij niet zo opleggen'', zegt Sorgdrager. Wel wil Sorgdrager enkele hoofdlijnen voor `cultural governance' schetsen.

Waarom moeten er normen komen voor goed bestuur van culturele instellingen?

,,Het idee van transparantie en verantwoording speelt op dit moment in de hele Nederlandse samenleving. Ook bij culturele instellingen. Er gaat in de cultuursector veel publiek geld om, dus dat moet goed worden besteed.''

De commissie-Daamen heeft geconcludeerd dat het vrij goed gaat.

,,Het gaat ook best goed, zeker, maar we hebben dingen gezien die niet goed zijn. In sommige sectoren bekleden enkele personen wel erg veel bestuursfuncties, bijvoorbeeld. Net als Tabaksblat heeft gedaan voor het bedrijfsleven, bepleit ik een maximum aantal bestuursfuncties voor toezichthouders.''

Vijf, zoals de norm is in het bedrijfsleven?

,,Hoeveel precies, weet ik niet. Dat hangt van zoveel dingen, zoals de zwaarte van de functies. Dat zou nu juist uitgezocht moeten worden.''

In hoeverre bestuurt een old boys-netwerk de cultuursector?

,,Een betrekkelijk kleine groep mensen bekleedt bestuursfuncties, maar het old boys netwerk is minder sterk dan in het bedrijfsleven. Daar heb je toch vaak dat de directeur van een bedrijf commissaris wordt bij een ander bedrijf. Dat zie je in de cultuursector heel weinig.''

Directeur Lommerse van de Toneelschuur is bestuurder bij Toneelgroep Amsterdam, Sonnen van het Theaterfestival bij ZT Hollandia, Lodder van de Nederlandse Opera bij het Van Gogh Museum.

,,Het komt voor, maar het is een uitzondering.''

Oudere blanke mannen domineren de besturen. Is dat erg?

,,Nee. Instellingen zoeken mensen met gezag, met grote capaciteiten ook. Als dat dan mannen van een zekere leeftijd zijn, dan is dat gewoon de realiteit. We hoeven daar niet heel politiek correct verandering in te gaan brengen door krampachtig allochtonen en jongeren aan te stellen.''

En andersom, zoals het nu gaat? Dat de huidige bestuurders zich laten opvolgen door mensen die ze kennen?

,,Elke culturele instelling moet een profiel maken van het gewenste bestuur. Dan weet je ook wat voor iemand een nieuwe bestuurder moet zijn. Dat voorkomt dat je uit een soort automatisme een bekende vraagt. Tegelijkertijd voeg ik eraan toe: mensen worden juist gevraagd omdat ze een netwerk hebben. Zwaargewichten hebben ingangen in de politiek of het bedrijfsleven. Of die ingangen ook echt iets opleveren, dat kan ik niet beoordelen.''

Die zwaargewichten komen steeds meer uit het bedrijfsleven, in plaats van de cultuursector. Wat vindt u daarvan?

,,Laten we allereerst verheugd zijn over het feit dat zoveel capabele mensen uit het bedrijfsleven bereid zijn om voor nop hun expertise en tijd ter beschikking te stellen aan culturele instellingen. Ik zie wel gevaren. Stel nu dat een culturele instelling tot een juridische procedure besluit. Dan moet niet het advocatenkantoor van de jurist in het bestuur die procedure gaan doen. Dat is een ongewenste vermenging van belangen.''

Tabaksblat signaleert een gebrekkig machtsevenwicht in de cultuursector, doordat veel besturen zichzelf controleren, en bepleit een raad van toezicht voor elke instelling. Wat vindt u daarvan?

,,Het hangt af van de aard van de instelling. Als het om kleine clubjes gaat denk ik dat een bestuur soms beter is. Voor grote instellingen is een raad van toezicht het beste model.''

U adviseert de staatssecretaris met klem zich nader te beraden over de vraag of de resultaten van zelfregulering afgewacht moeten worden. Betekent dit dat u de overheid adviseert om zelf met aanwijzingen te komen?

,,Ook al moeten de normen voor cultural governance nog worden ontwikkeld, we kunnen wel normen die er al zijn nog eens bevestigen. In de wet staan in elk geval al enkele minimumbepalingen waaraan stichtingsbesturen moeten voldoen. Daar kunnen we mee beginnen. Het departement van OCenW controleert nu elk jaar de financiële rapportages van de gesubsidieerde instellingen. Ik vind dat het departement dan ook ieder jaar de bestuurlijke structuur van een instelling moet controleren.''