Ontdekte planetoïde komt dichter bij de zon dan Mercurius

Onlangs is een planetoïde ontdekt die periodiek dichter bij de zon komt dan de planeet Mercurius en dus ook aan hogere temperaturen wordt blootgesteld. De planetoïde, voorlopig 2004 JG6 gedoopt, is een rotsblok met een diameter van 500 à 1000 meter. Hij werd op 10 mei ontdekt op de Lowell-sterrenwacht in Flagstaff (Arizona).

Het gros van de planetoïden beweegt zich in banen tussen die van Mars en Jupiter om de zon. Sommige hebben echter zo'n langgerekte baan dat ze ook in de buurt van of zelfs binnen de baan van de aarde kunnen komen: de zogeheten Near-Earth Objects (NEO's) of `aardscheerders'. De nu ontdekte planetoïde draait echter in een baan die geheel binnen de aardbaan ligt. Het verste punt van die baan ligt ongeveer 5 miljoen kilometer binnen de aardbaan, terwijl het meest nabije punt op slechts 44 miljoen kilometer van de zon ligt. Alleen Icarus komt nog dichter bij de zon, maar die planetoïde bevindt zich de meeste tijd buiten de baan van de aarde.

Planetoïden als 2004 JG6 zijn moeilijk te ontdekken omdat ze vanaf de aarde gezien altijd in de richting van de zon staan en bovendien slechts voor een deel door de zon worden verlicht: ze vertonen net als Mercurius en Venus schijngestalten. Volgens schattingen van de Amerikaanse astronoom William Bootke zouden er ongeveer 50 `binnenplanetoïden' ter grootte van 2004 JG6 kunnen zijn. Ze hebben waarschijnlijk vroeger buiten de baan van de aarde gedraaid, maar zijn door de aantrekkingskracht van onze planeet – mogelijk in combinatie met die van de maan – binnenwaarts geslingerd.

Planetoïden die zo dicht bij de zon komen staan bloot aan temperaturen van bijna 500 °C, hoger dan het smeltpunt van lood, zink en tin. Dit betekent dat hun oppervlak periodiek wordt geroosterd, waardoor de chemische en fysische eigenschappen daarvan veranderen. Doordat zij om een as wentelen en hun nachtzijde altijd ijskoud is, wordt hun oppervlak ook blootgesteld aan grote spanningen, met sterke mechanische erosie al gevolg.

    • George Beekman