Lubbers slaat terug in brief

Ruud Lubbers, hoge commissaris voor de Vluchtelingen, heeft in een persoonlijke brief aan de zesduizend medewerkers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR hard uitgehaald naar het integriteitsbureau van de VN (OIOS) in New York, dat een aanklacht wegens seksuele intimidatie aan het adres van Lubbers onderzoekt.

Lubbers beklaagt zich erover dat OIOS hem niet ,,tijdig en correct'' heeft geïnformeerd, en dat OIOS de aanklacht tegen de richtlijnen publiekelijk bekend heeft gemaakt. ,,Dit zorgde voor veel leed en gekwetstheid onder het personeel van UNHCR'', zo schrijft Lubbers aan de medewerkers van UNHCR.

Dertien dagen geleden werd bekend dat de voormalige Nederlandse premier een medewerkster na een vergadering in Zwitserland zou hebben lastig gevallen. Lubbers schrijft over het voorval dat er ,,geen onbetamelijkheid van mijn kant'' was. ,,Aan het einde van de vergadering liet ik haar vriendelijk en hartelijk uit. Ik beschouwde dat, en dat doe ik nog altijd, als een vriendschappelijk gebaar.'' Hij zegt dat het om een misverstand moet gaan of ,,een grappende verwijzing'' van een van haar collega's.

Al beschouwt Lubbers het voorval nadrukkelijk niet als seksuele intimidatie, toch verwijst hij in zijn brief naar de administratieve richtlijn van de UNHCR waarin volgens hem uitdrukkelijk staat: ,,In veel gevallen kan de zaak informeel worden opgelost.''

In zijn brief neemt Lubbers het integriteitsbureau OIOS kwalijk dat zij zich niet beperkt heeft ,,tot een onderzoek naar de klacht zelf'', maar ,,met een veelheid aan personen'' heeft gesproken. ,,Met andere woorden: een zoektocht om te zien of er wellicht nog andere vrouwen een enigszins vergelijkbare ervaring met mij hadden opgedaan.''

Vervolgens schrijft Lubbers zich nog een geval te herinneren waarbij ,,de betrokkene zich niet op haar gemak voelde''. Al was er volgens hem op geen enkele wijze sprake van seksuele intimidatie. ,,Daarom'', schrijft hij, ,,heb ik toen mijn excuses, zelfs schriftelijk, aangeboden.''

Lubbers betitelt de aanklacht en de publiciteit erom heen als een ,,nachtmerrie''. ,,Ik schrijf dit aan de vooravond van Pinksteren'', laat hij aan het einde van de brief weten. ,,Wees ervan verzekerd dat ik, mijn verontschuldigingen, spijt en woede voorbij, een hoge commissaris zal blijven die vrij toegankelijk is voor alle medewerkers.''

Medewerkers van Ruud Lubbers zeiden gisteren ,,het zeer persoonlijke karakter'' van de brief te waarderen. In het schrijven spreekt Lubbers zijn zorg uit over de schade die de UNHCR ondervindt van de aanklacht. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR is Lubbers niet van plan zijn functie van hoge commissaris voor de Vluchtelingen wegens de affaire neer te leggen.