Lenny Kravitz:

Ook de zevende plaat van Lenny Kravitz is weer af te doen met het goedbedoelde maar dodelijke woord: aanstekelijk. Want waar Prince (door Kravitz veelvuldig geraadpleegd als naslagwerk) is vastgelopen in saaie herhalingsoefening en anachronismen en vooral op de zenuwen werkt, blijft Lenny gewoon hele fijne radiorock maken. En onder zijn retroplunderingen blijken toch altijd weer enkele songs te vinden te zijn die alle jatwerk, vergezochte klankbeelden en jolige helahopsasa rock overstijgen en een sublieme moderne rockster laten horen. Zo is de opening van dit door Lenny helemaal zelf in elkaar getimmerde nieuwe album door een superieure mix van moderne funk en oude soul en een Ozzie-refrein (!) een nummer waardoor je prompt gevloerd wordt. Helaas is het dan snel opstaan geblazen, want anders doezel je weg bij de slappe troep die volgt. Het is weer vallen en opstaan met Lenny: de stevige nummers zijn verrassend, meer sixties dan seventies zelfs, `erg aanstekelijk' en op het podium van Pinkpop ongetwijfeld helemaal op hun plaats. Maar in de cd-speler blijft Kravitz een twijfelachtige kameraad.

Baptism

(Virgin)

***

    • Nanne Tepper