Lagere overheden moeten groei verkeer indammen

Provincies, gemeenten en waterschappen krijgen meer bevoegdheden om de groei van het verkeer in Nederland het hoofd te bieden. ,,Het rijk heeft niet de wijsheid in pacht, laat staan alle oplossingen klaar.'' Tussen de jaren 2000 en 2020 neemt het personenvervoer in Nederland toe met 20 procent, de groei van het goederenvervoer varieert in de prognoses van 40 tot 80 procent.

Dat staat in de Nota Mobiliteit, waarvan de hoofdlijnen gisteren door het kabinet zijn vastgesteld. De nota van minister Karla Peijs (Verkeer en watyerstaat) wordt na de zomer gepresenteerd, maar op verzoek van de Tweede Kamer zijn in een notitie alvast de hoofdlijnen bekendgemaakt.

De hoogse prioriteit in het mobiliteitsbeleid van de komende vijftien jaar heeft de bereikbaarheid van de mainports Schiphol en Rotterdamse haven, alsmede de verbindingen tussen de zes nationale stedelijke netwerken en economische kerngebieden, zoals de `brainport' Eindhoven.

Om vlot en betrouwbaar te kunnen reizen zonder schade toe te brengen aan de omgeving is de inzet nodig van innovaties, zoals automatische voertuiggeleiding op de weg, stiller asfalt en minder lawaaiige remsystemen op het spoor.

Van het laatste verwacht het kabinet een geluidswinst van 6 tot 8 decibel. Over betalen voor weggebruik laat het kabinet zich nog niet uit. Het kabinet wil het maatschappelijke debat afwachten over opties zoals accijns, een tarief per gereden kilometer en een plaatsgebonden heffing.

Zonder nieuw beleid zal de groei van het verkeer leiden tot meer vertragingen en groei van de onbetrouwbaarheid van de reistijden, schrijft Peijs aan de Tweede Kamer.

Ook de verkeersveiligheid zal zonder extra maatregelen toenemen, en ook de kwalitiet van de leefomgeving lijdt daaronder door geluidsoverlast en lokale luchtverontreiniging.

De mobiliteit moet `gebiedsgericht' worden aangepakt, vindt het kabinet, een uitgangspunt dat ook in het nieuwe ruimtelijke beleid wordt gehanteerd. Samenwerking met andere overheden in de regio's en met private partijen staat voorop.

,,Uitgangspunt zijn niet de hiërarchische verhoudingen, maar ieders specifieke verantwoordelijkheden, belangen en mogelijkheden om bij te dragen aan een betere bereikbaarheid, veiligheid of leefomgeving in het gebied.''