Inspecteur is geen paus

Op 12 april 1999 is een identieke flat als de onze verkocht voor 640.000 gulden. Een plausibel bedrag. Op 27 mei 1999 overlijdt mijn echtgenoot. Onze accountant verstuurt in oktober 1999 de aangifte Successierecht. Hij vermeldt daarin de juiste waarde van de flat op de dag van mijn mans overlijden. Ik ontvang daarna een brief van de inspecteur, omdat hij mijn flat wil waarderen. Daardoor moet ik een taxateur inschakelen. Kosten: 1.200 gulden.

Wat blijkt? Op 1 september 1999 is de flat die op 12 april 1999 gekocht was voor 640.000 gulden weer verkocht en wel voor 825.000 gulden. Dit bedrag is overdreven hoog. Kennelijk wil de koper tegen iedere prijs kopen. Daarom vindt de inspecteur dat de waarde die mijn accountant opgaf niet meer klopt en verhoogd moest worden. De taxateur bewijst zijn nut door van die 825.000 gulden wat af te krijgen, maar het gevolg is wel dat ik 15.000 gulden meer aan successierecht moet betalen. Ik had het in die periode zo verschrikkelijk druk om alles te regelen, dat ik er vanuit ben gegaan dat het wel klopte, anders had mijn accountant wel geprotesteerd.

(C. van de K.)

Iedere erfgenaam die zo'n aangiftebiljet invult of laat invullen, heeft de natuurlijke, verklaarbare en gezonde neiging de waarde van de nalatenschap op de dag van overlijden te bagatelliseren, om zo de erfenisbelasting te drukken. Bij huizen komt de feitelijke waarde alleen boven tafel wanneer een huis wordt verkocht. Is dat niet zo, dan is de waarde een schatting. U kiest de lage waarde, de inspecteur redeneert anders en kijkt naar een recente verkoopprijs, wat niet wil zeggen dat hij altijd gelijk heeft. Hij is de paus niet. U moet in beroep gaan en aantonen dat hij te hoog zit. Bijvoorbeeld door de lagere prijs van een andere woning op te voeren of door met redenen omkleed aan te tonen dat die hogere prijs een uitschieter is.

    • Adriaan Hiele