`Ik geloof cynici over de krantenmarkt niet'

Uitgeversconcern PCM komt in handen van investeerder Apax. Stephen Grabiner leidde de onderhandelingen namens de Britten en gaat nu het grootste Nederlandse krantenconcern meebesturen. Een portret.

Stephen Grabiner schiet zelf de eerste vraag af, als hij in hemdsmouwen aanschuift aan zijn Londense vergadertafel. Of er ruimte is voor een nieuwe zondagskrant in Nederland. Tja, wie weet: als de cultuur van de zondagsrust zou oplossen. Misschien kan het ook eerst een complete online-editie zijn, want op een vrije dag wordt er nog meer gesurft dan doordeweeks. ,,Goed idee!'' zegt hij en schrijft een paar trefwoorden op zijn kladblok. ,,Daar moeten we snel over nadenken.''

Wat daar ook van terecht mag komen, het is in elk geval een aanwijzing hoe Grabiner (45) wil meesturen bij PCM, uitgever van onder meer NRC Handelsblad en de Volkskrant, nu de deelname van zijn Britse investeringsmaatschappij Apax officieel rond is: niet vanuit de abstracte verte maar nauw betrokken bij concrete projecten van individuele titels, met een snel oordeel en een oog voor vernieuwing.

,,Ik geloof de cynici die zeggen dat de groei uit het krantenbedrijf is niet'', zegt hij. Voor iemand die net een paar honderd miljoen euro heeft gestoken in een gecompliceerd buitenlands concern dat in een ogenschijnlijk stagnerende markt de omzet binnen een paar jaar met de helft moet verhogen, klinkt hij verrassend optimistisch.

Misschien is het omdat optimisme hoort bij de sprongen in het onbekende die de rode draad zijn in zijn carrière: na een reeks topfuncties van wisselende duur bij Britse kranten en tv-bedrijven, die soms in een spectaculaire vonkenregen eindigden, leidt hij sinds vijf jaar iets anoniemer de investeringen van Apax in de Europese mediasector.

Misschien ook is hij optimistisch omdat hij op de valreep zijn risico heeft beperkt. Want Apax neemt alsnog een kleiner belang in de grootste Nederlandse kranten- en boekenuitgever dan oorspronkelijk gepland. Na tegenvallende jaarcijfers van PCM boden de Britten een lagere prijs voor de aandelen en verkleinden hun voorgenomen belang van 63 naar 47,5 procent. De huidige grootaandeelhouder, Stichting Democratie en Media, ontvangt zo substantieel minder (en moest ook nog een gat in het pensioenfonds dichten). In plaats van ruim 500 miljoen euro zou Apax – na een moeizame laatste ronde onderhandelingen deze week met de drie PCM-stichtingen en de ondernemingsraad – een kleine 350 miljoen euro investeren. Daarmee kan PCM initiatieven financieren voor de beoogde omzetverhoging. Omdat Apax naast zijn eigen 47,5 procent ook stemrecht heeft over de 5 procent van de aandelen die voor het personeel zijn gereserveerd, houdt het toch de volledige zeggenschap.

Maar zeg `overname' en je raakt een blootliggende zenuw bij Grabiner, die het imago van een kille, Angelsaksische saneerder wil mijden. ,,Nee, het ís geen overname en wij investeren als partners in groei'', zegt hij, met een verwijzing naar Yell, het Gouden Gids-concern dat Apax in 2001 van British Telecom kocht en dat in 2003 met succes naar de beurs ging – het doel dat ook PCM heeft.

Wereldwijd beheert het – zelf niet-beursgenoteerde – Apax zo'n 12 miljard euro aan investeringen, naast media in informatietechnologie, de medische sector, financiële dienstverlening, telecom en winkel- en andere consumentenbedrijven. Grote beleggers zijn onder meer Amerikaanse pensioenfondsen en andere beleggingsmaatschappijen. Apax heeft een dubbele portefeuille, nogal ongebruikelijk voor een venture capital-bedrijf: eenderde is belegd in kleinere start-ups, de laatste vier jaar door de depressie overigens niet al te rendabel, en de rest met relatief groot succes in gevestigde ondernemingen, van wie een deel denkt profijtelijker zaken te doen met een financiële partner dan met een strategische partner door een fusie of overname.

Zo'n bedrijf is PCM. Bij het realiseren van het `groeipotentieel' wordt de journalistieke onafhankelijkheid van de PCM-kranten niet aangetast, heeft Apax benadrukt. Noodlijdende titels hoeven (voorlopig) niet te vrezen voor de toekomst en de educatieve uitgeverij-poot kan uitbreiden, zoals PCM al langer wil. Apax' rol zal volgens Grabiner vooral bestaan uit het ,,aanmoedigen van het management''. Ervaring leert dat ,,mensen tot de beste resultaten komen en harder werken als je ze eigen verantwoordelijkheid geeft'', zegt hij. ,,Bovendien hebben ze dan meer plezier in hun werk.''

Of PCM-chef Theo Bouwman, die in vraaggesprekken heeft gezegd dat er ,,niets verandert'', de teugels van Apax écht nauwelijks zal voelen, valt te bezien. De Britten leveren twee van de vier commissarissen in de nieuwe structuur; Grabiner is een van hen en zal het komende halfjaar ten minste een dag per week op het PCM-hoofdkwartier in Amsterdam doorbrengen.

Vervolg APAX: pagina 22]

APAX

Grabiner heeft drukinkt in zijn aders

[vervolg van pagina 21]

De nieuwe PCM-commissaris Grabiner mag modern, mensvriendelijk managementjargon gebruiken en die relaxte bestuursstijl propageren, de praktijk van de eerste grote Apax-transactie in Nederland zal vermoedelijk hands-on blijken te zijn. Dat past bij Angelsaksisch besturen, maar voor Grabiner, die zegt ,,drukinkt in mijn aders'' te hebben, betekent PCM ook een soort terugkeer naar zijn oude metier. Wie is de man die PCM binnen vijf jaar naar de beurs moet brengen?

Als Ruth Dowson, een vriendin, aan hem terugdenkt ziet ze een nogal zoet plaatje: een serieuze jongen die niet dronk en die elk vrij ogenblik zijn ouders moest helpen in hun kledingwinkels. ,,Daar moet het begonnen zijn: een passie voor mensen en keihard werken'', zegt ze. Ze studeerde eind jaren zeventig met Grabiner economie aan de universiteit van Sheffield, de staalstad in de Midlands, en zat een jaar in het bestuur van de studentenvakbond, met Grabiner als voorzitter. ,,Hij haalde als geen ander het beste in mensen naar boven'', zegt Dowson, die nu als manager bij de National Health Service, het Britse ziekenfonds werkt. ,,Zonder zijn aanmoediging had ik mijn studie niet voortgezet.''

Bij degenen die recenter met – en met name vóór hem – hebben gewerkt, roepen zijn enthousiasme en betrokkenheid bij `zijn' mensen ook goede herinneringen op: een mengsel van kwikzilver en wellevendheid. ,,Stephen is prettig gezelschap en creatief: hij ziet kansen waar anderen problemen zien'', zegt Financial Times-redacteur Richard Addis, oud-hoofdredacteur van The Daily Express, waar Grabiner vanaf 1996 als zakelijk directeur grote bezuinigingen doorvoerde. ,,Hij won en behield het respect van zijn personeel'', zegt, iets zuiniger, Steve Morrison, oud-directeur van Granada, moederbedrijf van de commerciële Britse omroep ITV, waar Grabiner vanaf 1998 een omstreden digitaal distributienet opzette.

Maar `naar boven toe' waren zijn people skills zeker niet even effectief. ,,Hij is slim en dat wil hij weten ook'', zegt een City-expert die Grabiner al langer volgt. ,,Dat kan arrogant lijken en heeft hem in de ogen van zijn bazen niet altijd geliefd gemaakt.'' ,,Hij is vasthoudend en gelooft sterk in zijn eigen capaciteiten'', zegt een Londense advocaat die Apax van nabij kent. ,,Dat kan schuren.'' Grabiner erkent dat. ,,Ik wil debatteren op grond van argumenten. Het lijkt me verkeerd als de baas zegt: het is zo omdat ik het zeg.'' Om er grijzend aan toe te voegen: ,,Dat was de reden om naar Apax te gaan: hier hebben we geen bazen.''

Grabiner (1958) werd geboren in een joodse familie die in drie generaties de emancipatie naar de middle-class doormaakte die karakteristiek is voor veel Britse joden. Zijn grootouders, pogromvluchtelingen uit Polen, vonden onderdak in het arme Londense East End, al eeuwen het eerste thuis op Britse bodem voor opeenvolgende golven immigranten. Zijn ouders runden kledingwinkels in St Albans, een welvarender Londense voorstad, waar hij en zijn broers naar de grammar school gingen, het degelijke (maar nu vrijwel uitgestorven) openbare gymnasium. Zijn oudere broer Mike maakte na een studie in Cambridge carrière en fortuin als directeur van Energis, een telecombedrijf, en werkt nu ook bij Apax. Zijn tweelingbroer werkt als IT-specialist voor ABN Amro. Een zus is consultant.

,,Ik ben grootgebracht op joodse kippensoep en schuldgevoel'', zegt Grabiner zelf. ,,Onze ouders ontzegden zichzelf veel om onze opvoeding te betalen en lieten ons dat voelen ook: de balans tussen het voorrecht een opleiding te mogen volgen en de noodzaak van werken voor je geld. Daarom moesten mijn broers en ik in onze winkels helpen. Ik probeer mijn kinderen dat ook bij te brengen.''

Na zijn bachelorsdiploma haalde hij in 1983 een MBA aan de Manchester Business School en trad in dienst bij de accountantsfirma Coopers & Lybrand, die hem na drie jaar uitleende aan The Daily Telegraph. De grootste, maar noodlijdende Britse broadsheet, met een oplage van toen nog ruim een miljoen exemplaren, steunde vanouds de Conservatieve Partij. De krant was even eerder in handen gekomen van de Canadese zakenman Conrad Black, als entreekaartje voor het establishment onder Tory-premier Thatcher. Grabiner, die in de studentenpolitiek Thatchers onderwijsbeleid nog radicaal had bestreden, trad kort daarop in vaste dienst als marketingdirecteur van de `Torygraph'. Hij was 27 en zou er bijna tien jaar blijven, de laatste twee jaar tot 1996 als directeur.

Grabiners tijd bij de Telegraph viel vrijwel samen met de termijn van de charismatische hoofdredacteur Max Hastings, ondanks de prijsoorlog met Rupert Murdochs Times en Sunday Times nog steeds een gouden periode voor de krant. Hastings zegt desgevraagd ,,groot respect'' voor Grabiners efficiëntie te hebben en beschrijft hem in zijn autobiografie, Editor (2002), als ,,snel, scherp en geestig'', en ook als het beste jongetje van de klas dat altijd met zijn vinger omhoog zit. In hetzelfde boek laat hij zich op twee cruciale punten tegelijkertijd uiterst kritisch over hem uit.

,,Ik [moest] me voortdurend verzetten tegen [Grabiners] voorstellen die er, als je door zijn woordkeus heen keek, op neer kwamen dat de krant downmarket moest gaan'', schrijft Hastings naar aanleiding van een debat om van de broadsheet-Telegraph een krant in het populistische tabloid-formaat te maken, omdat de jongere lezer daar een voorkeur voor zou hebben. Bovendien, aldus Hastings, had Grabiner er geen probleem mee om The Sunday Telegraph te laten ,,overlijden door ondervoeding'', omdat die krant het toch niet kon opnemen tegen Murdochs concurrentie.

Addis, de FT-man, voert de controverse nu terug op het onmiskenbare ,,snob-gehalte'' van Hastings tegenover Grabiners gevoel voor wat de gewone Brit zou willen. ,,Meer over voetbal schrijven in plaats van over fazanten schieten was Hastings waarschijnlijk al te plat'', zegt Addis. Grabiners idee van toen, dat onrendabele bedrijfsonderdelen in principe gemist kunnen worden – relevant gezien de huidige oplageproblemen bij het Algemeen Dagblad en Trouw – is volgens Addis geen reden Grabiner hardvochtig te noemen. ,,Als je een fiets weggooit die het niet doet, is dat meedogenloos of realistisch?'' zegt hij.

Grabiner erkent ,,geweldige ruzies'' te hebben gehad met Hastings, maar bestrijdt dat zijn marketing-initiatieven neerkwamen op het laten afstompen van de krant. Juist omdat de zondagskrant relatief kansloos was, werd volgens hem eendrachtig besloten de zaterdageditie met een reeks supplementen en speciale pagina's uit te breiden tot een ,,complete krant'', waaraan lezers het hele weekeinde genoeg zouden hebben. Onder Grabiner ging The Telegraph als eerste Britse krant in 1994 online. Bovendien richtte hij een afdeling op die onder het Telegraph-merk allerlei diensten en goederen verkocht, van wijn en boeken tot reizen en theaterkaartjes. Zo werd de omzet met 10 procent verhoogd. ,,Dat noem ik niet downmarket gaan, maar verbreding'', zegt Grabiner. Overigens gelooft hij dat er in Nederland wel ruimte is voor een echte tabloid. ,,Jullie hebben niets dat zó slecht is als The Sun'', zegt hij met een verwijzing naar de grootste pulpkrant, ook uit Murdochs stal. ,,Maar PCM moet dat gat in de markt niet willen vullen.''

De uitputtingsslag tussen Black en Murdoch eindigde in een bloedig onbeslist. In 1996 vertrok Grabiner als directeur naar de Express-groep. Daar zou hij kort blijven. De verhouding met eigenaar Clive Hollick liet sterk te wensen over. In 1998 diende zich bovendien een kans aan om zich opnieuw met Murdoch te meten, en opnieuw op onbekend terrein.

Grabiner werd directeur van On Digital, een nieuw type betaaltelevisie via de ether maar zonder satellietschotels, dat moest concurreren met Murdochs BSkyB, de marktleider. Technisch was het een huzarenstukje, maar financieel werd het een ramp: het programma-aanbod bleek te mager, het aantal abonnees bleef achter en de concurrentie was te goed.

Grabiner, die het zag aankomen, vertrok al na anderhalf jaar, moe en met ruzie. Hij zei `ja' tegen een baan bij Murdoch, zei na een paar dagen tobben alsnog `nee' en werd partner bij Apax. Carlton en Granada zetten On Digital nog drie jaar door maar trokken ten slotte de stekker eruit. Totaal verlies: 1 miljard pond. Het fiasco valt Grabiner nauwelijks aan te wrijven, zegt Paul Richards, media-analist bij handelsbank Numis in Londen. Grabiners positie werd volgens hem ,,onhoudbaar door de onrealistische strategie van zijn baas'', de intussen afgezette Carlton-voorzitter Michael Green (die niet wilde meewerken aan dit portret). Voor Grabiner voelt het niettemin nog steeds als een nederlaag en hij geeft toe zelf ,,te overmoedig'' te zijn geweest toen hij beloofde dat hij Britse burgers met miljoenen tegelijk aan On Digital zou binden, omdat Sky ,,iets voor zielepoten [is] die niks liever doen dan door 200 kanalen zappen''.

Zijn vertrek naar de wereld van het venture capital was, ondanks een verveelvoudiging van zijn salaris, niet in ieders ogen een stap vooruit. ,,Als je goed bent in het leiden van beursgenoteerde bedrijven blíjf je dat doen'', zegt de eerder genoemde City-expert. Misschien voelt Grabiner dat zelf ook en kruipt zijn bloed waar het niet gaan kan, terug naar de krantenwereld. Naast PCM krijgt Apax mogelijk nog een uitgever in de portefeuille. Het heeft een bod gedaan op zijn eerste liefde: de Telegraph, die te koop staat nu Conrad Black zich noodgedwongen moet terugtrekken.

Intussen wacht PCM, dat de stichtingencultuur wil ontgroeien, een interessante confrontatie met een enthousiaste zakenman, die met wisselend succes een aantal grote projecten heeft geleid. De ontmoeting, ook tussen twee zakelijke culturen, kan verfrissend werken. Grabiner volgt deze zomer een intensieve cursus Nederlands, omdat hij wil kunnen lezen wat `zijn' kranten schrijven. Mogelijk ook leert PCM de taal van Apax spreken.