Ik ga je rammelen

Volgens deskundigen is het een van de grootste taboes van het land: de positie van de kinderen van Suriname. De trends stemmen somber: stijgende criminaliteit, geweld binnenshuis en op scholen, een verouderd onderwijssysteem en onverantwoord ouderschap. Wat doet een natie met haar toekomst? `Dit land leeft op een bom.'

Miguel (16) heeft een probleem. Hij ligt op het bovenste matras van het stapelbed in zijn cel achter het politiebureau aan de Verlengde Gemenelandsweg in Paramaribo. Vanochtend had hij mot met een medegevangene. Intimideren, schreeuwen, elkaar door de tralies heen proberen te slaan, water gooien van de ene naar de andere cel. Nu hebben de twee straf. Anders dan de andere jongens mogen zij deze week niet luchten.

Terwijl medegevangenen op de binnenplaats van het jeugdcellenhuis in de brandende zon lopen, blijven Miguel en zijn mededader ieder in hun cel van 2,5 bij 2 meter. Daarin twee stapelbedden. Nauwelijks daglicht. Een rat schiet langs de muren weg. Een penetrante urinegeur maakt misselijk.

Miguel neuriet zacht voor zich uit. Zijn mededader heeft de wc-emmer omgekeerd. Hij zit erop en pulkt zwijgend aan zijn nagels. Af en toe turen de twee naar het kantoortje van de bewakers verderop. Een vergeelde poster van Ajax uit het seizoen '92-'93 aan de muur. Een foto van Wendy van Dijk. Een oud vaantje van NAC Breda.

Bewaker Surindre Paltie verontschuldigt zich voor de stank. Het sanitair is nou eenmaal niet je-van-het. ,,Vroeger was dit een supermarkt. Het is omgebouwd tot gevangenis.' Met gevoel voor understatement: ,,Helemaal geschikt is het niet.' Hij vertelt over de moeilijkheden in het werk. Vier jongens in zo'n kleine cel: dat is vragen om moeilijkheden. Scheldpartijen, seksuele handelingen, vechten: het komt allemaal voor.

Op de binnenplaats zitten de overige gedetineerden verplicht te tekenen. Jongens tussen 10 en 17 jaar, hun hoofden kaal geschoren (Paltie: ,,De barbier is net geweest en die hanteert één model'). Vrijwilligers van kerkelijke instellingen houden een oogje in het zeil en helpen met het `creatieve proces'. De rustige sfeer is schijn. Los van de ruzie in het cellenhuis tussen Miguel en zijn kompaan was er ook gisteravond opschudding toen een zestienjarige jongen werd binnengebracht. Een ruzie over tien Surinaamse dollar (nog geen drie euro) was geëindigd in een steekpartij, waarbij de jongen een vriendje had doodgestoken. De verdachte zit nu te tekenen. Hij schetst plichtmatig de muur met prikkeldraad voor hem. Boven hem schijnt de zon, brandend door een plafond van tralies.

Buiten de poorten van de gevangenis zucht inspecteur Remie Weinaldum als de groeiende jeugdcriminaliteit ter sprake komt. Sinds 1999 is hij chef van de afdeling jeugdzaken van het Korps Politie Suriname (KPS). Ook hij heeft een understatement in petto: ,,Ik kan niet zeggen dat het echt goed gaat.' Weinaldum ontvangt in zijn kleine kantoortje dat hij deelt met een collega. Die zit op een typemachine het proces-verbaal uit te tikken over de dodelijke steekpartij. De tl-buis aan de muur flikkert, een ventilator blaast de warme lucht rond.

Nog niet zo lang geleden was Weinaldum op bezoek bij de jeugdpolitie in Utrecht en Amsterdam. Wat een verschil. En wat een kennis. Sociologie. Pedagogiek. Begeleiding. Eén ding heeft hij geleerd: kinderen in het gevang stoppen en daarna niets doen is de dood in de pot. ,,Vanaf het moment dat ze binnenkomen, moet je ze aandacht geven. Praten met hen, met hun ouders, met hun leefomgeving.' Maar als het strafbare feit blijft hangen bij diefstalletjes of minder zware mishandeling, dan probeert hij het ,,in der minne' te schikken. ,,Want u heeft gezien: het is niet gezond voor kinderen om hier te lang te zitten.'

En toch zitten ze er. In groten getale. In 2003, zo blijkt uit politiecijfers, zijn 326 kinderen tussen de 10 en 18 jaar in Suriname gevangen gezet. Populairste vergrijpen: diefstal, zware mishandeling, aanranding en verkrachting, waarvan 23 keer van meisjes beneden de 12 jaar. Weinaldum noemt in rap tempo enkele achtergronden op die als een ziekte vreten aan de jeugd van Suriname. Vaders die het gezin in de steek laten. Moeders die er alleen voor staan en ook nog eens twee tot drie baantjes hebben. Kinderen die op veel te jonge leeftijd verantwoordelijkheid krijgen voor (het onderhouden van) hun broertjes en zusjes. Kinderen die door gebrek aan controle en opvoeding op het slechte pad komen. Geweld, ook seksueel, binnenshuis. Lijfstraffen op lagere scholen. Kinderen die tot twaalf uur 's nachts naar Amerikaanse pulpseries op tv zitten te kijken. De ,,schrikbarende toename' van het vuurwapengeweld. Jongetjes van 13, 14 jaar die met een pistool rondlopen. ,,Het gaat van kwaad tot erger. De meest gezochte crimineel van Suriname is `Sampie', een jongen van 19 jaar die ik hier al in het cellenhuis heb gehad. Die trekt nu moordend door het land om gewapende roofovervallen te plegen.' (Sampie werd op 13 mei door de politie doodgeschoten, red.)

Gekrulde vlechten

Suriname verwaarloost zijn belangrijkste kapitaal: de kinderen. ,,Dit land leeft op een bom', zegt directeur Lillian Ferrier van het Buro Kinder Ontwikkeling. Ze studeerde neuropsychologie in Leiden, werkte met professor Bastiaans in het Centrum '40-'45 en keerde in 1977 terug naar Suriname om het land te helpen opbouwen. Wat de rechten en positie van kinderen betreft is dat nog niet echt gelukt, constateert Ferrier: ,,De Verenigde Naties hebben bepaald dat Suriname niet eens aan het Kinderrechtenverdrag voldoet. Wat is hier aan de hand? Ik zou het wel willen uitschreeuwen: wanneer gaan we nou iets doen?!'

De situatie in het jeugdcellenhuis aan de Verlengde Gemenelandsweg kent ze goed. Tot enkele maanden geleden kwam ze er elke week, vanwege een programma voor sociale hulpverlening. Maar toen ze publiekelijk aan de kaak stelde dat sommige kinderen van zeventien jaar en jonger tussen volwassenen in de gewone gevangenis werden opgesloten, werd haar de toegang tot het cellenhuis ontzegd, vele brieven, telefoontjes en lobbywerk ten spijt: ,,Ze vinden me een vervelende vrouw, hoor.'

Op het eerste gezicht zou je niet snel zeggen dat er iets mis is met de positie van de kinderen van Suriname. Maar zoals voor meer taboes geldt, bedriegt de schijn ook hier – in alle etnische groepen, bevestigt zowel Weinaldum als Ferrier. Achter de gezellige familiesituaties, de lachende rastahoofdjes van creoolse jongetjes, de gekrulde vlechten van de hindoestaanse meisjes of de diepbruine ogen van Javaanse kinderen, schuilt veel ellende. Deskundigen schetsen een droevigstemmend beeld van het Surinaamse kind. Recente cijfers daarover ontbreken trouwens. Het meest actuele verslag is een door UNICEF gefinancieerde studie van augustus 2001 (`Situatie analyse van kinderen in Suriname'). Toen al werd gewaarschuwd voor de slechte situatie binnen de twee centrale sociale sectoren voor kinderen, het onderwijs en de gezondheidszorg. Maar tegelijkertijd werd de noodklok geluid over de gangbare familiesystemen die ,,falen in vele opzichten als het gaat om begeleiding en verzorging van het kind'.

Sindsdien is het volgens Ferrier alleen maar slechter gegaan: ,,Het lijkt wel of hier de duivel rondgaat.' Volgens haar laat de regering het er bij zitten. Of het nu gaat om het gebrek aan een goed landelijk registratiesysteem voor vaccinaties of de onvoldoende controle op de toenemende handel in wapens en drugs op scholen, de overheid blijft in gebreke. Te weinig daadkracht, politieke en bureaucratische strubbelingen en verkeerde prioriteiten eisen hun tol. En dat terwijl er volgens Ferrier wel degelijk geld voor projecten is, bijvoorbeeld van donoren of uit Nederlandse verdragsmiddelen. Maar een visie op hoe de kinderrechten te garanderen ontbreekt en voorlichtingsprogramma's komen niet van de grond. Maar het belangrijkste is misschien wel de hervorming van het al zestig jaar oude onderwijssysteem, waar één op de drie kinderen blijft zitten. ,,Gaat u er zelf maar eens kijken. Zie wat voor risico's de overheid neemt met haar jeugd.'

Groen-wit schooluniform

Een warme tropenwind speelt door de open en met gaas afgezette ramen van de Khargi Vishnudatt-school aan de Derde Rijweg in de wijk Kwatta. Veertig kinderen zitten in groen-wit geblokt uniform dicht op elkaar aan stokoud en beschadigd meubilair. Rugzakjes en plastic flesjes met drinken staan op de grond. Als de juf het woord neemt, is de klas op de eerste verdieping in één klap stil. Het is alsof de jaren vijftig herleven.

,,Goedemorgen, jongens en meisjes.'

De klas, in koor: ,,Goedemorgen juf.'

,,Gaat het goed, jongens en meisjes?'

,,Ja juf.'

,,Gaan we vandaag ons best doen?'

,,Ja juf.'

,,Gaan we niet ondeugend zijn?'

,,Nee juf.'

De les verloopt klassikaal, hiërarchisch en met nauwelijks ruimte voor eigen initiatief. Achter in de klas zit Linda Asin (59), directrice van het Surinaams Pedagogisch Instituut (SPI), het belangrijkste opleidingscentrum voor onderwijs. Eens per week bezoekt ze scholen om te beoordelen hoe haar oud-leerlingen en stagiaires het er vanaf brengen. Ze is daar lang niet altijd positief over: ,,Hun eigen taalbeheersing is vaak niet geweldig, algemene ontwikkeling is slecht, uit machteloosheid doen ze soms rare dingen voor de klas, maar wat het ergste is: een groot deel is ongemotiveerd.' Net als Lillian Ferrier wijst ook Linda Asin naar het verouderde onderwijssysteem. Zo is de toelatingsdrempel voor het SPI de laagste in het hele Caraïbische gebied. Leerlingen die nu mulo hebben gehaald, een niveau onder havo, hebben al toegang tot de kweekschool. Daardoor is het niveau van studenten vaak bedroevend. ,,Maar ja, wat moet je in Suriname als je van de mulo komt en toch verzekerd wil zijn van een inkomen en een pensioentje? Grofweg zijn er maar twee keuzes: verpleegster of onderwijzer. Dat merken wij: veel van onze studenten kiezen niet voor het vak vanuit hun hart. En dat is toch wat een leerkracht goed maakt.'

Bij het aantreden van de regering-Venetiaan in 2000, werd Linda Asin voorzitter van de `Commissie Kweekschool Nieuwe Stijl'. Om het onderwijs te verbeteren, zo is haar uitgangspunt, zal je eerst betere docenten moeten afleveren. Dat betekent: strengere wettelijke toelatingseisen, een jaar extra opleiding, meer nadruk op attitudevorming. Twee jaar werd er gewerkt aan een omvangrijk hervormingsprogramma dat per 1 oktober 2003 van start had moeten gaan. Maar toen smoorde het in het moeras waar in Suriname zo veel plannen sneuvelen: de politiek. Ouders gingen klagen bij ministers. Wat moet ik met mijn kind als er te hoge toelatingseisen voor de kweekschool gaan gelden? Als ze minstens een 6 voor Nederlands moet halen? Hoe vindt mijn dochter dan ooit een baan? Het plan verdween in een diepe la. Linda Asin: ,,Nu zijn niet alleen onze studenten gedemotiveerd, maar wij ook.'

Het is inmiddels bijna twaalf uur. Vanuit een van de laagste klassen op de begane grond klinkt de strenge stem van een juf. ,,Ga hier zitten', beveelt ze een klein creools jongetje van zes. Met het hoofd gebogen komt het jongetje naar voren en neemt plaats op een krukje voor het schoolbord. ,,Zien jullie dit, kinderen', vraagt de juf terwijl ze naar haar leerling wijst: ,,Deze jongen is brutaal geweest.' Ze priemt met haar vinger: ,,Ga je schamen.'

Autoritair gedrag en erger nog: psychisch en fysiek geweld. Het is een enorm probleem op de Surinaamse scholen, weet Jemmy Chin Chan Sen, onderwijsinspecteur en iedere dinsdag aanwezig aan de Kwattaweg. Op deze school, zegt hij, valt het nog mee. Maar van andere scholen die onder zijn toezicht staan heeft hij schokkende voorbeelden. Pas geleden nog had een schoolhoofd twintig kinderen voor straf een uur en twintig minuten opgesloten in een wc, met het raam gesloten. Of leraren laten stoute leerlingen hun mond spoelen met vloeibare zeep. Of ze schelden: ,,Je bent een varken. Een koebeest. Ga soepgroenten planten.' En er wordt volgens Chin Chan Sen ,,nog te vaak en onverantwoord geslagen'. Veel onderwijzers hebben in hun la de lineaal liggen, niet zelden `mijn toverstokje' genoemd. En nog steeds zijn er scholen waar leerlingen zich om twaalf uur moeten melden bij het schoolhoofd met een briefje van de juf. `Shivari is brutaal geweest', staat er bijvoorbeeld. ,,En dan slaat zo'n directeur er gewoon op', aldus Chin Chan Sen.

De onderwijsinspecteur heeft het gevoel soms te vechten tegen de bierkaai. Niet alleen is de Inspectie zwaar onderbezet, vaak ontbreekt het besef dat deze manier van onderwijs niet werkt. ,,Erger: vaak hoor ik dat ouders het wel prima vinden', vertelt Chin Chan Sen. `Pak hem maar hard aan', zeggen ze tegen de leerkracht. ,,Terwijl ik ze juist moet adviseren om aangifte te doen.' Net als Asin ziet de inspecteur veel in modernisering van het systeem, maar ook in het strenger handhaven van wettelijke bepalingen. Bovendien moeten ouders erover worden voorgelicht dat fysiek geweld tegen kinderen niets oplost. ,,Want dat is het probleem: ook thuis worden kinderen nog veel geslagen. Het is geen uitzondering dat ze regelmatig met de riem krijgen. Ik ga je rammelen, zeggen de ouders dan.'

Ook Linda Asin is voor een voorlichtingsprogramma over verantwoorde sancties, gericht op leerkrachten én ouders. In 1999 deed het SPI een onderzoek naar straffen op lagere scholen in Paramaribo: ,,We zijn ons toen doodgeschrokken van de resultaten en ik ben bang dat er weinig veranderd is.' Uit het rapport (No naki mi, Sla me niet) bleek dat er op de helft van de scholen geslagen of mishandeld werd. Ruim 68 procent van de leerkrachten gaf aan dat `noodzakelijk' te vinden. Ook wees het onderzoek uit dat de manieren van straffen uit het verleden en nu nauwelijks verschillen en dat het pedagogisch klimaat nauwelijks is veranderd.

Asin is ervan overtuigd dat angst bij kinderen een van de belangrijkste oorzaken is van de enorme uitval in het lager onderwijs – in sommige wijken haken vier van de tien scholieren voortijdig af: ,,In de wetenschap is dat les één: kinderen moeten zich veilig voelen. Ik ben ervan overtuigd dat er een verband is tussen leerprestaties en angst, maar natuurlijk ook tussen de eigen jeugd van de leerkrachten en de slechte situatie op scholen.'

Suriname snijdt zich volgens Asin in de eigen vingers. Ze wijst op de groeiende kloof tussen kinderen uit gegoede milieus en de rest. Wie geld heeft stuurt zijn zoon of dochter naar dure scholen en later naar buitenlandse opleidingen. Vaak blijven kinderen na hun studie buiten Suriname werken, vooral in Nederland of de VS. Asin: ,,Mijn eigen kinderen wonen in het buitenland. Dat is wel verdrietig. Aan de andere kant: geef ze 'es ongelijk. Je moet wel prettig gestoord zijn om het hier uit te houden. De politiek zou zich heel serieus moeten afvragen: wat kweken we eigenlijk voor kids in dit land?'

Het is een visie die gedeeld wordt door Ellen Abendanon, directrice van de Stichting voor het Kind. Ze studeerde pedagogiek en inrichtingswerk in Groningen, maar bleef in 1992 in Suriname hangen. Nu leidt ze, voornamelijk gefinancieerd door liefdadigheid en giften, een opvangtehuis voor misbruikte kinderen en heeft een crisis- en behandelafdeling opgezet. Terwijl we rondlopen door het gebouw, onder de rook van het vliegveldje Zorg en Hoop, vertelt ze over de afstand tussen ouders en kinderen in veel Surinaamse gezinnen. In de ogen kijken wordt al als brutaal gezien, `nee zeggen' tegen je ouders is taboe. Mensen nemen geen tijd voor kinderen, hebben het zelf te druk met hosselen (het hoofd boven water houden).

Abendanon vertelt over een zevenjarig meisje. Gevonden op de markt, met een bloedende hoofdwond, de tanden met een baksteen uit de mond geslagen en de polsen met kaarsen gebrand. Voor straf, omdat ze in de keuken in een pot keek. Uiteindelijk kon ze geholpen worden, wilde de tandarts gratis een prothese maken. Abendanon: ,,Maar hoeveel verborgen leed is er? Hoeveel slachtoffertjes lopen buiten, innerlijk beschadigd, zonder hulp?'

Ook Abendanon zou graag een veel actievere houding van de Surinaamse overheid zien. Ze wijst op de ingesleten culturele gebruiken, zoals het slaan, maar ook de gecompliceerde woongemeenschappen waarin kinderen te veel verantwoordelijkheid krijgen: ,,Mensen moeten bewust worden gemaakt dat veel dingen gewoon niet kunnen en mogen.' Maar voorlichting is niet genoeg, vindt Abendanon. Er moeten ook concrete maatregelen worden genomen, zoals het aanpassen van wetgeving. Zo moet een kind in haar tehuis binnen enkele dagen een verklaring hebben afgelegd, anders is de pleger van het misdrijf weer vrij. In de rechtszaal wordt een kind nog steeds gedwongen zijn belager aan te kijken en te zeggen: hij was het. Als de Stichting voor het Kind een tijdelijke ontzetting uit de ouderlijke macht wil, zijn ouders wettelijk nog steeds in staat om bijvoorbeeld het opvragen van een uittreksel uit het bevolkingsregister tegen te houden. Abendanon: ,,Dan staan ouders, vaak plegers of mededaders, op een gegeven moment hier gewoon hun zoon of dochter op te eisen, omdat de wet hun die mogelijkheid biedt. Ik heb het meegemaakt dat een kind zich vasthield aan de spijlen van het hek, maar toch mee moest. Mijn hart breekt. Wat stellen de kinderrechten dan voor?'

Diezelfde vraag stelt ook Arti Jesserun, kinderarts en neonatoloog in het St. Vincentius-ziekenhuis. ,,De beleidsmakers stralen niet uit dat kinderen de toekomst zijn', zegt Jesserun, die in zijn praktijk wekelijks schrijnende gevallen tegenkomt. Geweld binnenshuis is volgens hem een van de meest onderschatte problemen. Regelmatig worden kinderen bij hem gebracht die na behandeling niet meer weg willen: ,,Ze hebben angstreflexen, gaan braken, krijgen pijn in de buik. Vaak komt dan de aap uit de mouw en blijkt dat vader of moeder het kind mishandelt.'

Hoe moet het verder met Suriname en zijn kinderen?

Dit probleem, zo is ook Jesseruns overtuiging, kan niet anders dan vanuit de overheid worden aangepakt. Om te beginnen met een bewustmakingscampagne, die volgens hem méér zou moeten inhouden dan alleen het voorkomen van huiselijk geweld: ,,De mensen moet worden verteld wat het ouderschap eigenlijk betekent en hoe je dat verantwoord invult. Geborgenheid. Bescherming. Ontwikkeling. Veel Surinaamse vaders en moeders hebben geen idee van dit soort dingen.'

De kinderarts vertelt over een verpleegster in het ziekenhuis die een driejarig jongetje niet stil kreeg en uit onmacht schreeuwde en straf uitdeelde. Ze was stomverbaasd geweest toen Jesserun met het jongetje had gesproken, hem gerust had gesteld en hem in slaap had gesust. Later bleek dat haar eigen ouders er nooit waren toen zij als kind naar bed ging. Jesserun: ,,Dat is de kern van ons probleem: hoe kan je van zo iemand verwachten dat ze goed met kinderen omgaat als ze nooit door haar eigen moeder in slaap is gesust?'

Veel onderwijzers hebben in hun la de lineaal liggen, `toverstokje' genoemd

`Je bent een varken. Een koebeest', zegt de leraar.

`Ga soepgroenten planten'