Hollands Dagboek

Hibo Doudjama (19) is illegaal. Ze behoort met haar moeder, broertjes en zusje tot de 26.000 vluchtelingen die van minister Verdonk Nederland moeten verlaten. Maar Hibo woont al negen jaar in Nederland en wil in Witmarsum blijven, ook omdat in Somalië haar zusje besneden dreigt te worden. Deze week werd haar zaak opnieuw behandeld in het aanmeldcentrum in Zevenaar.

Woensdag 19 mei

Nino maakt me wakker en zegt dat we vanmiddag haar verjaardag gaan vieren. Niet omdat ze een jaar ouder is geworden, maar omdat ze sinds 15 mei negen jaar in Nederland is. Zij is blij, ik ben ook blij. Ik roep dat we 7 augustus weer een feestje hebben, dan ben ik hier tien jaar. Ja, ja, zegt Nino, als je hier dan nog bent. Ik moet ook lachen: als ik hier dan nog ben. En dan zwaaien we naar elkaar: Nino moet naar school.

Nino is mijn vriendin. Nino komt met haar joodse moeder en zus uit Georgië, ik kom met mijn moeder, drie broertjes en zusje uit Somalië – mijn vader zijn we onderweg kwijtgeraakt. Na heel veel praten en heel lang wachten kregen we te horen dat we terug moesten. Maar we gaan niet terug, want dan worden we vermoord. Deze week gaan we dat nog een keer vertellen in Zevenaar. En daarom schrijf ik dit dagboek.

We wonen in Witmarsum, in een klooster met acht families. Ik woon hier al langer dan de burgemeester. Eerst was het een asielzoekerscentrum, maar dat moest vorig jaar weg. Nu betaalt Jos ons. Jos Buis woont in het dorp en organiseert van alles voor ons. We hebben 106 euro en vijftig cent voor een week om met zijn zessen van te leven.

Ik hoor buiten een autodeur dichtklappen. Daar is de taxi die mijn broertje naar een speciale school brengt in Sneek, mijn andere broer gaat met de bus. Samen met mijn moeder breng ik mijn zusje naar school. Daarna ga ik met haar mee naar de huisarts voor controle. Alles is goed.

Ik doe overdag niet zoveel. Zit thuis. Kijk tv, soms met vriendinnen en speel 's avonds met de kleintjes tafelpingpong of ga naar buiten, om te kijken naar het voetballen. Ik moest van school af, omdat mijn verzekering verlopen is. Eerst vond ik dat erg, ik deed de horecaopleiding op het vmbo en miste twee vriendinnen uit mijn klas. Maar nu vind ik het niet zo erg meer: de school was ver, helemaal in Leeuwarden, dat kostte veel reisgeld en het is best lekker niet te denken.

Om negen uur zet ik de tv aan en dan ga ik soaps kijken. As the world turns, Days of our lives, Goede Tijden Slechte Tijden, The bold and the beautiful, Friends, dan belspelletjes, TMF en MTV en 's middags Oprah Winfrey en de nieuwe afleveringen van de soaps: die beginnen alweer om vier uur. Maar eind deze maand is het zomerstop, de soaps beginnen pas weer na de schoolvakantie.

Als Nino thuiskomt, eten we een zak chips leeg. Feest. Maar ik voel me niet zo blij. Ik denk aan Zevenaar, mijn moeder en broertjes vast ook, maar niemand praat erover. We weten niet wat ze met ons gaan doen, of ze ons hier laten of toch een slecht antwoord hebben. Nino gaat naar haar kamer, ik ga eten, mijn moeder heeft rijst, kip met sla gemaakt. En daarna kijk ik alleen naar RTL 4, een aflevering van waargebeurde verhalen. Een moeder van wie haar man en haar dochter doodgaan. De andere kinderen vindt ze niet zo lief. De muziek is ook zielig, maar ik hoef niet te huilen.

Donderdag

Het is hemeldag vandaag, niemand hoeft naar school of naar zijn werk. Want op hemeldag gaan de mensen in het dorp naar de kerk. Ik denk ook dat er een Allah is, maar ik doe er niks aan. Ik draag geen hoofddoek, heb vaak een lekker warme spijkerbroek aan, eet en drink alles, bid niet, rook niet, maar gewoon omdat ik dat vies vind. Mijn moeder draagt wel een hoofddoek, heeft een lange jurk aan, bidt ook, maar gaat niet naar de moskee – die is te ver weg.

In Somalië gingen we wel naar de moskee. Ik kan me van die tijd niet veel herinneren. Een vliegveld, autobussen, een flat, we woonden op de eerste verdieping. Naast ons woonde een buurvrouw bij wie we veel kwamen.

Een keer was het niet leuk, Jos heeft gezegd dat ik daarover in Zevenaar moet vertellen. De buurvrouw paste op mij toen mijn moeder naar het ziekenhuis moest omdat er een baby aan kwam. Ik was toen zes en speelde met haar twee dochters die ongeveer net zo oud waren als ik. Er werd op de deur geklopt.

Er stond een oude vrouw voor de deur. Die vrouw had doeken en een teiltje bij zich en een schaar en vroeg of we om de beurt op tafel wilden gaan zitten. Ik moest wijd gaat zitten, het deed pijn en toen kwam er een heleboel bloed. Verder weet ik niks meer. Ik weet nog wel dat mijn moeder toen ze 's middags terugkwam geschrokken was. Jos zegt dat we misschien toch in Nederland mogen blijven, omdat ze niet willen dat dit mijn kleine zusje van negen ook overkomt. Een advocaat in Emmen denkt dat we grote kans maken. Ik hoop het, want ik wil niet dat mijn zusje net zoveel pijn krijgt als ik had en af en toe nog heb.

Omdat het hemeldag is, is Anela vrij. Zij zit in Harlingen op school. Ik zat daar eerst ook, maar bleef in de derde klas zitten. Omdat ik die klas niet over wilde doen, ben ik toen van school veranderd en naar Leeuwarden gegaan. Daar koos ik horeca, in plaats van verzorging. Ik wilde stage lopen in een restaurant en niet in een verzorgingshuis. Toen ik daar een keer een vriendin ging ophalen, werd ik niet lekker. Lange gangen, het rook er naar aardappelen, en jus, het stonk er naar poep en pies, en mijn vriendin vertelde dat bejaarden soms vergaten van de wc af te komen. Toen dacht ik: ik ben toch niet zo'n zorgmens, ik wil horeca doen. Maar dat was nog voor mijn verzekering verlopen was.

Anela en ik spelen tafelvoetbal en gaan kaarten. We willen naar de film. Jos komt langs en vertelt dat er maar weinig bussen rijden vandaag en dat de bioscoop dicht is. We besluiten morgen te gaan, met Marieke van 24 uit het dorp. Die heeft een auto en brengt ons vaker, ze is een vriendin. Jos vertelt ook dat we dinsdag om zes uur 's morgens weg moeten, omdat we om negen uur in Zevenaar worden verwacht. Zo vroeg op ben ik niet meer gewend.

Vrijdag

De vrouw van Jos staat voor de deur. Zij komt mijn broertje van bijna 15 halen. Die moet voor controle naar Harlingen, hij heeft buisjes in zijn oren omdat hij oorpijn had. Meestal tolk ik, maar vandaag hoeft dat niet. Ik kan lekker blijven liggen. Denk aan de film in Sneek waar we vanmiddag heengaan. Denk ook heel even aan het nader gehoor in Zevenaar. Eind april moesten we met zijn allen voor een gehoor naar Ter Apel. Jos dacht dat het in een ochtend voorbij zou zijn, maar we moesten drie dagen blijven voor interviews en er waren overal uniformen.

Mijn broertje komt terug als ik voor de tv zit. Veel te vroeg. Het was een foutje, vertelt de vrouw van Jos. De afspraak voor de buisjes was niet deze vrijdag maar pas volgende week. Had ik het dan fout verstaan de vorige keer?

Na het ontbijt – ik eet altijd pas om twaalf uur – komt Nino binnen. De film begint om vier uur. De Turkse meisjes willen ook mee en Marieke heeft de auto. We rijden naar Sneek, en gaan naar Honey. Het gaat over een meisje dat danst en dansles geeft aan kinderen die opgroeien in een slechte wijk, met drugsdealers van wie ze moeten stelen. Het meisje leert ze allemaal dansjes, waarvoor ze moeten trainen. Ze hebben geen tijd meer om te stelen en worden goede kinderen.

Na de film gaan Nino en ik nog even de stad in. Ik moet schoenen kopen voor mijn broertjes bij Scapino, gympen met veters. Maat 41 en maat 40 – ze zijn er allebei nog. Ikzelf wil graag gympen met een merk. Puma vind ik de mooiste, maar die zijn het duurst, zie ik als ik met Nino door de winkelstraten wandel.

's Avonds komt Jos nog. Hij vertelt dat mijn twee kleine broertjes en mijn kleine zusje van negen niet mee hoeven naar Zevenaar. Alleen mijn moeder, ik en mijn oudste broer moeten daarheen. Ze zullen ons daar interviewen. Jos zegt dat mijn broer zich rustig moet houden, niet boos moet worden zoals in Ter Apel.

Zaterdag

Lekker lang geslapen. En dat is bijzonder als mijn broers thuis zijn. We wonen hier in twee kamers. In de een staat een eettafel met zes bedden eromheen, daarin slapen we. De andere kamer is kleiner, die heeft een bank, een kastje en een tv. Die staat altijd aan.

Vandaag kwam Miryam langs, zij kwam hier wonen, nadat ze waren gevlucht uit Turkije en moest verhuizen, net als veel andere vrienden. Die wonen nu in Apeldoorn, Arnhem, Zoetermeer. Miryam woont in Lichtenvoorde, vlakbij Duitsland, met haar zussen. Maar die hadden vandaag een verjaardag en zijn er dus niet bij. Miryam heeft net als wij geen vergunning, maar mag wel naar school in Arnhem. We praten over haar school, en het huis waar ze nu wonen. Ze hebben vier kamers.

Als wij mogen blijven, hoop ik dat we niet in een grote stad terechtkomen. Mijn moeder zegt dat het daar gevaarlijk is, en eng, en we kennen er niemand. Ik was twee weken geleden in Rotterdam bij de krant. Ik zag hele mooie bruggen, wit en rood, maar ik wil daar alleen met vakantie heen: het was vuil, veel asfalt, vervallen huizen. Het liefst zou ik willen blijven wonen in Witmarsum. Lekker makkelijk, daar ken ik iedereen.

's Avonds komt Jos langs, hij heeft sjoelbakken bij zich. We gaan even niet over Zevenaar praten, zegt hij. Hij organiseert een wedstrijd en een disco. Veertig kinderen op een hoop, en de ouders hebben ook een bak. Ik ga af en toe achter de bar staan, om koffie en drankjes te schenken en drinken en chips aan te vullen. Het wordt laat. Jammer dat Miryam al weg is, ze moest morgen naar een verjaardag van een schoolvriendin.

Zondag

We hebben erg gelachen gisteren, Nino, Anifa en ik en kletsen er nog over door. Maar we praten ook over de Iraanse man en vrouw in ons huis.

De man woont hier al lang, de vrouw is kort geleden bij hem ingetrokken en moet elke week naar het asielzoekerscentrum in Heerenveen om te stempelen. Hij was moslim, maar is nu christen en kan daarom niet terug naar Iran.

Vorige week stond er opeens een politieauto voor de deur. De agenten kwamen de Iraanse vrouw vertellen dat ze de volgende dag op het vliegtuig moest naar Griekenland. Daar had ze eerder gevraagd te mogen blijven, zei de politie. Maar de man vertelde dat ze nooit in Griekenland is geweest, de tolk heeft een fout gemaakt. Niks mee te maken, zei de agent, uw vrouw wordt morgen om zes uur op transport gezet in Heerenveen naar Athene. Zijn vrouw is nu weg, ondergedoken, zodat de politie haar niet op transport kan zetten. Dat gebeurt wel vaker, ik hoop dat wij dat niet hoeven.

Maandag

Weer een doordeweekse dag. Iedereen is naar school. Ik kijk tv, zoals elke maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag: soaps, TMF, MTV. Soms denk ik wel eens dat ik wil werken, maar daarvoor heb ik ook de verzekering nodig. Veel van de mensen hier in huis vinden toch een baan in de komkommers, in de schoonmaak, ze werken in de pizzeria's of schilderen huizen.

Ik kijk uren tv, ik wil niet denken.

Mijn broertjes komen blij binnen. De school in Sneek heeft handtekeningen verzameld die ze naar de mevrouw in Den Haag hebben gestuurd om te vertellen dat ze ons niet terug mag sturen. Zou het helpen?

Dinsdag

We moeten naar Zevenaar. Ik sta samen met mijn moeder om vijf uur op, een half uur later komen mijn broertjes en zusje uit bed. Mijn zusje Huda en ook Ibrahim en Mustafa blijven thuis en gaan zelf naar school. Mohammed, ik en mijn moeder stappen om tien over zes in de auto bij Jaap, een vriend van Jos. Het is een Citroën Snoek, zegt hij. Ik begijp het niet, een snoek is toch een vis, maar Jaap zegt dat het ook een auto is. De achterkant gaat vanzelf omhoog als de deuren dicht zijn. We glijden de weg over en staan om tien voor negen voor de poort in Zevenaar.

Jaap parkeert de auto en zegt dat hij mee naar binnen gaat. We denken dat hij buiten moet wachten, net als in Ter Apel eind april. Maar nee hoor, het lukt hem, hij mag mee. Daar komen we in een wachtkamer met een lange tafel in het midden. Eromheen staat een hele rij stoelen met een heleboel mensen. Asielzoekers, ik herken een Somalische familie en een Soedanese meneer die eind april ook in Ter Apel waren.

We gaan zitten en wachten en kijken tv – TMF staat aan. Jaap is er nog steeds bij. Er komt een mevrouw binnen die vertelt dat ze ons één voor één komt halen voor het nader gehoor. Ze zegt ook dat Jaap met mijn moeder mee mag. We zijn erg blij. Ik ben de laatste die mag, het is dan kwart voor elf.

Ze stelt alle vragen die ze me in Ter Apel stelden en die ze me ook negen jaar geleden vroegen: waar woonden jullie, waarom gingen jullie weg, waarom gingen jullie naar Nederland, hoe kwamen jullie hier, zijn jullie eerst nog ergens anders geweest, ik wist overal nog het antwoord op.

Ze vroeg me hoe lang ik al niet meer naar school ben geweest en waarom we nog niet zijn teruggegaan. Ik zei: we hebben geen papieren en we willen niet dat Huda besneden wordt, en de scholen zijn in Nederland veel beter. Ze vroeg waarom ik besneden was en ik heb gezegd dat dat gebeurd is tegen mijn moeders wil. Dat dat zo gaat in Somalië: ook al is je moeder tegen, dan gebeurt het nog, omdat het moet van je familie. En toen vroeg ze nog of we familie hadden in Somalië. Nee, heb ik gezegd, die is er niet meer. Mijn vader is kwijtgeraakt en nadat we in Nederland kwamen, hebben we nooit meer iemand in Somalië gesproken.

Toen bedankte de mevrouw me en zei dat we konden gaan. Het antwoord komt over zes maanden. We konden gaan! Om elf uur zaten we in de auto terug naar Witmarsum, Jaap reed ons snel terug. We hebben geslapen en waren om twee uur al weer thuis. Nino en Anela dansten in onze kamer, en mijn twee broertjes en zusje ook. Ze dachten dat we een paar nachten weg zouden blijven, nee dus.

Ik ben opgelucht. Ik kon alles zeggen zoals ik het wilde zeggen.

Ik zet TMF aan en zie dat ze sms'en over soaps. Get a real life, zegt iemand. Hoezo? Ik heb een real life. Liever zes maanden soaps dan Somalië.

Woensdag 26 mei

Ik word rillerig wakker, moet hoesten en heb hoofdpijn: vandaag blijf ik binnen. Dat komt goed uit, want ik moet een dag tv inhalen. Ik begin met The young and the restless op SBS 6, kijk naar de Days of our lives en schakel dan over op de soaps.

We horen van Jos dat er in het nader gehoor fouten staan. Dat weet hij omdat we de interviews op papier mee hebben gekregen om zo snel mogelijk aan Zevenaar te vertellen of wat erin staat klopt. Er staat in dat mijn moeder zes kinderen heeft, maar ze heeft er vijf. Jos zal dat doorgeven. En verder is hij druk bezig om vervoer voor ons te regelen voor 2 juni en 30 juni. Dan moeten we een kaart stempelen in Ter Apel.

Voor ik ga slapen, komen Anela en Nino nog binnenlopen. Ze hebben maandag weer vakantie, dus zullen we weer naar de film? Ja, ik ga mee. Het wordt een leuk weekend, want zaterdag zit ik met Nino en een kennis van Jos in Leeuwarden. Hij neemt de kinderen tot en met twaalf mee om daar blokken te bouwen en wij moeten mee om op te letten.

Ik zeg tegen Nino: ,,Let op, over twee maanden is het feest, dan vier ik hier mijn tiende verjaardag.''

,,Ik hoop dat ik er nog ben'', zegt ze.

We beginnen te lachen.

,,Ik hoop het ook'', zeg ik.

    • Hibo Doudjama