Grenzen

Unification Observatory, Gangwondo, Zuid-Korea, een week of twee terug. We rijden langs de zee naar het uiterste noord-oostpuntje van Zuid-Korea, waar het land een uitstulping in Noord-Korea maakt. Tientallen kilometers prikkeldraad langs het strand, dat vlak voor de grens overgaat in een dubbele rij hoge afweringen met nog meer prikkeldraad. Drie zwaarbewaakte controleposten, bemand door soldaatjes die niet ouder dan twintig ogen, maar niettemin afschrikwekkend genoeg overkomen. Normaalgesproken kun je zo niet doorrijden naar het Observatory, maar wij hebben een vergunning van de naburige tempel waar we logeren. Er wordt in het Observatory namelijk een speciale ceremonie gehouden als voorbereiding op de viering van Boeddha's verjaardag, samen met Kerst de enige gelegenheid dat je er zo los kunt rondlopen. Wie er op andere dagen wil komen, dient een strak begeleid programma te volgen.

Dus lopen we los rond, en als je de betonnen gebouwen, wegversperringen en grote aantallen soldaten even vergeet, blijkt het landschap zelf van grote schoonheid. Een vaalblauwe zee, grijze eilandjes in de verte tegen een vaalblauwe lucht, opkomende mist over de heuvels, een groot Boeddha-beeld met het gezicht naar Noord-Korea opgesteld. Noord en Zuid zijn niet van elkaar te onderscheiden, zoals viel te verwachten. Maar wat zijn die grote stellages op een heuvelrug in het niemandsland? Billboards met reclame voor het leven in het vrije Zuid-Korea, vertelt een van de Koreanen in ons gezelschap, en luidsprekers, waaruit overdags keiharde Westerse popmuziek klinkt, om de Noord-Koreanen te pesten. Maar, voegt hij eraan toe, de andere kant doet precies hetzelfde hoor. Hilariteit alom, bij de gedachte aan zulke reclame: ,,Noord-Korea. Best leuk.''

(Hilariteit ook in Nederland, afgelopen donderdag, toen de kranten berichtten dat op de unieke militaire top tussen beide Korea's, Noord-Korea had geëist dat het gesprek onder meer zou gaan over `propaganda langs de grens'. Citaat: `Onduidelijk is wat daar precies mee is bedoeld.' Die decadente, oorverdovende popmuziek, natuurlijk.)

Incheon International Airport, Seoul, dinsdag. In de transit-zone ligt een International Herald Tribune, met op de voorpagina het bericht dat de Verenigde Staten een `virtuele grens' gaan optrekken. Het Department of Home Security heeft een contract van 15 miljard dollar te vergeven voor een systeem dat bezoekers aan de Verenigde Staten doorlicht, lang voordat ze ook maar in het land zijn aangekomen. Volgende week wordt bekend gemaakt welk bedrijf het contract krijgt toegewezen.

Nee, niet zo spannend als de laatste Amerikaanse wandaden in Irak, en er staan al helemaal geen sensationele foto's bij. Toch zijn er een paar goede redenen om nu even op te letten. Waar gaat het om? De Verenigde Staten willen een virtuele grens, ver voorbij de feitelijke grenzen van het land, om de `identiteit, veiligheidsrisico's en de legitimiteit van de reis' van bezoekers door te lichten, zo meldt Home Security. Het concept dat hiervoor is bedacht, US-VISIT, gaat gebruik maken van een combinatie van computernetwerken en biometrische sensoren op consulaten en bij grensovergangen te land, ter zee en in de lucht.

Op het eerste gezicht lijkt de biometrie het griezeligste, meest science-fictionachtige element van dit programma. Bij een visumaanvraag op het consulaat wordt een scan van je iris, vingertop, gezichtskenmerken, motoriek gemaakt en opgeslagen, en aan de grens wordt vervolgens in `real-time' gecontroleerd of die klopt. Dit wordt al op korte termijn ingevoerd.

Maar in feite is de tweede component van US-VISIT veel enger: het voor vertrek doorlichten van de bezoeker dankzij een `wereldwijd netwerk van databases'. Dat roept meteen al vragen op. Is het verstandig om zulke gevoelige informatie niet in overheidshanden maar in het privébezit van een bedrijf te houden? Hoe staat het met de aansprakelijkheid, betrouwbaarheid en controleerbaarheid?

In de persberichten is sprake van twintig gekoppelde federale databases, maar het staat buiten kijf dat betrouwbare, actuele data uit andere landen onontbeerlijk zijn voor het goed functioneren van US-VISIT. Zoals bekend zijn Europese luchtvaartmaatschappijen na zware druk hun passagiersgegevens al gaan doorspelen aan de Amerikaanse douane, inclusief informatie over maaltijden (zoals halal) en nummers van credit cards. Deze data werden vervolgens opgeslagen en gedeeld met andere Amerikaanse overheidsinstellingen. De echte hamvraag hier is dan ook: waar komt de informatie uit die gekoppelde databases van US-VISIT vandaan?

Ik kan u daar een voorbeeld van geven. Precies een jaar geleden berichtte The Guardian dat het Amerikaanse bedrijf ChoicePoint persoonlijke gegevens van kiezers uit Mexico, Colombia, Costa Rica, Nicaragua, Brazilië, Guatemala, Honduras, El Salvador, Argentinië en Venezuela voor miljoenen had doorverkocht aan de regering-Bush, inclusief het complete kiesregister van Mexico en het volledige nationale register van Colombia. Het gaat onder andere om naam, geboortedatum, geslacht, adres, familiegegevens, beroep, burgerlijke status, belastinggegevens, paspoortnummers, bloedgroep en `fysieke beschrijving'. Het was onduidelijk hoe ChoicePoint aan deze – illegale – informatie was gekomen, en regeringen van de betrokken landen waren woedend. `How the US is using the information remains mysterious', schreef The Guardian, mei 2003. Duidelijk was alleen dat het om een lange termijn-project ging.

Een detail: ChoicePoint is het moederbedrijf achter het systeem dat gebruikt werd bij de verkiezingen in Florida in 2000, dat duizenden kiezers ten onrechte het stemrecht ontnam. Bush dankt er zijn presidentschap aan. Maar dat terzijde.

Hoe ik dit weet? Ik heb thuis een eigengeknutselde database met interessante artikelen op de harde schijf van mijn Mac. Dit vond ik in de oude mapjes `Privacy' en `Florida'. Leuk toch, de koppelingen en dwarsverbanden die je kunt leggen in databases, nietwaar?

Laten we vooropstellen: Noord-Korea is een enger land dan de Verenigde Staten. Maar de grens bij het Unification Observatory, met zijn prikkeldraad, reclameborden en luidsprekers, is een onschuldig kinderspelletje vergeleken bij de Orwelliaanse consequenties van US-VISIT.