Goud van Nout

Het moet een Tantaluskwelling zijn voor de Europese ministers van Financiën. Uitgehongerd door begrotingsproblemen kijken zij met holle ogen naar het glimmende goud in de kelders van hun centrale banken. O, als zij hun magere vingertjes toch eens ver genoeg door de traliewerken zouden kunnen steken! In Nederland ligt 777 ton goud, goed voor een waarde van zo'n 8 miljard euro. 8 miljard euro, dat is bijna 2 procent van het bruto binnenlands product, ofwel een bedrag dat de jaarlijkse defensiebegroting met 2 miljard overstijgt. Of, in het geval van de Nederlandse minister van Financiën, onafgebroken flipperen sinds de laatste ijstijd voor een euro per potje.

Goud verkopen heeft veel voordelen. De tijd is voorbij dat goud onmisbaar was als reserve. Deviezen, buitenlandse valuta's, kunnen die rol nu ook vervullen. Goud kost geld: opslag, en bewaking. Het geeft geen rente, hooguit brengt het iets op als dekking voor termijntransacties, waar wel iets aan wordt verdiend. Deviezenreserves brengen wel rente op. Als de 8 miljard aan goud van De Nederlandsche Bank rentedragend zou worden weggezet, dan zou het jaarlijks zó 300 tot 400 miljoen euro opbrengen.

Centrale bankiers voelen dat ook aan, en verkochten de afgelopen jaren veel goud. Deze week maakte De Nederlandsche Bank bekend de eerstvolgende vijf jaar 100 ton aan goud te verkopen. Uit een vorig voornemen staat ook nog eens 65 ton te koop. Dat zou de goudvoorraad terugbrengen tot 612 ton. Dat is iets meer dan de helft van de omvang die de goudvoorraad in 1992 nog had.

In relatieve zin was De Nederlandsche Bank al een van de grootste goudverkopers van alle industrielanden. Centrale bankiers zijn van nature voorzichtig, en bankpresident Nout Wellink is geen uitzondering. Is nóg eens 100 ton dan niet iets te veel van het goede?

Het nieuwe plan is overeengekomen `vlak voor het afsluiten van het jaarverslag', met de minister van Financiën. Er zijn aanwijzingen dat er recentelijk vanuit Den Haag enige druk was om nog wat meer te doen met het goud. De begrotingsnood is tenslotte hoog.

In dat geval heeft de bank haar huid duur verkocht. Opbrengsten van goudverkopen blijven binnen de balans en worden dus niet uitgekeerd. De rente daarop natuurlijk wel. Maar het verlies dat de centrale bank over 2003 leed, mag de eerstvolgende zes jaar worden verrekend met toekomstige winsten, die anders geheel zouden hebben meegeteld in het dividend aan de staat. De balans lijkt voorlopig gunstig uit te pakken voor het Frederiksplein. Maar dat wil niet zeggen dat de hongerige blikken voorgoed verdwenen zijn.