Geslacht van in toga gehulde rechter is onbelangrijk 2

Van emancipatie heb ik niet zo'n hoge pet op. Tenminste, niet als daarmee wordt bedoeld dat vrouwen alleen omdat ze vrouw zijn, eer en respect verdienen in een mannenwereld. Ik raak zelfs uitgesproken geïrriteerd als vrouwen in zaken zich als mannen gedragen. In de tijd dat ik nog advocaat was, schepte ik er een heimelijk genoegen in in belangrijke gezelschappen de koffie in te schenken. Met niet zelden het gevolg dat men mij meteen vroeg bepaalde stukken te kopiëren.

Ondanks of misschien juist dankzij dat koffieschenken heb ik mijn sporen verdiend. Ik raak dan ook niet snel van slag door opmerkingen waarbij het geslacht het gif aan de pijl vormt. Nog minder voel ik de aandrang op zo'n opmerking te reageren. Maar dit keer won de verbazing het van de trots.

Een dezer dagen bespraken wij tijdens de sectorlunch de juridische problematiek rond de aandelenlease-overeenkomsten van Dexia. Mijn blik werd dan ook onmiddellijk getrokken naar het artikel in het economie-katern, waarin de `monsterrechtszaak' tegen Dexia wordt besproken.

De heren-journalisten besluiten hun verslag met de vraag ,,hoe de drie vrouwelijke rechters van de rechtbank zullen oordelen over de inzet van de Stichting Leaseverlies''. Kunnen zij mij uitleggen met welke reden de sekse van het college is vermeld? Ik kon er met mijn beperkte intellect niet één bedenken.