Geen nieuwe kieswet via een workshop

Het regeerakkoord is geen heilig boek, zei minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) deze week tegen de Tweede Kamer. En dat klonk verrassend verstandig. Maar intussen blijft dat `hoofdlijnenakkoord' van 16 mei 2003 voor D66 `best belangrijk', zoals staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD) zou zeggen. De Graaf wilde aangeven dat hij pragmatisch omgaat met de afspraak tussen de coalitiepartijen CDA, VVD en D66 om nu, twaalf maanden na dagtekening van het regeerakkoord, een voorstel tot wijziging van de Kieswet naar de Raad van State te sturen. Wat hem betreft kan dat best een beetje later. Maar de kleinste regeringspartij houdt haar grote regeringspartners wél aan hun belangrijkste belofte in dit verband: ,,Het nieuwe kiesstelsel zal in deze kabinetsperiode worden ingevoerd.'' De houdbaarheidsdatum van die afspraak is nu echter door de ontwikkelingen ingehaald.

Zoals hier een maand geleden werd voorspeld, is het in de boezem van de coalitie tot een confrontatie over het kiesstelsel gekomen. VVD-fractieleider Van Aartsen eiste in weerwil van het regeerakkoord meer tijd om na te denken over alternatieven voor de plannen van De Graaf. Vervolgens riep minister-president Balkenende Van Aartsen tot de orde. En toen in de Kamer het CDA dreigde overspel te plegen met de gewillige PvdA, dreigde de liberale fractievoorzitter zelfs met een kabinetscrisis. Waarna hij wederom op zijn plaats werd gezet, ditmaal door vice-premier Zalm (Financiën, VVD), nominaal de partijleider en in ieder geval degene die zijn handtekening heeft gezet onder de afspraken van een jaar geleden. Het dreigement van Van Aartsen om het kabinet op te blazen is roekeloos en overdreven. Alle stampij van de fractievoorzitter lijkt nog het meest op een opzichtige poging de aandacht af te leiden van de verdeeldheid binnen de VVD en de spanningen tussen hem en Zalm.

Duidelijk is dat niet alleen de VVD maar ook het CDA tijdens de kabinetsformatie kennelijk te lichtvaardig zijn ingegaan op de voorwaarden die D66 stelde aan deelname. Immers er is nog geen schijn van overeenstemming over de richting waarheen het op moet met het kiesstelsel. Eén stem of twee stemmen per kiezer, een enkelvoudige of meervoudige kandidatuur: alle opties zijn nog open, ook als het gaat om het aantal districten dat zou moeten worden ingevoerd. Terwijl het de bedoeling was dat het kabinet en de partijen in de Kamer er tegen deze tijd wel uit zouden zijn.

Het verschil met Paars II, waar soortgelijke problemen speelden tussen VVD en D66 rond het referendum, is dat deelname van D66 dit keer noodzakelijk is voor een Kamermeerderheid. CDA en VVD hebben een Faustiaans contract gesloten met D66 in de rol van duivelse poedel. De kleinste coalitiepartner kan indien hij zijn zin niet krijgt het kabinet ten val brengen en heeft daarmee grote macht. Maar dat betekent tevens verantwoordelijkheid om na te denken over de vraag of de ingeslagen weg in alle redelijkheid wel is vol te houden.

Uitgangspunt van de herziening van het kiesstelsel was de gedachte dat dit ,,een belangrijke bijdrage kan leveren aan de versterking van de democratie''. Of de wijze waarop De Graaf probeert te komen tot een wetsvoorstel daaraan een bijdrage levert kan worden betwijfeld. Een jaar lang is er nu gesproken over zogeheten hoofdlijnen, in de Tweede Kamer en achter de schermen is heen en weer gepraat over alle varianten, tegenvarianten en afwijkingen daarvan. De meeste leden van de Kamer zijn inmiddels allang het spoor bijster. Wat ook de ongetwijfeld deugdzame intenties mogen zijn van de minister van Bestuurlijke Vernieuwing: dit is geen ordentelijke wetgevingsprocedure. Bovendien is het zeer de vraag of de ontevreden burgers van 2002, en trouwens ook alle andere Nederlanders, zitten te wachten op een ingewikkelde stemprocedure, met onoverzichtelijke electorale bijeffecten en geringe daadwerkelijke invloed op de werkwijze van het parlement. Verkiezingen moeten een duidelijke antwoord geven op de machtsvraag. Bijvoorbeeld door de mogelijkheid om te stemmen op de minister-president. Voor dit soort ingrijpende veranderingen is grondwetswijziging en dus een lange adem nodig. D66 kan in elk geval vaststellen dat de Tweede Kamer in meerderheid verandering wil. Laat die partij samen met andere partijen daaraan verder werken. En laat er een einde komen aan de legislatieve workshop van De Graaf.