Europa niet democratischer na de verkiezingen

Alles wordt uit de kast getrokken om Nederland op 10 juni naar de stembus te krijgen (NRC Handelsblad, 25 mei). Met spotjes, affiches en havendagen worden echter verwachtingen gewekt die Den Haag nooit zal kunnen waarmaken, omdat er in feite niets valt te kiezen. In ieder geval niet voor iets hoopvols. Hoe hoog het opkomstpercentage en wat de uitslag ook mogen zijn, een democratischer en/of rechtvaardiger Europa zal de geld- en tijdverslindende verkiezingsstrijd niet opleveren, hoewel dát toch het doel is van onze gang naar de stembus.

Sterker, de bureaucratie en onrechtvaardigheid zal alleen maar toenemen, omdat het Europese beleid met de dag meer onderworpen zal worden aan de (regel-)tucht van de vrije markt, die enerzijds wordt bepaald door de onverkwikkelijke ,,groei om de groei'' en anderzijds door het dictatoriale ,,recht van de sterkste''. Met recht kan dan ook worden gesteld dat de vrije marktideologie, die wereldwijd het onverteerbare maatschappelijk reilen en zeilen bepaalt, debet is aan het schrijnend `democratisch' tekort.

Aan de opheffing daarvan zullen de Europese verkiezingen geen enkele bijdrage leveren. Dat is alleen mogelijk door de gangbare marktideologie als ,,de wortel van het kwaad'' aan te merken. Helaas staat niet dit inzichtelijk thema maar de uitzichtloze polarisatie centraal in de debatten tussen de diverse lijsttrekkers voor radio en tv. Deze zullen dan ook geen enkele invloed hebben op mijn onomwonden `neen', als antwoord op de door Den Haag (van onze belastingcenten) betaalde Ster-spot `www. U komt toch ook.nl'.