`Een steeds grotere groep mist elk gevoel voor richting'

Binnenkort begint Tilburg met speciale ordescholen voor lastige leerlingen. Volgens onderwijswethouder Hugo Backx heeft deze groep een andere aanpak nodig dan het kabinet voorstaat.

NIET DAT het aantal incidenten op scholen toeneemt. Het is eerder de áárd van die incidenten die de Tilburgse wethouder Hugo Backx bezorgd maakt. Scholieren die leeftijdgenoten bedreigen, weggepeste leraren, geweld op school. ``Het wordt steeds harder, dat hoor ik ook van scholen. Een steeds grotere groep leerlingen mist elk gevoel voor richting, vaak door een gebrek aan opvoeding.''

Op zich geen slecht idee dus, zegt Backx (PvdA), om leerlingen die op school echt niet meer te handhaven zijn, naar een speciale voorziening te sturen. Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) presenteerde vorige week een plan van die strekking. De voorzieningen lijken op de al bestaande Time-outprojecten, waar leerlingen maximaal drie maanden buiten school geplaats worden. Maximaal gedurende een halfjaar moeten de leerlingen, als de plannen doorgaan, hun leerachterstand inhalen en onder intensieve begeleiding hun gedrag verbeteren.

Maar het kan wel wat minder voorzichtig, zegt Backx op zijn kamer in het Tilburgse stadskantoor. Tilburg begint binnenkort met speciale ordescholen, waar naar schatting honderd lastige leerlingen speciale opvang krijgen. Mogelijk worden de leerlingen verplicht van 8 uur 's ochtends tot 8 uur 's avonds op een aparte locatie te zitten.

Backx: ``De plannen van de minister zijn een voortzetting van de Time-outprojecten, die we hier nu ook al kennen. Die besteden vooral aandacht aan sociaal-emotionele problemen, minder aan het leren van orde en discipline.''

De bestaande projecten en de plannen van de minister zijn te soft?

``Ze bieden in ieder geval geen antwoord op de problemen die een groep leerlingen nu op school veroorzaakt. Die hebben een andere aanpak nodig, ze moeten een keer horen: nu is het genoeg geweest, je vliegt eruit.''

Maar is dat de oplossing? U zei het zelf al: veel jongeren krijgen geen enkele opvoeding. Dat los je toch niet op in een paar maanden?

``Daarom is het zo schrijnend wat er nu gebeurt. De rijksoverheid bezuinigt honderd miljoen euro op geld dat gemeenten besteden aan het wegwerken van onderwijsachterstanden. Dat geld geven wij hier nu deels uit aan een project waarin leraren in het basisonderwijs gezinnen helpen met opvoedproblemen. Ze bezoeken ouders, praten de politie bij, helpen de leerling. Vaak worden lastige leerlingen thuis door hun ouders geterroriseerd. Ze krijgen soms niet eens te eten. Als je daar niets aan doet, komt een kind al agressief de klas in.''

Een andere oorzaak van veel problemen bij scholieren, denkt Backx, is de beroerde aansluiting van de verschillende onderwijssoorten. Basisscholen leveren kinderen af die slecht zijn voorbereid op de middelbare school, het vmbo bereidt vaak niet goed voor op het mbo.

``Neem de basisschool. Daar leren ze vooral rekenen met verhaaltjessommen. Zodra ze naar de middelbare school gaan, moeten ze opeens leren rekenen met algebra.'' De gevolgen laten zich raden, zegt Backx. ``De uitval is hoog, kinderen raken beschadigd door verkeerde keuzes. Het is een nederlaag voor leerlingen om in de loop van hun schoolcarrière teruggezet te worden.''

Backx vertelt over een leraar van een middelbare school die een bezoek bracht aan een basisschool. Die dag zouden de kinderen in groep 8 leren hoe het er op de middelbare school aan toe ging. ``Wat gebeurde er? De kinderen pakten hun tafeltjes op en gingen in rijtjes zitten, in plaats van groepjes. Dat was alles.''

Dat veel leerlingen hun mbo-opleiding niet afmaken, ligt volgens Backx voor een groot deel ook aan het vmbo, dat op het beroepsonderwijs moet voorbereiden. In 1999 gingen voorbereidend beroepsonderwijs en mavo samen tot vmbo. Voor voormalige mavo-leerlingen (die nu de theoretische leerweg volgen) werd het onderwijs praktijkgerichter, voor vbo-leerlingen juist theoretischer.

Backx: ``De overheid had een nobel doel voor ogen: bereid mavo- en vbo-leerlingen beter voor op het mbo. Maar daar is het nooit van gekomen. De theoretische leerweg is nog steeds te algemeen en te theoretisch. Op die manier lopen ze op het mbo in een fuik. De uitval is daar veel te hoog.''

Wat moet daaraan veranderen?

``We zouden best van de theoretische leerweg af kunnen. Eigenlijk ís dat nu helemaal geen aparte schoolsoort. Ze gaan soms apart verder als categoriale mavo's, ze kruipen tegen havo- en vwo-scholen aan, of ze zitten bij de andere drie leerwegen van het vmbo in één gebouw. Als we een einde maken aan de theoretische leerweg, zijn vmbo en havo/vwo veel duidelijker gescheiden schoolsoorten.''

Maar dat was destijds, bij de invoering van het vmbo, precies de bedoeling.

``Breek me de bek niet open. Dat wás de bedoeling, ja. Maar door politieke spelletjes moest en zou er een soort mavo in stand blijven. Ouders zouden dat zo graag willen. Ik kom nu vmbo-leraren tegen met tranen in hun ogen. Ze moeten leerlingen Frans en Duits geven, terwijl de kinderen hun praktische talenten niet kunnen ontploooien. Waarom werkt het in het onderwijs altijd zo dat de theorie eerst komt en daarna pas de praktijk? Daar wil ik nu wel eens vanaf.''

Maar afschaffen van de theoretische leerweg kunt u niet. Daar gaat het rijk over, niet de wethouder.

``Dat is waar. Gelukkig heb ik wel andere middelen tot mijn beschikking. We zijn hier druk bezig de theoretische leerweg te reorganiseren. Leerlingen krijgen hier veel meer technische vakken, zodat ze beter voorbereid worden op het mbo. Maar als ik aan de knoppen mocht draaien, dan wist ik het wel.''

Dit is het vijfde deel in een serie interviews met onderwijswethouders