Een `eerlijk' pensioen

Jarenlang was het de norm: een pensioen gebaseerd op het laatste loon. Maar steeds meer pensioenfondsen verruilen hun eindloonregeling voor een middelloonregeling. Een nadeel voor veel carrièremakers, maar mensen met een doorsnee loopbaan merken er weinig van.

`Als het pensioen gebaseerd is op het laatste loon en iemand krijgt een paar jaar voor zijn pensionering opeens een loonsverhoging van 10 procent, stijgt het pensioen ook met 10 procent. Voor een pensioenfonds is dat een grote, onvoorziene uitgave. Hierdoor is de kostenbeheersing bij eindloonregelingen een probleem. Om die reden zijn wij overgestapt op een middelloonregeling'', zegt Jaap Maassen, directeur pensioenen bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).

Begin dit jaar ging zowel ABP als PGGM, de twee grootste pensioenfondsen in Nederland, over op een middelloonregeling. Dat wil zeggen dat de hoogte van het pensioen niet meer gebaseerd is op het laatste loon, maar op het gemiddelde loon dat een werknemer in zijn hele loopbaan heeft verdiend. In de afgelopen jaren gingen tientallen andere pensioenfondsen ABP en PGGM al voor. Van de meer dan tachtig fondsen die aangesloten zijn bij de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) hebben er nog maar een paar een eindloonregeling en dat zijn vooral de kleinere.

,,De overgrote meerderheid van de werknemers valt niet meer onder een eindloonregeling'', zegt VB-woordvoerster Gerda Smits. Deze trend geldt niet alleen voor de bedrijfstakpensioenfondsen – waar zo'n driekwart van de werknemers pensioen opbouwt – maar ook voor de fondsen van grote ondernemingen. Werknemers van bijvoorbeeld Philips en IBM krijgen evenmin een pensioen dat uitgaat van het laatste loon. ,,Over een paar jaar zijn er geen eindloonregelingen meer'', voorspelt Diede Panneman, actuaris en vennoot bij pensioenconsultant Watson Wyatt.

Decennialang was het gebruikelijk dat pensioenfondsen zich bij het bepalen van de hoogte van het pensioen lieten leiden door het laatste loon dat een werknemer verdient. Steeds als een werknemer loonsverhoging kreeg, kostte dat het pensioenfonds geld. Het fonds deed alsof de werknemer dat hogere salaris altijd al verdiende en op basis daarvan premies afdroeg. In werkelijkheid betaalde de werknemer veel minder premie. Het pensioenfonds betaalde deze backservice. Heel wat werknemers kregen vlak voor hun pensionering nog even een loonsverhoging, zodat ze konden uitkijken naar een hoog pensioen, waarvoor ze in verhouding weinig premie hadden betaald. Sinds een paar jaar kan dit niet meer. In de laatste vijf jaar voordat iemand met pensioen gaat, mag er boven de gemiddelde loonindex hoogstens 2 procent extra loonsverhoging meetellen voor het pensioen. Dit is in de wet geregeld, maar daarnaast hebben sommige eindloonregelingen zelf beperkingen aangebracht. Dan telt een loonsverhoging bijvoorbeeld slechts gedeeltelijk mee in de pensioenopbouw. Of er wordt niet gekeken naar iemands laatste salaris, maar naar het gemiddelde salaris over de laatste paar jaar. Dit zijn de gematigde eindloonregelingen.

Bij middelloonregelingen wordt een pensioenfonds echter helemaal niet met onverwachte financiële verrassingen geconfronteerd. Werknemers krijgen een pensioen dat gebaseerd is op het gemiddelde loon dat zij in hun loopbaan verdiend hebben. Als een werknemer 10 procent loonsverhoging krijgt, heeft die 10 procent geen betrekking meer op alle voorgaande jaren, maar alleen op het jaar waarin het loon daadwerkelijk hoger was, en er dus meer premie werd betaald.

,,Kostenbeheersing is de belangrijkste reden om over te stappen op middelloon, maar flexibilisering speelt ook een rol'', zegt actuaris Panneman. Steeds meer werknemers hebben een flexibel inkomen. Naast hun vaste salaris ontvangen ze bonussen, winstdelingsuitkeringen en andere individuele beloningen. ,,Zulke variabele loonbestanddelen tellen in een eindloonregeling niet mee, maar in een middelloonregeling wel. Middelloon past beter bij de huidige beloningsstructuur'', vindt hij. Bovendien geeft een middelloonregeling werknemers meer vrijheid om het op latere leeftijd rustiger aan te doen en te kiezen voor een baan die minder goed betaalt. In een eindloonregeling doen mensen dat niet snel, omdat dit consequenties heeft voor de hoogte van hun pensioen. ,,Al is dat niet meer altijd zo'', zegt pensioenadviseur Emilie Schols. ,,In sommige regelingen kun je minder gaan verdienen en toch je oude pensioenopbouw houden. Dat werkt net zoals een gematigde eindloonregeling, alleen omgekeerd.'' Maar in een middelloonregeling zijn schommelingen in salaris en variabele beloningen gemakkelijker op te vangen. ,,De logica van middelloon is dat je fluctuaties uitsluitend van jaar tot jaar verwerkt en niet voor alle voorgaande jaren'', zegt Maassen.

Ondanks deze voordelen zijn werknemers in principe beter af met een eindloonregeling. Vrijwel elke werknemer gaat in de loop der jaren meer verdienen. Een pensioen dat gebaseerd is op het laatste loon is bijna altijd hoger dan een pensioen dat uitgaat van het gemiddeld loon. Dit geldt sterker naarmate iemand meer carrière maakt en vooral als het een carrière op latere leeftijd betreft. ,,Als je zomaar een eindloonregeling verandert in een middelloonregeling, gaan carrièremakers er 20 tot 30 procent op achteruit'', zegt ABP'er Maassen. ,,ABP heeft met de overheid te maken. Daar zie je niet zoveel steile carrièremakers als in sommige sectoren van het bedrijfsleven. Voor carrièremakers bij de overheid betekent middelloon zo'n 15 procent minder pensioen.''

Om de nadelige inkomenseffecten te beperken, worden pensioenregelingen meestal aangepast. Om te beginnen gaat de franchise omlaag: dat deel van het inkomen waarover werknemers geen pensioen opbouwen, omdat dit deel later wordt gecompenseerd door de AOW. Een lagere franchise betekent dat werknemers over een groter deel van hun loon pensioen opbouwen. Daarnaast gaat het opbouwpercentage meestal omhoog. In een eindloonregeling bouwen werknemers meestal 1,75 procent pensioen op. In middelloonregelingen meestal rond de 2 procent. Om de negatieve effecten van het middelloon te compenseren werkt ABP sinds 1 januari van dit jaar met drie verschillende franchises en met drie opbouwpercentages. Vijftig-plussers hebben een hoge franchise en een opbouw van 1,75 procent. Degenen die geboren zijn na 1964 hebben een lage franchise en een opbouw van 1,9 procent, en de veertigers zitten daar tussenin.

Schols vraagt zich af of zo'n onderscheid naar leeftijd wettelijk wel is toegestaan. ,,Je kunt de arbeidsvoorwaarden toch niet afstemmen op iemands leeftijd?'' Volgens Maassen is dat juist eerlijk. ,,Bij een overgang van eindloon naar middelloon blijven de opgebouwde pensioenrechten altijd bestaan, dus het middelloon geldt alleen voor de komende jaren. De ouderen hebben al een mooi pensioen opgebouwd, terwijl de jongeren nog moeten beginnen. Door de manier waarop wij het opgelost hebben, gaat niemand er op achteruit.'' Schols betwijfelt dat. ,,Niet elke oudere heeft een goed pensioen opgebouwd. Denk maar aan herintredende vrouwen.''

Omdat echte carrièremakers er in een middelloonregeling meestal op achteruitgaan, kiezen sommige pensioenfondsen voor een combinatieregeling. ,,Dat zie je in het bedrijfsleven steeds meer'', zegt Jeroen Steenvoorde, directeur van de koepel van ondernemingspensioenfondsen (OPF). ,,Mensen bouwen tot een bepaald salarisniveau een middelloonpensioen op en daarboven zit een beschikbare premieregeling.'' In dat geval stelt de werkgever een premie beschikbaar. De beleggingsopbrengst van die premie is bestemd als aanvulling op het middelloonpensioen, maar er zijn ook pensioenregelingen die uitsluitend met beschikbare premies werken. De werknemer heeft dan geen zekerheid over zijn pensioen, want de opbrengst is afhankelijk van het beleggingsresultaat. Dit in tegenstelling tot eind- en middelloonregelingen, waarbij duidelijke toezeggingen worden gedaan over de hoogte van het pensioen.

In het algemeen geldt dat de combinatie van een lagere franchise en een hoger opbouwpercentage ervoor zorgt dat het voor de gemiddelde werknemer weinig uitmaakt of hij deelneemt aan een eindloon- of aan een middelloonregeling. Volgens actuaris Panneman pakt middelloon soms zelfs gunstiger uit. ,,Maar aanpassing van de franchise en het percentage is geen automatisme, dus het is belangrijk dat werknemers in de gaten houden of dit gebeurt'', waarschuwt Schols. Zij vindt middelloon eerlijker dan eindloon. Ze wijst erop dat in een middelloonregeling zowel de werknemers als de gepensioneerden als de slapers – mensen die ooit deelnamen aan een pensioenfonds en nu bij een ander fonds zitten of geen pensioen opbouwen – evenveel belang hebben bij indexatie van het pensioen. In eindloonregelingen hebben werknemers daar niet zo'n belang bij, omdat hun pensioen toch wordt afgeleid van hun laatste loon. ,,Bovendien maakt middelloon een einde aan de solidariteit met carrièremakers. Want het was toch niet rechtvaardig dat iedereen moest meebetalen aan hun hoge pensioen?''