Een beursconcurrent met 2 procent

De concurrentieslag tussen de beurzen is begonnen. Nederlandse aandelen zijn sinds maandag in Londen te koop. Euronext gaat de Britse effecten verhandelen. En de marktpartijen kijken lachend toe.

Nederlandse aandelen zijn op de Londense beurs nog niet erg in trek. De London Stock Exchange (LSE) verhandelt sinds maandag alle vijftig AEX- en Midkapfondsen. Marktpartijen hadden de beurs gevraagd dit te gaan doen, omdat ze Euronext te duur vonden. Ook hadden de computers van de fusiebeurs, waar de Amsterdamse beurs deel van uitmaakt, nogal eens kuren.

De Britten zagen hun kans schoon en stortten zich op de Nederlandse effectenmarkt. Met verlaagde tarieven proberen ze handelaren van Euronext Amsterdam weg te lokken. De LSE streeft ernaar eind dit jaar ongeveer eenderde van de handel in Nederlandse aandelen in handen te hebben. In deze eerste week bleef het marktaandeel zo rond de 2 procent.

Zowel Euronext als de LSE wil niet zeggen of ze tevreden zijn met de resultaten van de afgelopen week. ,,Het is daar nog te vroeg voor'', zeggen woordvoerders in koor. Volgens Thomas Nagtegaal, beursanalist bij de Rabobank, gingen de eerste dagen handel op de LSE niet zo goed. ,,Euronext houdt haar klanten bij zich.''

Euronext heeft dan ook niet stilgezeten. In januari van dit jaar werden de tarieven van de Euronext beurzen – in Amsterdam, Parijs, Brussel en Lissabon – gelijk getrokken. Volgens de beurs zijn klanten hierdoor gemiddeld 11,5 procent goedkoper uit. Vanwege de aanstormende LSE verlaagde Euronext de tarieven voor de handel in Nederlandse aandelen in april nog eens met ongeveer 30 procent. Daarbovenop komt sinds deze week een actie ter gelegenheid van het Europees kampioenschap voetbal: partijen die een actieve order plaatsen voor Nederlandse aandelen, krijgen 3 cent toe. Dit laatste lijkt de kansen van de LSE te verkleinen.

In de beurshandel wordt onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve orders. Handelaren kunnen via het computersysteem laten weten hoeveel aandelen ze van een bedrijf willen kopen of verkopen, en tegen welke prijs. Dit is een passieve order. Degene die dit bod vervolgens aanneemt, doet een actieve order. In tegenstelling tot Euronext, legt de LSE geld bij wanneer een handelaar een passieve order plaatst. Willem Meijer, directeur van SNS Securities en bestuurslid van de Vereniging van Commissionairs, legt uit: ,,Iedereen legt orders in bij de LSE, maar niemand neemt ze aan''.

Belangrijker dan lage handelstarieven, is dat de aandelenkoersen gunstig zijn. Dit wordt beïnvloed door de liquiditeit, de hoeveelheid geld die omgaat in de handel. Deze is op de LSE nog te klein, vertellen Meijer en Nagtegaal. Doordat in Londen niet genoeg wordt gehandeld in de Nederlandse effecten, is het verschil tussen de bied- en laatprijs (spread) groter dan in Amsterdam. Hoe kleiner de spread, hoe goedkoper de aandelen. ,,Een kip en ei-kwestie'', zegt Meijer. Als er geen liquiditeit is, komen er geen handelaren, komt er geen liquiditeit.

,,Het is moeilijk voor de LSE om liquiditeit af te pakken'', denkt Nagtegaal. Volgens hem zullen de marktpartijen er wel voor zorgen dat enige handel in Londen blijft plaatsvinden zodat de concurrentie blijft. ,,Als ze zien dat de LSE weinig krijgt, gaan ze er even op handelen. Ze zijn als de dood dat de LSE binnen no time afhaakt.''

Vooralsnog kunnen particuliere beleggers via hun banken nog niet handelen op de LSE. Volgens ABN Amro komt dit doordat de computersystemen voor particulieren en institutionele beleggers verschillend zijn. Het systeem voor particulieren is nog niet op de LSE aangesloten. Of dit nog gaat gebeuren, hangt af van de mate waarin de LSE de liquiditeit kan vergroten.

Of er in Londen wordt gehandeld of niet, aandelentransacties zijn de laatste maanden voor veel handelaren goedkoper geworden. ABN Amro zegt sinds de concurrentie is begonnen goedkoper uit te zijn. Profiteren de klanten ook mee van de verlaagde tarieven? Nee, dat niet.

Nagtegaal, die onder meer het aandeel Euronext in de gaten houdt, zegt dat de beurzen beter af zouden zijn als ze ieder bij hun eigen markt zouden blijven. Tot nu toe hebben de prijsverlagingen niet geleid tot meer transacties. Maar de strijd om de handel lijkt niet meer te stuiten. Eind vorig jaar begon de beurs in Frankfurt al met de handel in Nederlandse AEX-fondsen. Tot nu toe heeft de Duitse beurs hierin een marktaandeel van minder dan 1 procent, maar de situatie is anders dan bij Euronext en de LSE. Van de laatste twee fuseerden de divisies die de administratieve afhandeling van de transacties verzorgen. Frankfurt heeft een ander systeem, waardoor het handelen voor klanten daar meer aanpassingen vergt en duurder is.

Euronext gaat in de tegenaanval. De beurs heeft vorige week aangekondigd Britse effecten te gaan verhandelen. Het bedrijf zegt voor Britse marktpartijen goedkoper te zullen zijn dan de LSE.

Het vorige buitenlandse experiment van Euronext is nog geen succes. In maart begon het met het verhandelen van termijncontracten in Amerikaans geldmarktpapier als concurrent van de Chicago Mercantile Exchange. Daar is het nog niet gelukt 1 procent marktaandeel te veroveren. Maar er wordt geconcurreerd.