Democratie op een koopje past ons niet

Ik heb nooit met tinnen of plastic soldaatjes gespeeld, dus het gevoel van in de frontlinie staan of onderdeel zijn van een compagnie is mij geheel vreemd. Maar wat een Nederlandse soldaat voelt als hij bij het bouwen van een brug boosaardige blikken op zich afgevuurd krijgt lijkt me evident. Die blik die zegt: U bent hier ons vreemd. U bent hier niet welkom. U wilt ons helpen, maar wij willen uw hulp niet. Je haalt je schouders op en bouwt verder aan de brug. Sommige van die blikken werden echter kogels en daar begint de problemen. Moet je wel of geen onderscheid aanbrengen omwille van een hoger goed, humanitaire hulp genaamd.

Het schijnt toch mee te vallen, de ontvangst van de militairen in Irak. De gouverneur heeft ze gevraagd langer te blijven. De Irakezen zijn blijkbaar blij met wat ze krijgen. Dus concludeer je vanuit dat oogpunt dat weggaan net zoiets zou zijn als na het behalen van het Europees kampioenschap vriendelijk bedanken voor de beker. Misschien dat het voor het individu anders ligt.

Een soldaat moet leven met het feit dat hij er op een dag niet meer zal zijn, wie daarvan de rillingen over zijn rug voelt moet geen soldaat worden of zich duizend kilometer ver laten transporteren. Een deel van de betaling en charme zit `m in die riskante verplaatsing. Nu is er een dode gevallen en er zullen er, zoals de zaken nu gaan, misschien meer vallen. Humanitaire hulp heeft zijn prijs. Gek genoeg zijn het vooral de politici die hier wakker van liggen. Hollandse politici die in een democratie op een koopje geloven. Op zich zouden dit geen slechte politici in andere landen zijn: we zouden er om kunnen lachen, leedvermaak is tenslotte onderdeel van ons nationaal erfgoed. Maar helaas, omdat het onze politici zijn nemen we ze voorlopig serieus.

Het zou pas echt van moed getuigen als de politici besluiten om juist meer soldaten te sturen, om een teken te geven dat ze deze taak zeer serieus nemen en niet om Amerika te plezieren of de Irakezen. De Irakezen zullen meer bezig zijn met de vraag hoe ze de nare weken doorkomen dan of het wel of niet ethisch verantwoord is hulp van de Holandien aan te nemen. Nederland kan hiermee bewijzen dat ze werk maakt van toewijding aan een serieus te nemen zaak.

Kinderen spelen niet omdat ze afleiding nodig hebben, maar omdat ze zich zo concentreren. Kijk maar naar een kind dat met speelgoed speelt, of het nu tinnen soldaatjes zijn of het schaakspel. Alle aandacht gaat in die toewijding zitten. Het zou de politici sieren als ze zich minder als een ratelslang gedragen die door een wolf is gebeten, maar iets van de waardigheid en toewijding van dat met soldaatjes spelende kind gaan vertonen. Misschien dat deze natie op die manier van haar kinderachtige instelling afkomt, als het de Irakezen niet baat dan kunnen we nog altijd zeggen, hoe minimaal het ook is, dat we alles hebben geprobeerd dat in onze macht lag.

Abdelkader Benali is schrijver.