Deel EU: hardere aanpak misdaad

De Benelux, Duitsland en Oostenrijk willen DNA-profielen, vingerafdrukken en persoonsgegevens uitwisselen om grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale immigratie te bestrijden.

De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van deze vijf landen hebben daartoe gisteren in Brussel een verklaring ondertekend. Deze `Schengen-III'-verklaring moet later dit jaar uitmonden in een samenwerkingsverdrag. ,,De misdaad is in toenemende mate grensoverschrijdend'', zei de Nederlandse minister Piet Hein Donner. ,,Dus moet je die ook grensoverschrijdend bestrijden''.

De vijf landen willen de bestaande samenwerkingsverbanden – in EU- en Schengenverband – verder verdiepen. Zeker na de aanslagen in Madrid, in maart, wordt daar in Europees verband harder aan gewerkt dan voorheen. Maar in een Europese Unie van 25 lidstaten verloopt de besluitvorming traag, zei de Belgische minister Patrick Dewael. En niet elk land houdt zich even goed aan de bestaande afspraken. ,,Daarom hebben we een kleinere groep gevormd. Zo kun je sneller opschieten. Wij zijn wegbereiders. Ik hoop dat andere landen zich hierbij aansluiten''. Frankrijk, dat aanvankelijk mee zou doen, trok zich op het laatste moment terug.

De ministers onderhandelen nog over de precieze inhoud en over de juridische en politieke haalbaarheid van de maatregelen. Uit de korte verklaring blijkt wel dat zij onder andere gewapende agenten min of meer automatisch op elkaars grondgebied willen laten opereren, een databank voor vingerafdrukken willen opzetten en sky marshalls op bepaalde passagiersvluchten willen meesturen. Bij grote evenementen willen zij informatie uitwisselen over bepaalde personen en dreigingen.

Ook rept de verklaring van `terrorismebestrijding door middel van opsporing op basis van profielen'. Volgens een politiebron gaat het om Rasterfahnung, een methode die Duitsland toepast maar in andere landen omstreden is (iedereen die in het profiel van past, kan dan verdacht zijn). Medewerkers van enkele ministers weerspreken dit. Aan de bestaande privacy-wetgeving, zeggen zij, wordt niet getornd.