De blunder van God

Over de natuurlijke toestand van de mens dachten de Verlichtingsdenkers verschillend. Zo zag J.J. Rousseau in de natuurmens de vrije en gelukkige mens: ,,De mens wordt vrij geboren en is alom geketend.'' Een eeuw later impliceerde dit politiek-filosofische naturalisme bij Karl Marx een vurig verlangen naar het communisme van `de oermens'. Hiermee bedoel ik het verlangen naar de mens die héél lang geleden nog een lief engeltje was. Misschien zo lief en onschuldig als Adam? Hij was in ieder geval als enkeling een engeltje, totdat hij een vrouw kreeg. Toen onstond er een probleem. Niet zozeer omdat de vrouw per definitie gevaar betekent. Het probleem begon, althans voor God, op het moment dat de mens niet langer een enkeling was.

Sinds er mensen zijn, zijn ze verzeild geraakt in een dramatisch avontuur: ze gingen zich bemoeien met de gang van zaken in de natuur, elkaar doden, beminnen en bestelen.

Sinds de Schepper uit deze enkeling de mensheid heeft geschapen, moet Hij een ongelooflijk trauma hebben opgelopen. Wat een eeuwige blunder! Was het niet redelijker geweest om bij Adam op te houden met scheppen en gewoon te genieten van het oerwoud met daarin één mens? Nee, de Schepper hield evenveel van avontuur als wij en veranderde al het fictieve in werkelijkheid.

Ik zou God wil meenemen naar Irak, natuurlijk met permissie van Allah, om Hem te laten zien hoe pijnlijk en destructief het avontuur van de mensen is. De onbeweeglijke beweger zit echter altijd op zijn troon. We zouden Hem daarom een exemplaar van Leviathan, het boek van Thomas Hobbes, moeten toesturen. Hobbes meende de ziel van dat engeltje beter door te hebben dan de Schepper. De mens is minder onschuldig dan wij denken. Twee mensen worden elkaars vijanden, als zij dezelfde zaak begeren waarvan zij beiden niet tegelijk kunnen genieten. Dit wederzijdse wantrouwen leidt ertoe dat men de ander een slag vóór wil zijn. Hieruit volgt de Hobbesiaanse toestand waarin mensen, die niet onder een gemeenschappelijke macht leven, de oorlog van allen tegen allen beginnen.

Ook Paul Bremer had Hobbes moeten lezen en een beetje zijn verbeeldingskracht moeten aanwenden, voordat hij het Iraakse leger, de politie en de gemeenten wilde opheffen. Dan had hij snel kunnen inzien dat in Irak, door de val van een bijna onsterfelijke `God', namelijk Saddam Hussein, de oorlog van allen tegen allen dreigt aan te vangen. Ik vrees dat Paul Bremer en andere Amerikanen, onder druk van sommige Europeanen en vele Arabieren, nu neigen naar het Hobbesiaanse antwoord: dan maar de macht aan één persoon overgedragen. Volgens Hobbes noemen we de menigte die nu in één persoon is verenigd, een staat: ,,[...] Dit is de geboorte van de grote Leviathan, of liever gezegd (om ons eerbiediger uit te drukken), van de sterfelijke God, aan wie wij onder de onsterfelijke God onze vrede en veiligheid danken''.

Leviathan is het onoverwinnelijke monster uit het Bijbelboek Job en is, volgens God, gemaakt om geen schrik te kennen. Moeten de Amerikanen in Irak Leviathan opwekken? Is er een reele mogelijkheid dat de oorlog van allen tegen allen in Irak zal uitbreken? Ja, helaas. Omdat er nu al gewapende groepen zijn die een gemeenschappelijk doel begeren. Elk van hen wil de soeverein van het Iraakse volk zijn: ten eerste zijn er de shi'ieten van Muqtada Sadr, die door Rafsanjani (oud-president van Iran) als helden worden gezien. Sadr ondermijnt het gezag van de grote Ayatollah Al Sistani en dit komt de geestelijke machthebbers van Iran goed uit, omdat anders de stad Najaf weer het natuurlijke centrum van de shi'ieten zal worden. Deze dreigende concurrentie met Qum in Iran, het huidige centrum van de shi'ieten, tast het geestelijke leiderschap aan van de machthebbers in Teheran.

Dan zijn er de shi'ieten van Hakims beweging. Hakims mensen zijn in Iran getraind om ooit in Irak een marionettenstaat te vormen.Ten derde zijn daar Al-Qaeda en de `Saddamisten' die in Falluja onder leiding staan van Abu Osama, een generaal van Al-Qaeda. Maar in heel Irak wordt Al-Qaeda aangevoerd door Al Zarqawi. En de kans is groot dat ná het uitbreken van zo'n oorlog deze Saddam-aanhangers zich zullen afscheiden van Al-Qaeda.

Dan zijn er nog de communisten, liberalen, nationalisten en andere seculiere bewegingen die zich uiteindelijk met wapens zullen verdedigen. En het is onvermijdelijk dat de Koerden en Turkmenen op den duur ook bij deze oorlog betrokken raken, samen met andere bewegingen, afkomstig uit Saoedi-Arabië en Syrië.

Is deze Babylonische warboel nog te voorkomen? Heeft Europa een plicht en belang bij het voorkomen van de oorlog van allen tegen allen in Irak? Het is te hopen dat onze politici en denkers zich uiterst zorgvuldig met deze vragen willen bezighouden. De tekenen zijn erg slecht. Iedereen roept maar wat, zonder goed na te denken. Sommige politici denken dat ze nog steeds in een vóóroorlogse toestand verkeren, waardoor ze zich niet los kunnen maken van de emoties over de vraag of de oorlog al dan niet moet worden gevoerd. Maar de oorlog is al gevoerd, het gaat nu om een nieuwe oorlog.

De oorlog tegen Saddam is voorbij, we moeten nu gaan delibereren over een aanstaande oorlog die lang kan gaan duren; die het machtsevenwicht in de hele islamitische wereld zal verstoren; die onvermijdelijk negatieve gevolgen voor de wereldeconomie zal hebben, en die misschien via Turkije Europa kan bereiken.

Deze Hobbessiaanse toestand moeten we wijs en vastberaden tegemoet treden. Irak schippert nu nog tussen hoop en wanhoop.