`David had koehoorn in de hand'

Aan de facelift van de David van Michelangelo gingen elf jaar studie vooraf. Willem Dreesmann, die met zijn stichting Ars Longi de helft van de restauratie financierde, vertelt erover.

Deze week is de opgefriste David van Michelangelo aan de wereldpers gepresenteerd. Het wellicht beroemdste beeld ter wereld heeft volgens de kenners een heuse verjongingskuur ondergaan. ,,De David, zoals Michelangelo hem wilde'', zo kopte de belangrijkste krant in Italië, de Corriere della Sera. ,,We hebben hem schoongemaakt als een kind'', zo citeerde la Repubblica restauratrice Parnigoni die na bijna negen maanden poetsen geëmotioneerd het resultaat presenteerde.

Achter de schermen van deze veel besproken ,,facelift'' speelde een Nederlander een cruciale rol. Willem Dreesmann, telg uit het Dreesmanngeslacht van de grootwinkelketen V&D. Hij kwam op het idee om de David schoon te maken en betaalde met zijn stichting Ars Longa de 200.000 euro die de restauratie heeft gekost. Een andere stichting, Vrienden van Florence, bracht een vergelijkbaar bedrag in voor de wetenschappelijke onderzoeken die aan de poetsbeurt vooraf gingen.

Dreesmann studeerde kunstgeschiedenis en Japans en is sinds 1989 betrokken bij de restauratie van beelden van Michelangelo in Florence. Inmiddels heeft zijn stichting Ars Longa bijgedragen aan de restauratie van negen beelden, waaronder zeven van Michelangelo.

Dreesman legt telefonisch uit wat zijn rol is geweest bij de restauratie. ,,Toen ik de beelden van Michelangelo in Florence in 1989 bezocht, viel me op hoe vies ze waren. Ze zaten onder het stof en vuil dat door de vochtige lucht aan het oppervlak was gaan kleven. Op mijn vraag of ze wel eens werden schoongemaakt, keken medewerkers van het museum me verbaasd aan. Nooit. Dat bracht me erop om een voorstel te doen voor de schoonmaak van de David. De eerste officiële correspondentie hierover tussen onze stichting Ars Longa en de kunsthistorische autoriteiten in Florence dateert van 1991.''

Na jaren van vooronderzoek kon de wasbeurt vorig jaar september beginnen. Dreesmann volgde de werkzaamheden op de voet. ,,Ik heb urenlang geobserveerd hoe restauratrice Parnigoni te werk ging. Met een vergrootglas mocht ik bekijken hoe het oppervlak er voor en na behandeling uitzag. Vooraf zag je allemaal stofdeeltjes en vuil in de poriën zitten die nadien waren verdwenen.''

Dreesmann zorgde onder meer voor het Japanse papier dat bij de restauratie is gebruikt. ,,Dat heb ik zelf uit Japan gehaald. Het is een bruin vezelrijk papier gemaakt van de schors van de moerbeiboom. Nat gemaakt heeft het als eigenschap dat het precies de vorm van het oppervlak van het beeld aanneemt.''

Tegen dat papier werd een pap van klei gesmeerd die fungeerde als een soort spons die het oppervlak van het beeld goed bevochtigde. Na vijftien minuten werd het kompres eraf genomen. Dreesmann: ,,Daarna verwijderde Parnigoni millimeter voor millimeter het vuil met een soort grote watstaafjes, watten die ze op een stokje bevestigde.''

Het is over deze natte schoonmaaktechniek dat voorafgaande aan de restauratie vorig jaar een heftige polemiek uitbrak. De gerenommeerde Amerikaanse kunsthistoricus James Beck van de Columbia University in New York vreesde dat de natte techniek de David zou beschadigen en verzamelde 39 handtekeningen van kunstkenners die in een petitie aandrongen op vervolgonderzoek.

Dat ging de Italianen te ver. Franca Falletti, directrice van de Galleria dell'Academia in Florence waar de David staat, verwees het voorstel naar de prullenmand met de opmerking: ,,Wij Italianen accepteren geen enkele bemoeienis van niemand als het gaat om de wetenschap van de conservering en restauratie van kunst. Nota bene het enig overgebleven ambacht waarin we wereldwijd onverslaanbaar zijn.''

Dreesmann zocht de kritische Amerikaanse hoogleraar in New York op om hem te overtuigen. ,,Ik heb daar drie uur met Beck gesproken. Ik heb hem gevraagd om me zijn kritiek recht voor zijn raap te verwoorden. Vervolgens heb ik heel gedetailleerd uitgelegd hoe de restauratie verliep. Beck is daarna in januari nog komen kijken en heeft zijn kritiek vervolgens gewijzigd. Achteraf kun je zeggen dat Beck geen specifieke kritiek had, maar dat hij op de noodknop had gedrukt zonder zich eerst goed te informeren.''

Gedurende de vele uren die hij doorbracht bij de restauratie van de David zegt Dreesmann nog een ontdekking te hebben gedaan. ,,In heel veel boeken staat dat David een steen in zijn rechterhand heeft. De steen die hij naar Goliath zou hebben geslingerd. Toen ik op de steiger stond, zag ik echter dat het geen steen maar een koehoorn is die waarschijnlijk als handvat heeft gediend van de slinger waarmee hij de steen lanceerde. De houding van de David is dus eeuwenlang verkeerd geïnterpreteerd.''