Blijven en het beste ervan maken

Het zou ronduit verbazingwekkend zijn, als de Nederlandse regering nu een einde zou maken aan haar steun voor de Amerikaanse bezetting van Irak. Zij heeft de Amerikaanse aanval op en de bezetting van Irak immers vanaf het eerste moment onvoorwaardelijk gesteund. Lang voordat er sprake was van resolutie 1441 had de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, al verklaard dat de regering van mening was dat de Verenigde Staten ook zonder een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad gerechtigd waren Irak aan te vallen.

Na de val van Saddam Hussein heeft Nederland zijn steun geconcretiseerd door op beperkte schaal deel te nemen aan de bezettingsmacht. Die steun nu te beeïndigen, zou getuigen van inconsistent beleid en de situatie in Irak er niet beter op maken. Het gaat er nu in Irak immers om het beste te maken van een weinig belovende situatie.

Opvallend was weer wel dat minister Bot zich onmiddellijk uiterst tevreden verklaarde met de tekst van de resolutie die de Verenigde Staten en Engeland bij de Veiligheidsraad hebben ingediend ten behoeve van de internationalisering van de bezetting. Waarom niet wat

terughoudender gereageerd, teneinde zo samen met anderen druk op de Amerikanen uit te oefenen om wat meer duidelijkheid te verschaffen over de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak in de komende jaren?

Dat het nu onverstandig en onelegant zou zijn een eind te maken aan de Nederlandse aanwezigheid in Irak, wil niet zeggen dat die aanwezigheid als zodanig verstandig is. Nederland had nooit aan dit avontuur moeten beginnen. Voor het Amerikaanse optreden tegen Irak waren geen overtuigende redenen en het is dan ook terecht niet gelegitimeerd door de Veiligheidsraad. Alleen al op die gronden is de Nederlandse deelname aan deze even onzinnige als overbodige onderneming in strijd met de uitgangspunten van onze buitenlandse politiek.

De Nederlandse regering zal zeker beweren dat zij er pas achteraf achter is gekomen dat de belangrijkste argumenten voor de aanval op Irak, de massavernietigingswapens en de contacten met Al-Qaeda, niet juist bleken te zijn. Deze bewering is echter aantoonbaar onjuist.

Iedereen die bij zijn volle verstand was en de internationale kranten enige tijd met aandacht had gelezen, kon weten dat de argumenten die de Amerikanen gaven óf onjuist óf van dubieuze kwaliteit waren. Irak vormde geen directe bedreiging voor de regio, laat staan voor de wereldvrede. Dat de Nederlandse regering zich kritiekloos heeft laten meeslepen door de Amerikaanse oorlogsretoriek, valt haar in hoge mate te verwijten.

Maarten van Rossem is historicus.