Beuningen-Afferden

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Gelderland.

Aan de gevel van een Beuningse bouwval – gebladder, gesplinter, onkruid en roest – fladdert een blauw laken, dat nu een spandoek is:

`Gemeente Beuningen krijg de kolere,

wij zijn niet te beheren'

Er doemt een beeld op van een kraakvergadering bij waxinelicht, in de onttakelde keuken van het tot voor kort enige leegstaande pand van Beuningen. Kleren en de hond zijn zwart, gezichten krijtwit. Wijken voor het Beuningse gezag? Nooit. En nu de Zin. Op rijm. Met een hef-túg scheldwoord, om ze te shocken. Metrisch kreupel? Fuck you!

Actie voeren moet je leren. Zonder namen noemen gaat het niet. De wethouder, de burgemeester, de politiechef, hun gaat dit niet aan, met die aanhef: `Gemeente Beuningen'.

Snoezig.

In gedachten lopen maakt blind. Ineens sta ik in het natuurgebiedje dat `Roodslag' heet. Het is een weelderig essenbos, met het voornaamste pad in gotische snit: de essenkruinen vervlochten zich tot een spitsbogen-dak. De essenstammen worden omarmd door struiken en halmen, door eikentwijgen, varens, pluimen, brandnetels in zachtgroene cocktailjurkjes. Het kleefkruid sluipt overal tussendoor.

We klimmen de dijk op. Onder plompe wolkenschaduwen en verwaaiend zonlicht kabbelt de Waal langs strandjes, om langwerpige, weelderig begroeide eilandjes en rond de boeg van de gestrekte vrachtschepen.

Man hoort een fazant, ik zie een egaal roodbruine stier. Nee, vijf egaal roodbruine stieren, ze maken in een deinende colonne een voettocht door de uiterwaard. Het doel is de Willem Alexanderbrug. Beetje luidruchtig, met al dat verkeer boven je kop, maar daaronder moet het gras heerlijk zijn.

,,Zit daar een haas? Of is het een paaltje?'' Man tuurt, dat staat hem goed. ,,Een haas.'' Ik tuur ook, met traanogen. ,,Nee, het is toch een paaltje.'' Het paaltje springt weg. Een konijn.

De route voert nu eens achter de dijk en dan weer erbuiten, door de uiterwaarden. Achter de dijk rust een gebied met fruitgaarden, met het witte Ollie B. Bommel-landhuis Doddendael en ronde, vaak volgegroeide plassen (,,wielen'', doceert man). Erbuiten is ruig weidelandschap, met lang gras en korte wilgen.

,,Hé, een ooievaar.'',,O ja.'' ,,Hij zit wel erg stil.'' ,,Hij beweegt, hoor.'' ,,Ja?'' Een windwijzer.

Dicht langs de Waal liggen her en der bakstenen in de wei. Weggesmeten, of het resultaat van een ruzie. Of op drift geraakt toen het terrein van de steenfabriek ondergelopen was.

Man wijst. ,,D'r zit daar een poesje, een zwart poesje.'' Ik houd van poezen, dat weet hij. ,,Ach, wat lief.'' Het poesje vliegt op. Het is een kraai.

15 km. Kaarten 2 t/m 5 uit: Streekpad Nijmegen. Uitg. Wandelplatform-LAW 1999. Bus 85

verbindt Afferden

(halte Klapstraat) met Beuningen (halte Kerk). Inl. www.9292ov.nl of tel. 0900 9292.

    • Joyce Roodnat