Het nieuws van 29 mei 2004

Briljante pop

Popgroep The Magnetic Fields is een van de vele muzikale uitingen van Stephin Merritt, de Newyorkse zanger en liedjesschrijver die zich een `bubblegum purist' noemt en die Abba beschouwt als het beste dat de pophistorie heeft voortgebracht. Op grond van het voorlaatste, drie cd's beslaande album 69 Love Songs werd Merritt uitgeroepen tot `de Cole Porter van zijn generatie', met verwijzing naar de ambachtelijke kwaliteit van liedjes die zowel teruggrijpen op het rijke musicalverleden als de weidse productietechniek van popgenie Phil Spector, met hier en daar een vleugje lo-fi. Omdat Merritt zijn creatieve inspanningen spreidt tussen nevenprojecten The 6ths, Future Bible Heroes, filmsoundtracks en nieuwgecomponeerde muziek bij eeuwenoude Chinese opera's, heeft het vijf jaar geduurd voordat hij aan een nieuw Magnetic Fields-album toekwam. Net als het geheel aan de liefde gewijde 69 Love Songs is i opgezet als een samenhangende verzameling liedjes, met titels die dit keer allemaal met de hoofdletter `I' beginnen. Meestal is dat het Engelse `I' in de eerste persoon enkelvoud, maar Merritt haast zich erbij te vermelden dat autobiografisch realisme hem minder interesseert dan het fictieve scenario dat je in een beknopte popsong kunt ontvouwen. De statige cello en de voorooorlogse radiostem van openingsnummer `I die' zetten de toon voor een veelzijdige popplaat, die een scala van stijlen en emoties bestrijkt. De liefde is nog steeds Merritts voornaamste preoccupatie. `I don't believe you' en `I thought you were my boyfriend' zijn exercities in romantische wegwerppop, `I wish I had an evil twin' spot met de luchtigheid van het medium en `In an operetta' voert met walstempo en klavecimbel terug naar tijden van hoofse liefde en gepoederde pruiken. i bevat veertien van dergelijke briljante vingeroefingen in tijdloze pop, gezongen met een diepdonkere stem die even makkelijk relativeert als ontroert.

Starobin wil de duivel met Beëlzebub bestrijden 2

Paul Starobin meent dat we aan het begin van een autoritair tijdperk staan. Sterker, hij pleit ervoor. Hij doet dat op gezag van de 17de-eeuwse politiek filosoof Thomas Hobbes en onder verwijzing naar de nood der tijden, de blijkbaar inefficiënte bestrijding van het islamitisch terrorisme in de hedendaagse parlementaire democratie.

Het lijkt erop dat hij de duivel met Beëlzebub wil bestrijden. Immers, de heerser in Hobbes' Leviathan is een tiran die beschikt over alle wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, die naar eigen goeddunken over leven en dood gaat en over het recht van vrede en oorlog, en die de natie in een permanente uitzonderingstoestand doet verkeren. Het Irak van Saddam Hussein was het perfecte voorbeeld.

Starobin laat op deze wijze kiezen tussen het risico op de dood door een incidentele bom van de moslimterrorist en de beulswillekeur van de soeverein en hij kiest dan voor het laatste.

Maar met behoud van de burgerlijke vrijheden en de parlementaire democratie zijn andere effectieve maatregelen denkbaar en in uitvoering, die liggen in de opsporings- en inlichtingensfeer. Het Amerikaanse optreden in het Midden-Oosten kan zelfs beschouwd worden als een poging het terrorisme bij de bron aan te pakken, een vorm van vooruitgeschoven homeland security, om onlust en onrust in eigen land voor te zijn. Het autoritairder wordende Rusland van Poetin dat door Starobin als voorbeeld wordt aangehaald, is niet gevrijwaard gebleven van aanslagen. Integendeel.