Winst uit een ander vaatje

Een pensioenfonds met poen is een kapitaal genoegen. Voor werknemers en gepensioneerden, maar zeker ook voor de gelieerde onderneming, die doorgaans twee derde van de pensioenpremie betaalt. Pensioen geldt als de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde.

Hoe sterker de financiële positie van een pensioenfonds, hoe groter de kans dat de werkgever een korting op de pensioenpremie kan bedingen. In de jaren negentig, toen de aandelenkoersen door het dak gingen en de pensioenfondsen met hun beleggingen ware poenscheppers bleken te zijn, waren lagere premies schering en inslag. Soms werden de premies zelfs tot nul verlaagd.

Bierbedrijf Heineken was zo'n stille genieter, die als werkgever een pensioenpremie betaalde die onder de kostprijs lag. Toen kwam de beurskrach van 2001, die van 2002, de pensioencrisis, het verscherpte toezicht op de pensioenwereld en eind 2002 bleek het pensioenfonds van Heineken een tekort te hebben.

Geen nood. Werkgever Heineken leende zijn pensioenfonds 160 miljoen euro, die het fonds dankzij de gemaakte afspraken bij zijn vermogen mag optellen. Weg acuut tekort. Het pensioenfonds hoeft overigens geen rente te betalen over de lening, die ook geen afloopdatum heeft.

Maar de lening doet meer dan alleen het vermogen van het pensioenfonds opvijzelen. Uit het onlangs verschenen jaarverslag van het pensioenfonds over 2003 blijkt dat een deel van de lening ook bedoeld is om de te lage pensioenpremie aan te vullen. Verder is een deel van de lening gebruikt om de jaarlijkse prijscompensatie (indexatie) voor de gepensioneerden te betalen. Deze verkapte aanvulling van de werkgever op de pensioenpremie en diens bijdrage aan de indexatie voor de gepensioneerden tellen op tot 47 miljoen euro.

Dankzij de gekozen constructie met de verstrekte lening van 160 miljoen euro zijn deze inkomsten voor het pensioenfonds geen bedrijfskosten voor Heineken. De aandeelhouder van Heineken ziet alleen de lening.

De pensioenkosten die Heineken in zijn jaarverslag zet, zijn vorig jaar `maar' met 7 miljoen euro gestegen naar 118 miljoen euro. Zou Heineken de extra pensioenpremie en de prijscompensatie wel zelf als kosten hebben geboekt, dan was de nettowinst van het concern in 2003 niet een klein beetje (met 3 miljoen euro) gestegen, maar gewoon gedaald.

In de hausse kon Heineken zijn pensioenfonds als winstbron gebruiken. Maar ook nu het tegenzit blijven de pensioenen de resultaten smeren. Zoals het concern vroeger zelf in zijn reclames al zei: Heineken refreshes the parts other beers cannot reach.