`We hebben toch niets meer te verliezen'

China's steden groeien en bloeien, maar hoe is de situatie in het achterland? Onze correspondent is er per auto op uit en stuit op de macht van de lokale partijbonzen.

We vorderen langzamer dan gedacht, want onderweg stuiten we op een eindeloze serie wegwerkzaamheden. Yulin bereiken we daarom niet, maar tussen Dingbian en Jingbian in de provincie Shaanxi vinden we onderdak in een klein hotel waar we in tegenstelling tot overal elders niet van tevoren hoeven te betalen, en waar ze ook onze paspoortnummers niet noteren.

,,Zijn jullie journalisten?'', vraagt eigenaresse Zheng Yan als we haar uitgebreid ondervragen over het gebied waar ze woont. ,,Dan heb ik jullie iets te vertellen'', besluit ze, terwijl ze een korte blik wisselt met haar buurvrouw Li Guilian. Durven ze dan ook met hun naam in een buitenlandse krant? ,,Waarom niet? We hebben toch niets meer te verliezen.'' Dan barsten de vrouwen los met een klacht over de secretaris van de communistische partij van het gebied waar ze wonen, verreweg de machtigste man van het district.

,,De partijsecretaris heeft ons gestimuleerd om te investeren in een boerenmarkt. Als wij de gebouwen zouden neerzetten, dan zouden er met steun van de overheid ook wel huurders voor de winkels te vinden zijn. Wij hadden daar wel oren naar, want als je de steun van de overheid hebt, dan gaan er veel deuren voor je open. Omdat we niet zo veel geld hadden, wilden we alleen niet meer dan twee verdiepingen hoog bouwen. Dat vond hij niet genoeg, dus met zijn aandringen werden het er toch drie'', zegt Zheng, die vertelt dat de overheid geen cent subsidie in het hele project heeft gestopt. ,,We hebben met vijf families veel geld geleend van de banken en van onze familieleden, maar toen het gebouw er eenmaal stond, mochten we de ruimtes opeens toch niet meer verhuren.''

Dat kwam doordat de partijsecretaris inmiddels was gepromoveerd naar een functie in de grotere plaats Mizhi. Zijn opvolger zag helemaal geen heil in een boerenmarkt. Even verderop zat namelijk ook al zo'n markt, en twee markten leek hem gewoon te veel van het goede. ,,Dat kan wel zijn, maar dat hadden ze dan eerder moeten bedenken. Nu zit al ons geld in dit gebouw, en dat krijgen we er zo nooit meer uit'', zegt mevrouw Li, die erover klaagt dat ze nu geen contanten meer heeft om haar vier kinderen naar school te sturen.

De vrouwen lieten het er niet bij zitten, en besloten de winkelruimtes toch te verhuren. Maar dat stond de politie niet toe. Beide vrouwen werden in de plaatselijke gevangenis opgesloten. ,,We waren veroordeeld tot 15 dagen cel, maar dat vond zelfs de partijsecretaris te gek, dus na zes dagen zijn we zijn door zijn persoonlijke tussenkomst vrijgelaten'', zegt Zheng, die als boerenvrouw nooit heeft leren lezen of schrijven.

De vrouwen zijn de vorige partijsecretaris achterna gereisd om te zien of hij hen soms nog wilde helpen, maar dat heeft niets opgeleverd. ,,Hij geeft ons wel gelijk, maar de nieuwe secretaris luistert gewoon niet, want hij is nu de baas'', aldus Zheng in de eetzaal van haar hotel, die uitkijkt op het gemeentehuis. Het gemeentehuis is het meest luxe gebouw van het district. ,,Het gebouw is mooi. maar als je iemand van de gemeente wilt spreken, dan is dat bijna onmogelijk. Ze hebben zo'n tachtig man in dienst, maar de meesten komen niet naar hun werk. Per dag zijn er maar zes of zeven mensen aanwezig, ze werken in wisseldiensten.''

Het is niet de eerste keer dat Zheng financiële schade lijdt door het beleid van haar overheid. In 1993 werd er in het gebied olie gevonden. Sindsdien staan er verspreid door het land overal jaknikkertjes die de olie op kleine schaal naar boven halen. Tot vorig jaar was de oliewinning in handen van de plaatselijke bevolking, die de olie voor eigen rekening mocht verkopen.

Ook Zheng had haar eigen jaknikker. ,,We hadden een vergunning van de plaatselijke overheid, dus we hebben veel geld in machines geïnvesteerd. Maar toen heeft de nationale overheid dat verboden, en onze bedrijfjes zijn genationaliseerd. We kregen wel wat compensatie, maar niet genoeg. Het enige dat we er echt aan hebben overgehouden is vervuild, bitter water waarvan onze gewassen sterven'', zegt Zheng, terwijl ze bij de afvalbergen voor de dichtgetimmerde winkeltjes van de boerenmarkt staat.

Eerdere delen van deze serie zijn te lezen op www.nrc.nl