Troepenhandhaving

In zijn column van 27 mei pleit J.L. Heldring voor de handhaving van onze militaire aanwezigheid in Irak. Hij voert daarbij als argument aan dat wij voor het oog van de wereld, destijds in Srebrenica, gezichtsverlies hebben geleden. Wij zouden dit alleen enigszins kunnen herstellen door onze bijdrage in Irak te continueren. Dit is als argument al nauwelijks verdedigbaar, maar in de laatste alinea wordt bijna aanbevolen dat er meer slachtoffers zullen vallen ,,dan die ene gesneuvelde'', omdat Nederland dan pas ,,de wereld weer recht in de ogen kan zien''.

Afgezien van de volstrekte ongepastheid van deze laatste redenering acht ik het in het algemeen onjuist om de positiebepaling omtrent troepenhandhaving in Irak op enigerlei wijze te relateren aan de Nederlandse verrichtingen in Srebrenica.