Treintjes voerden turf aan in Erica

Erica is meer dan een meisjesnaam. Het is ook de naam van een heideplantje. Naar dat heideplantje is weer een plaats in Drenthe genoemd.

En bij die plaats met ruim 4.800 inwoners ligt een voormalige turfstrooiselfabriek.

In de negentiende eeuw begonnen ze her en der in Drenthe de veengebieden af te graven. Turf was namelijk een uitstekende brandstof. Het waren een paar Amsterdammers die in 1850 als eersten in de zuidoosthoek van Drenthe, vlakbij Duitsland, het veen lieten afgraven. De eerste arbeiders, afkomstig uit Slagharen, woonden nog in plaggenhutten, maar in de loop der jaren ontstond een dorp met echte huizen. Het was de gewoonte om zo'n plaats te noemen naar de stad of plaats waar de eerste bewoners vandaan kwamen – zo waren naburige plaatsen als Nieuw Amsterdam, Nieuw Dordrecht en Nieuw Schoonebeek aan hun naam gekomen. Maar in dit geval werd het geen Nieuw Slagharen, want de toenmalige burgemeester van Emmen besloot in een romantische bui het dorp naar het plaatselijk veelvoorkomende heideplantje te noemen.

Begin twintigste eeuw kwam het gebied in handen van de Limburgse familie Van der Griendt. Aan het Dommerskanaal liet de door hen opgerichte Griendstveen Maatschappij tussen 1909 en 1914 twee fabrieken voor de verwerking van de turf bouwen. Aan de buitenkant waren de gebouwen van baksteen, maar van binnen waren ze van beton – turf was immers zeer brandbaar en ieder risico op brand moest worden voorkomen.

In de fabrieken bij Erica verwerkten ze de turf niet tot brandstof, maar tot turfstrooisel, dat door boeren en tuinders als een soort kunstmest gebruikt kon worden.

De turf werd aangevoerd met kleine treintjes. Speciaal hiervoor was een achttien kilometer lang smalspoor aangelegd. Iedere ontginningsmaatschappij in het gebied had zijn eigen spoorbreedte, zodat de sporen elkaar wel konden kruisen, maar de treintjes niet op het spoor van de concurrent konden komen.

Begin jaren tachtig was het afgelopen met de vervening en dus met de fabrieken. Een van de twee ging snel tegen de grond. Vrijwilligers hebben voorkomen dat ook de andere fabriek en de ernaast gelegen treinremise gesloopt werden. Dankzij hen zijn beide gebouwen nu rijksmonument en zit hier nu al bijna twintig jaar het Industrieel Smalspoor Museum.

Jaarlijks ervaren ongeveer achtduizend bezoekers dat de Drent, die volgens het opschrift op een oude kruik `uit turf, jenever en achterdocht' werd 'gewrocht', hier open en vriendelijk is. De deelnemers aan de Drentse Fiets Vierdaagse hebben het museum vanwege de gastvrijheid van de vrijwilligers dan ook al eens uitgeroepen tot `beste controlepost'.