Trage metamorfose van NAVO

De NAVO heeft materieel en mankracht tekort voor de Afghaanse missie. Hoe staat het met de vaak beloofde hervormingen? Een bericht vanuit het Amerikaanse NAVO-hoofdkwartier voor `transformatie'.

Op de kades en in de dokken van de Amerikaanse marinebasis in Norfolk is goed te zien dat de aanvoerder van de NAVO in oorlog is. Op hun hoede voor zelfmoordaanslagen volgen wachtposten op afgemeerde grijze torpedobootjagers met hun mitrailleurs alle passerende vissersboten en plezierjachten. Niet alleen zijn ze op verre fronten in gevecht, ook thuis houden de Amerikaanse strijdkrachten overal rekening mee.

Aan zo'n slagvaardigheid ontbreekt het de logge NAVO als geheel nog steeds, liet secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer deze week weten. Ondanks alle goede voornemens. Kijk naar de NAVO-missie in Afghanistan: daar konden de Europese landen de afgelopen maanden uit een totaal van zeker 1.400 helikopters er met moeite 14 vrijmaken. Het ronselen van materieel en mankracht is voor die missie zo'n probleem dat De Hoop Scheffer onder meer zint op de vorming van een een pool van middelen.

Hoe staan de vaak beloofde hervormingen van de NAVO ervoor? De `transformatie' die van de NAVO een wereldwijde geoliede militaire machine moet maken is sinds vorig jaar juni in handen van het Allied Command Transformation, ACT, in Norfolk in de Amerikaanse staat Virginia.

,,Alles wat transformatie kan bevorderen, bedenken en beproeven we hier'', zegt de onderbevelhebber van ACT, de Britse admiraal Ian Forbes, in het enige NAVO-hoofdkwartier buiten Europa.

Dat is niet eenvoudig. De potentiële tegenstander, of het nu om onzichtbaar opererende terroristen gaat of grillige `schurkenstaten' met massavernietigingswapens, is onvoorspelbaar. ,,Hoe wij ons ook ontwikkelen, de vijand verandert razendsnel mee'', zegt Forbes. Niet alleen de vijand werkt tegen, ook de inefficiënte NAVO-organisatie maakt het zichzelf lastig. Zo is het de vraag of de recente uitbreiding tot 26 lidstaten de hervormingen dichterbij brengt. De verschillende snelheden waarmee de lidstaten zich kunnen transformeren, geeft Forbes toe, ,,is de grootste uitdaging.''

Zo kon het niet langer, was de boodschap van de NAVO onder Amerikaanse druk op de top in Praag eind 2002. De Europese NAVO-partners kunnen maar zo'n vijftigduizend man inzetten voor operaties in het verre buitenland: circa drie procent. De overige 97 procent zit nog altijd passief op een sovjet-aanval te wachten. In de dynamische Oorlog tegen het Terrorisme heb je er niets aan.

De Amerikaanse strijdkrachten zijn verhoudingsgewijs veel beter inzetbaar. Ook hiervan getuigen de activiteiten in Norfolk. Aan een pier slaan drie reusachtige amfibische transportschepen voorraden in. Rook komt uit de schoorstenen. Ze behoren tot de uitrusting van het marinierskorps van bijna 300.000 man, van wie er alleen al in Irak 60.000 zijn gelegerd.

Het verbaast dan ook niet dat het Pentagon de mal vormt waarin de NAVO een nieuwe, gestroomlijnde vorm moet krijgen: sneller inzetbaar met vrachtvliegtuigen en snelle transportschepen, en uitgerust met de modernste communicatieapparatuur en de slimste precisiewapens. Forbes: ,,Uiteindelijk moet wat wij hier bedenken uitmonden in de aanschaf van materieel.''

Het transformatiecommando omvat, behalve de `bedenkers' in Norfolk, een aantal andere hoofdkwartieren dat de militaire metamorfose mogelijk moet maken. Zo is er bij Mons in België een Europese vertegenwoordiging van ACT die zich in overleg met de lidstaten buigt over hun nationale defensieplannen. En operationele NAVO-eenheden kunnen zich op missies voorbereiden bij het Joint Force Training Centre in Polen, en het Joint Warfare Centre in Noorwegen.

Eén van de belangrijkste maatregelen om de Europese NAVO-partners te dwingen tot transformeren is de oprichting van een snel inzetbare strijdmacht, de NATO Response Force, NRF. Deze formatie moet kunnen putten uit een reservoir van ongeveer 20.000 man die naadloos kunnen samenwerken.

De diversiteit van de lidstaten vormt daarvoor dus de grootste barrière. Er gaapt al een militair-technologisch gat tussen de Verenigde Staten en grote Europese landen, zoals Frankrijk en Duitsland. Maar binnen de Europese NAVO-landen bestaan niet alleen kloven tussen de grote lidstaten van het eerste uur, maar ook tussen hen en de landen die vorige maand toetraden – de Baltische landen, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Bulgarije en Roemenië kunnen zich al helemaal niet meten met de VS.

Om alle lidstaten tóch een bijdrage te kunnen laten leveren, moeten ze zich specialiseren. Tsjechië stelt bijvoorbeeld aan de NRF een eenheid ter beschikking die is getraind in het detecteren van chemische en biologische wapens, Roemenië zal bergtroepen leveren en Letland speurhonden.

Hoe klein de bijdrage ook is, zegt de Nederlandse luchtmachtgeneraal Ruud van Dam, die gespecialiseerde eenheden moeten hoe dan ook binnen de NRF met andere eenheden kunnen optrekken. Van Dam is binnen ACT verantwoordelijk voor het stroomlijnen van de NRF-bevelsstructuur, met behulp van de modernste communicatietechnologie en apparatuur om inlichtingen in te winnen. Die apparatuur is kostbaar. Hij stelt daarom een NAVO-pool van communicatie-apparatuur voor, die kan worden ingezet ter ondersteuning van NRF-eenheden.

Het gaat daarbij niet alleen om simpele radio's, maar ook om complexere systemen, zoals die waarmee radarbeelden van robotvliegtuigen zijn op te vragen of andere militaire inlichtingen. ,,Er moet een soort netwerk komen waarin alle lidstaten informatie stoppen en waaruit de commandanten inlichtingen kunnen putten'', zegt Van Dam.

Toch, zo stellen alle ACT-officieren, is transformatie niet alleen een kwestie van geld en technologie. ,,Het is met name een kwestie van verandering van cultuur'', meent Forbes.

Van Dam: ,,Je kunt nog zo'n fraaie radio hebben, maar als jij alleen Nederlands praat en de ander uitsluitend Bulgaars, dan heb je niks aan zo'n radio.'' En stel nu, zegt hij, dat je als Turkse militair hebt geleerd om hele lappen tekst naar je superieuren te faxen, ,,dan zul je toch moeten leren dat je binnen zo'n NAVO-netwerk je beter kunt beperken tot een paar essentiële zinnetjes. Al was het alleen maar om bandbreedte te sparen.''

De gewoontes van militaire inlichtingendiensten bevorderen een soepele samenwerking evenmin. Dat soort organisaties vinden `intelligence' en `met anderen delen' elkaar uitsluitende begrippen, de Amerikaanse spionagediensten die het best zijn geoutilleerd misschien nog wel het meest.