Terug naar een canon

Voor wie jong was en wat wilde, was het eindexamen geschiedenis voor de middelbare school eergisteren vet, want Veronica kwam ruim aan bod. Maar een leerling die is geïnteresseerd in de grote lijnen van de geschiedenis van eigen land stond in de kou. Basiskennis van de laatste twee millennia wordt allang niet meer getoetst. Het is het gevolg van de pogingen om het geschiedenisonderwijs `prikkelend' te maken door alleen twee onderwerpen te bestuderen. Allerlei bezwaren zijn geopperd tegen algemene basiskennis. Wie maakt uit wat grote lijnen zijn? Dat is toch subjectief en geheel afhankelijk van de eigen etnische, geslachtelijke en nationale identiteit? Dan slaan we de grote lijnen maar over. Iedereen heeft zijn eigen waarheid. Bovendien is het de bedoeling dat de leerlingen de leemten in hun kennis zelf leren opvullen in het studiehuis. Voor het eindexamen worden specialistische deelonderwerpen gekozen.

Dit jaar zijn voor het eindexamen de katoenindustrie in en rond Lancashire van 1750 tot 1850 met commentaar van Friedrich Engels gekozen, en de vaderlandse geschiedenis na 1950. Er waren ook opgaven over de betekenis van Veronica voor de emancipatie van jongeren (de ontdekking van jongeren als `commerciële doelgroep'), de Dolle Mina's en Man-Vrouw-Maatschappij. Een feest van herkenning voor 55-plussers met te nauwe spijkerbroek, maar een wanprestatie tegenover leerlingen die nooit meer zullen weten wie Johan van Oldenbarneveldt en Willem van Oranje waren.

In 2001 al heeft de commissie-De Rooy aanbevolen om in een doorlopend programma algemene kennis van historische tijdvakken bij lager en middelbaar onderwijs regelmatig te toetsen. Dat was een stap in de goede richting. Deze commissie schrok wel terug voor de term `canon', want dat was te `willekeurig'. Daarna bleef het stil. Pas volgend schooljaar komt er een proef met toetsing van algemene kennis op slechts acht scholen.

Inmiddels is er een generatie opgegroeid die weinig benul heeft van vaderlandse geschiedenis en die schade valt nooit meer in te halen. Dat het vaststellen van minimum basiskennis voor de geschiedenis deels subjectief is, maakt het niet onmogelijk. Keuzes moeten worden gemaakt tussen belangrijke historische gebeurtenissen. Multiculturalisme heeft grenzen in het geschiedenisonderwijs. De burgers van een land moeten dezelfde taal spreken en ook een zekere mate van gemeenschappelijke kennis hebben om daar over van gedachten te kunnen wisselen en eventueel multicultureel van mening over te kunnen verschillen. Vooral immigrantenkinderen zijn niet gediend met cultuurrelativisme. Zij moeten de kans krijgen om hun culturele achterstand op autochtonen snel in te halen door te leren hoe Nederland historisch in elkaar zit. Daarvoor dient het onderwijs. Specialistische onderwerpen als de katoenindustrie in Lancashire horen in het universitair onderwijs thuis, voor degenen die hun basiskennis willen uitdiepen. Alleen wie feiten kent, kan andere feiten opzoeken. Een historisch canon, hoe aanvechtbaar ook, is onvermijdelijk.