Tandeloos in Molvanîa

Molvanîa, grenzend aan Slowakije en ooit een belangrijk Oost-Europees land, is nog niet verpest door `modern dentistry': de toetjes zijn er zoet, een lach is vaak tandeloos en een van de meest gestelde vragen door toeristen is: `Wat is er met je gebit gebeurd?' Hoe tandpasta-arm dit onbekende land ook mag zijn, het heeft een rijke historie. Zo stierf de eerste streekheilige met de woorden `Holy shit' op zijn lippen, is het land aangevallen door Goten, Tataren, Hunnen en Spaanse nonnen en heeft de grondlegger van het moderne Molvanîa behalve bruggen en wegen een besmettelijke ziekte op zijn naam staan. Op de kaart staan kerncentrales, vervuilde gebieden en open riolen. In de musea wordt geen entreegeld gevraagd, maar vertrekgeld – iets wat elke bezoeker met alle liefde wil betalen. Hetzelfde geldt voor de luchthavenbelasting die de hoogste schijnt te zijn in de hele wereld. Maar elke toerist betaalt graag en `Tot ziens' is een weinig gebruikte zin in dit kleine Oost-Europese land.

Kortom, in de reisgids Molvanîa (een `Jetlag Travel Guide') hebben we te maken met een karikatuur van wat er is overgebleven van een onbekende voormalige sovjetrepubliek, een trots land dat de aansluiting met de macht is kwijtgeraakt maar niet de bijpassende arrogantie. Ook geeft het boekje in zekere zin weer wat er van Malcolm Bradbury's fictieve Oost-Europese land Slaka is geworden na de val van de Muur.

Anders dan de omslag suggereert: origineel is deze reisgids niet. In 1983 verscheen Rates of Exchange van Malcolm Bradbury, een humoristische roman over een Britse universitair docent die een lezing moet houden in het kleine land `Slaka' en daar in een revolutie terechtkomt. Drie jaar later zou Bradbury een reisgids schrijven – als een soort appendix – over zijn denkbeeldige Oost-Europese creatie: Why Come to Slaka?

De Australische schrijvers van Molvanîa noemen Bradbury nergens, maar dat had best gemogen. Ze vertellen dat het idee voor hun pastiche ontstond toen alle attracties die hen in een reisgids over Portugal waren beloofd gerenoveerd bleken te worden, waarna de meligheid toesloeg: `Deze steigers staan er al sinds de zestiende eeuw'. Wat de basis ook geweest mag zijn, het neemt niet weg dat Molvanîa sprekend lijkt op het land dat Slaka twintig jaar later zou kunnen zijn geworden.

Maar het ging Bradbury ook om iets anders: hij werkt in zijn reisgids een aspect van de roman uit en de belangrijkste preoccupatie is en blijft taal. `We speak a little language not many understand, not even us', aldus de inleiding van een van Slaka's belangrijkste romanciers die en passant afrekent met het scheve beeld dat `M. Bradburyim' van zijn land had gegeven.

De Australiërs zijn in hun opzet minder ambitieus. Wat zij doen – behalve het geestig vormgeven van vooroordelen over Oost-Europa – is ook het belachelijk maken van de westerling, die aan de leiband van de Lonely Planet een land denkt te kunnen doorgronden.

Santo Cilauro, Tom Gleisner & Rob Sitch: Molvanîa.

Hardie Grant Books, 177 blz. €15,95. Een Nederlandse vertaling verschijnt volgend voorjaar bij Prometheus.

    • Toef Jaeger