Taart, een liquidatie en weer taart

In december werd op de Dam in Amsterdam een Bulgaar doodgeschoten. De vermeende dader stond gisteren voor de rechter. ,,Ik was geschrokken.''

De middag van Erwin V. (37) begint op 6 december 2003 met koffie en chocoladetaart in café Bloemers in de Pijp in Amsterdam. Op dezelfde plek eindigt enkele uren later zijn middag met weer een stuk chocoladetaart en zijn arrestatie. In de tussentijd heeft hij gewinkeld rondom de Dam. Rond kwart voor vier wordt daar de 33-jarige Bulgaar Konstatin Dimitrov geliquideerd en raakt diens vriendin zwaar gewond. Twintig minuten later houdt de politie V. aan, nadat hij door ooggetuigen is aangewezen als dader. Gisteren stond hij terecht.

De moord op Dimitrov veroorzaakte vorig jaar grote commotie in Amsterdam. De schietpartij gebeurde op klaarlichte dag tussen het winkelend publiek. Dimitrov, een bekende in het Bulgaarse criminele milieu, kreeg een pistool tegen zijn achterhoofd gedrukt terwijl hij bij een taxi stond te wachten. De afgevuurde kogel ging door het hoofd van de Bulgaar en drong vervolgens het linkeroog binnen van zijn vriendin, het 23-jarige Bulgaarse fotomodel Petkova, en bleef in haar hoofd steken. Beiden vielen in het zicht van talloze getuigen bloedend op de grond. Dimitrov was op slag dood. Petkova overleefde de aanslag.

Wat is er die middag precies gebeurd, wil voorzitter Van Dijk van de rechtbank weten. V., een brede man met een geschoren schedel, wil het wel uitleggen. Rond half twaalf vertrekt hij met een ,,kennis'' naar het centrum om te winkelen. Kwart voor vier staat hij op de Dam, hoort een knal en ziet een man liggen. Meteen zet hij het op een lopen. ,,Ik was in paniek. Ik nam aan dat iemand neergeschoten was en zou niet willen blijven staan bij dat soort dingen.'' Diverse getuigen rennen en fietsen hem achterna, waarbij ze V. zich onder het rennen zien ontdoen van zijn, jas, trui en muts en een zwaar voorwerp dat in de gracht belandt.

Wat heeft u weggegooid, vraagt de rechter.

V: ,, Iets wolligs. Ik weet niet wat er in zat.''

Rechter: ,,Hoe kwam u daar aan?''

V. ,,Ik draai me na het schot om en krijg het van die kennis in mijn handen gedrukt. Bij nader inzien dacht ik, dat kan het wapen wel wezen. Maar het was niet zwaar.''

Rechter:,,Maar een wapen is wel zwaar.''

V: ,,Boven tien kilo, dat is zwaar.' Rechter: ,,Oh, dat noemt u zwaar.'' V: ,,Het woog ongeveer een half pak suiker, schat ik.''

Op de plek waar getuigen zeggen dat V. iets in het water heeft gegooid, vindt de brandweer later een pistool, dat het moordwapen blijkt te zijn. V. ontkent ook niet dat hij iets in het water heeft gegooid, en zelfs niet dat dit het moordwapen zou kunnen zijn.

Rechter: ,, Waarom dacht u dat dit een pistool kon zijn?''

V: ,, Er klinkt een knal en er ligt iemand op de grond. Dat doe je niet met een half pak suiker.''

Zijn kennis is hij na de moord uit het oog verloren. Niet voor de eerste keer, blijkt uit zijn telefoongegevens. Tussen half twee en vier uur heeft V. veertien keer telefonisch contact met zijn kennis. In de drukte raakten we elkaar een paar keer kwijt, zegt V. Na de moord bellen ze nog eenmaal. V: ,,Ik zei dat ik geschrokken was. Hij was ook geschrokken.''

Na aandringen van zijn advocaat Kraal vertelt V. iets meer over zijn kennis, die als `Lange' in zijn telefoon stond ingeprogrammeerd. Hij zou een relatie hebben gehad met de vriendin van Dimitrov, en daarom misschien iets hebben willen doen. De advocaat gaat nog verder. Hij erkent dat zijn cliënt veel tegen heeft. Maar de dader, zo zegt hij, moet haast wel de kennis van mijn cliënt zijn geweest.

Officier van justitie A. van Dam geeft toe dat dat er nog ,,wat kleine onzekerheden'' zijn. Toch is hij er van overtuigd dat met de aanhouding van V. eindelijk een van de liqudaties in Amsterdam is opgelost. Het signalement dat getuigen hebben gegeven komt overeen met de verdachte. De getuigen hebben hem bij een gracht, waar de brandweer later het moordwapen vindt, iets in het water zien gooien. Het motief is nog onduidelijk. Vast staat dat V. in korte tijd zesmaal Bulgarije bezocht, onder andere voor het huwelijk van de Bulgaarse crimineel Yosifov. Het zou volgens justitie om een een opdracht kunnen gaan van Bulgaarse criminelen of een wraakactie vanwege een mislukte deal. De eis luidt achttien jaar, als voorbeeld voor ,,personen die andere mensen op drukke plekken doodschieten met alle bijkomende risico's van dien''.

V.'s advocaat somt in zijn pleidooi de onzekerheden nog eens op. Er zijn nimmer schiet- of bloedsporen bij zijn cliënt ontdekt. Geen van de getuigen heeft V. op een foto als dader heeft aangewezen. Van medepleging is volgens hem geen sprake, omdat zijn cliënt niet actief gehandeld heeft voor of tijdens het delict.

Uitspraak over twee weken.