Spel van een verwende kunstenaar

,,Mama, sinds wanneer is narcisme een akelig woord? Noem het raffinement.'' Aan het woord is de Haarlemse beeldend kunstenaar Cees Krijnen die in Galleryplay de verwende artiest uithangt die met de nodige flair (noem het `arrogantie') zich een plaats heeft verworven in de hedendaagse jet-set van de kunst. Zijn bed is een zonnebank, die zijn tere huid moet koesteren.

Cees Krijnen (1969) won op dertigjarige leeftijd de Prix de Rome. Rond diezelfde tijd raakte zijn moeder, Greta Blok, in een echtscheidingscrisis en slepende boedelstrijd verwikkeld. Omdat de hedendaagse kunstenaar zich niet achter zijn werk verschuilt, maar zelf onderdeel is van zijn scheppende universum, besloten Crijnen en zijn moeder tot performances. Zij reist met haar programma Woman in Divorce Battle on Tour de wereld rond.

Galleryplay maakt geen onderscheid tussen leven en kunst. Aan het hoofdeinde van de zonnebank zit een plastic beeldhouwwerk, mevrouw Blok haarzelf. Zij is als een pièta, bezorgd kijkend naar haar zoon. Slechts gekleed in strakke onderbroek, koket heupwiegend, onophoudelijk telefonerend met rijke opdrachtgevers en museumdirecteuren in Londen en Parijs voert Krijnen zijn performance op. Zijn assistent en aangever is de droog-nuchtere Willem de Wolf, die verantwoordelijk is voor de tekst.

Ook de moeder is niet meer dan een zandkorrel op de rok van Krijnens universum. Haar rol is, vreemd genoeg, beperkt tot aanbidster van haar zoon. Dat is jammer. Naar verluid is ze zo strijdvaardig, dat ze in gevechtstenue de rechtszaal betrad. Nu is haar rol als levend kunstwerk te passief.

Toch is Galleryplay meer dan een egoïstische tour van Krijnen. Gaandeweg de voorstelling blijkt alles in zijn leven fake te zijn, een verveeld spel met galeriehouders. De verzamelaar Hans (casting-director en voormalig acteur Hans Kemna) scheept hij op met het decadente kunstwerk Galleryplay-Cock-Block, zes zogenoemde dildo's van sloom-klein naar zes stapjes groter. Van zes dildo's is derhalve geen sprake, hooguit anderhalf. Kemna laat zich opschepen met de schuimrubberen kunstwerk-hulpstukken in de overtuiging dat hij het werk van de eeuw heeft gekocht. Hij wil zijn vrienden ermee aftroeven.

Toneelkunstenaars die op het podium hun voornamen gebruiken, vragen om moeilijkheden. Ze zijn dol op zichzelf en vergeten dat theater distantie vereist. ,,Blijf tussen de schuifdeuren'', zou je willen sissen. Toch is Galleryplay meer dan narcisme. Aan het slot heeft de languissante kunstenaar niets bereikt. Hij belt zichzelf op en acteert of hij Londen aan de lijn heeft. De cultus van de kunstenaar als reusachtig ego sneuvelt. Hij heeft het spel van de slimme, netwerkende kunstenaar gespeeld. Het moet een afschuwelijke wereld zijn, zo gevangen te zijn in je eigen aandacht voor je lichaam. Kunst, zonnebank en tere huid: noem het een gevangenis. Dat is ook tragiek.

Voorstelling: Galleryplay van Willem de Wolf en Cees Krijnen. Gezien: 27/5 Toneelschuur, Haarlem. Te zien t/m 29/5 en 14/6 aldaar. Frascati, Amsterdam 15, 16/6. Inl. 023-5173910, www.toneelschuur.nl

    • Kester Freriks