Opnieuw speelt de koningskwestie bij Fiat

De voorzitter van de bestuursraad van Fiat, Umberto Agnelli is gisteren overleden. Opnieuw rouwt Turijn en opnieuw is de toekomst van het concern ongewis.

En opnieuw zijn de Agnelli's, Fiat en Turijn in rouw. Voor de tweede keer in anderhalf jaar komt een Fiat-topman te overlijden. Al een maand was de 69-jarige Umberto Agnelli, bijgenaamd `il dottore', te ziek om zich in het openbaar te vertonen. Hij leed aan kanker. Gisteravond is hij in het bijzijn van zijn familie ingeslapen. Net nu de geplaagde autofabriek Fiat van de Agnelli's zich onder zijn leiding weer lijkt op te richten.

Umberto Agnelli was veel minder flamboyant dan zijn oudere broer Gianni die vorig jaar januari overleed en gold als de ongekroonde koning van Italië, een man die de geschiedenis van Italië beslissend heeft beïnvloed en die in de jaren zestig, zeventig en tachtig honderdduizenden mensen werk bood.

Umberto gold als bescheiden, opereerde in de schaduw van Gianni. Hij moest in de jaren zeventig zelfs terugtreden uit het management van de autofabriek, omdat de banken dat wilden. Met succes richtte hij zich op het beheer en uitbreiden van het familiekapitaal. Ook was hij president van voetbalclub Juventus, die eigendom is van de Agnelli's.

Umberto hield niet van show. Droeg zijn horloge niet over zijn overhemd, zoals Gianni, was geen Casanova. Jarenlang drong hij er in de familie op aan om de auto-industrie vaarwel te zeggen. Maar zijn oudere broer Gianni wilde daar niks van weten. Deze bleef er tot op zijn sterfbed op hameren dat er toekomst zit in Fiat als autofabrikant.

Na Gianni's dood januari vorig jaar zag Umberto zich opeens terug in het centrum van de macht. Hij trad aan als een soort tussenpaus om troonopvolger John Elkann, de 28-jarige kleinzoon van Gianni, wat meer tijd te gunnen om te rijpen.

Veel respijt gaf Umberto John Elkann niet, zo blijkt nu. Maar in de anderhalf jaar dat hij de scepter zwaaide, wist hij volgens vriend en vijand veel te bereiken. Zijn meest opvallende daad verrichtte hij vrijwel direct nadat zijn broer Gianni was begraven. Umberto koos, zijn broer indachtig, weer voor de autofabriek. Hij respecteerde de wens van zijn oudere broer. ,,Ons verleden is ook onze toekomst'', zo zei hij ferm op het moment dat het bedrijf in een diepe crisis verkeerde en het jaar 2002 was afgesloten met een verlies van 1,4 miljard euro.

Tegen alle verwachtingen in overtuigde hij de familie er ook van om 250 miljoen euro uit eigen portemonnee te investeren in de autotak. Iets wat ze al in geen vijftien jaren meer had gedaan. Normaal konden de tachtig leden van de clan jaarlijks rekenen op een dividend, de laatste drie jaar in totaal zelfs 45 miljoen euro.

De rest van de broodnodige kapitaalinjectie haalde Umberto uit een harde bezuiniging in Fiat-vestigingen in het buitenland, inkrimping van de fabrieken in Italië met 2.800 werknemers, en via afstoting van bedrijven die niet tot de core business behoren. Zo maakte hij bijna 9 miljard euro vrij. Geld waarmee een deel van de schulden werd afbetaald en dat werd gebruikt om nieuwe automodellen te lanceren, zoals de nieuwe Fiat Punto, de Lancia Ypsilon, en de nieuwe Panda. Zijn ingrepen blijken vrucht af te werpen. De verliezen voor de holding en de autotak zijn gehalveerd. De omzet is met 6 procent gestegen, er zijn geen liquiditeitsproblemen meer. De nieuwe modellen die zijn gelanceerd, lijken aan te slaan. Maar het is te vroeg om te spreken van een wederopstanding van Fiat.

Morgen wordt hij begraven. Niet zoals Gianni vorig jaar als een koning, in het bijzijn van honderdduizenden Italianen – de premier, de president, mensen uit de mode- en sportwereld – maar zoals bij hem past in besloten kring.

En dan is het de beurt aan een nieuwe generatie van twintigers. De koning is dood, leve de koning is een gouden regel in de familie Agnelli. Maar het is de vraag of de kroonprins, de 28-jarige John Elkann, ook zal worden geaccepteerd als koning. Vele open vragen wachten op een antwoord. Kan John Elkann de familie op één lijn houden, of ontstaat er tweespalt over de vraag of het bedrijf moet worden verkocht of worden voortgezet? Is hij in staat om in de raad van bestuur van Fiat, waarin hij al zes jaar zitting heeft, zijn gezag te laten gelden? Zullen zijn zeven broers en zussen, en de zussen van Gianni en Umberto hem zijn vooraanstaande positie gunnen?

In tegenstelling tot de man die hem uitkoos tot troonopvolger, Gianni, wacht John Elkann geen zachte leerschool. Gianni nam de leiding van Fiat pas op 45-jarige leeftijd over. Twee decennia vloog hij de wereld rond om zich te vermaken met filmsterren en politici. Elkann kwam niet verder dan een middelbareschooltijd in Parijs en stages in Brazilië en de VS. Toen hij zich in 1994 wilde inschrijven aan de Universiteit van Oxford werd hij door zijn grootvader naar Turijn teruggeroepen om dichtbij familie en bedrijf aan de technische universiteit te gaan studeren.

De komende weken zal blijken of hij het aandurft het lot van de familie en van de meer dan twintigduizend overgebleven Fiat-werknemers op zich te nemen.