Ménage à trois

Tjoeki is een veeleisende papegaai. De oude vogel wil niet vrijen met haar baas als zijn vriendin er bij is. Een ingewik- kelde driehoeksverhouding.

Goed, mijn vriendin was veertien dagen weggeweest. Ik belde elke dag: ,,Praat jij even met Tjoeki, ze wil niet uit haar la komen.'' Dan hield ik de hoorn van de telefoon in de bureaula waar de vogel woont, mijn vriendin praatte tegen haar en je gelooft het niet, maar na een hardnekkig volgehouden stilte hoorde ik toch ineens trippel trippel, en jawel, daar kwam ze, fluitend, mompelend, schaterend aanzetten en ging op de rand van de la

zitten.

Nu logeren we bij mijn vriendin en is alles weer goed. Er zijn echter van die momenten dat je het liefste even alleen bent met zijn tweeën. Mijn oude vogel begrijpt dit als geen ander. Als wij bij mijn vriendin logeren is er een beleefde afstand tussen de vogel en mij. Van intimiteiten kan geen sprake zijn. Ze houdt niet van pottenkijkers.

Dat wordt anders als mijn vriendin de deur uitgaat. Mijn papegaai zal nooit vrijen waar ze bij is. Dan zit ze beschaafd en ingetogen op haar stok bij de ingang van haar bamboepaleis vlak bij het plafond. Ze dommelt een beetje. Ten minste, dat lijkt zo. Valt de buitendeur in het slot, is mijn vriendin het huis uit, dan klimt ze snel langs de kabeltros naar beneden en komt naar me toe waggelen op haar kromme poten. Van stramheid is niets te merken, ze loopt zelfs zonder steun van haar snavel als rollator.

Ons samenzijn is dan innig als vanouds. Het is alsof we thuis zijn. Ze zit op mijn schouder en bijt zachtjes in mijn nek, ik kroel met mijn vinger door de veertjes van haar nek. Het is iets tussen ons tweeën waar geen mens tussen komt. Geschrokken komt ze overeind als de buitendeur weer opengaat. Dan begint ze op mijn schouder aan haar veren te poetsen alsof er niets aan de hand is. Ze roept een vrolijke groet naar mijn vriendin.

De vogel vindt haar best aardig. Ze beschouwt haar zelfs als een goede vriendin. Met haar is het leven dolle pret. Ze lachen wat af samen. Ik ben maar een stille. Ik schaterlach weinig. Waar moet ik om schaterlachen? Ik ben een saaie vent geworden. Ik geef haar geen Roos Vicee, en voer haar geen zaadjes, pinda's krijgt ze niet van me. In mijn huisje hangen geen kabeltrossen tot aan het plafond. Ik heb haar weinig meer te bieden dan een vinger die in haar nekkie kroelt.

Mijn vriendin verwent haar met aandacht.

Mocht die zich echter wagen aan een hartelijke omhelzing van haar vrijer, dan is het tijd om in te grijpen. Er zijn grenzen. Ze roept dan ,,Dag!!'' En barst in langdurig geëxalteerd schaterlachen uit. Ze roept zogenaamd vrolijk: ,,Dat mag niet hoor!'' en ,,Dat moet je niet doen hoor!''

Anders wordt het als we naar bed gaan. Dat gaat haar te ver. Dan gaat haar trukendoos open. Het is nu menens. Ze wandelt rond onder het bed en roept ,,Hoei!''. Ze trekt eens hier en dan weer daar aan de dekbedovertrek. ,,Joehoe!'' (Let niet op mij, ik vermaak me wel in mijn eentje.) Ik hoor haar mompelend rond trippelen onder het bed maar ik weet niet waar ze is en begin onrustig te worden. Wat is ze nu weer van plan? Het blijft lang stil.

Dan klimt ze naar boven, en begeeft zich rechtstreeks naar de plaats des onheils. Op haar gemak wandelt ze over het dekbed naar het hoofd van mijn vriendin en begint quasi vriendelijk aan haar lange haar te plukken. ,,Zoooo!'' zegt ze dan, ,,zo!'' Ik zet haar op de grond voordat ze haar haksnavel in mijn vriendin zet. Vindt ze niet erg. Wandelen we toch nog wat rond onder het bed. Beginnen we weer van voren af aan?

Zet ik haar op het kabeltouw dat over de deur hangt, dan hamert ze eerst met haar snavel op de ruit boven de deur, vervolgens probeert ze een van de vensterlatjes te verwijderen die de ruit op zijn plaats moeten houden. Het latje veert met een luide knal terug. ,,Ha ha ha!'' Het latje is van buigzaam plastic. Mijn vogel is een doorzetter.

Zet ik haar in haar bamboepaleis in de woonkamer, dan is het hek van de dam. Ze begint ons te roepen. Niet gewoon roepen maar dwingend. Dat hoor je aan het einde van de straat. De hele straat wordt nu gealarmeerd. Snel rep ik me naar de kamer en neem haar op mijn schouder. Ze peutert liefdevol aan het vel in mijn nek. Het is goed zo.