Langer werken

De Europese kampioen vrije tijd moet minder op terrasjes zitten. Nederlanders moeten in hun beroepsbestaan meer uren werken, later met pensioen gaan en minder vrije dagen hebben. De kostbare arrangementen voor arbeidsduurverkorting, lange vakanties en vervroegde uittreding moeten op de helling. Anders glijdt de positie van de Nederlandse economie onherroepelijk weg in het mondiale geweld van concurrentie uit opkomende landen en wordt de verzorgingsstaat onbetaalbaar. Aldus Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van de centrale bank. Met zoveel woorden toonde Welllink zich opgelucht dat het Voorjaarsoverleg tussen het kabinet en de sociale partners, de georganiseerde werknemers en werkgevers, vorige week op niets is uitgelopen. Er waren naar zijn mening toch al te veel concessies gedaan aan de vakbeweging om de fiscale begunstiging van vervroegde pensionering in stand te houden.

Nu het polderoverleg is mislukt, wil het kabinet zijn eigen plannen voor de afschaffing van het vroegpensioen vanaf 2006 doorzetten. Dat zal gebeuren in een politiek debat met de Tweede Kamer, waarbij de sociale partners buitenspel staan. De werkgevers hebben hier niet zo veel moeite mee; de vakbeweging, die zich in de onderhandelingen sterk heeft gemaakt voor de belangen van haar vergrijzende ledenbestand, heeft deze marginalisering aan zichzelf te wijten. Ook al zagen kabinetsleden al langer aankomen dat het Voorjaarsoverleg zou vastlopen, op een onverwachte manier is hierdoor het primaat van de politiek in de vaststelling van de sociaal-economische regelingen hersteld. Dit schept verplichtingen voor de Kamer en het kabinet. Een dictaat van het Binnenhof – bijvoorbeeld door pensionering pas mogelijk te maken op de AOW-leeftijd van 65 jaar – zal op groot maatschappelijk verzet stuiten en is bovendien onwerkbaar. Vervroegde uittreding moet mogelijk blijven, zonder dat dit een collectieve verplichting wordt, en zal een zekere mate van flexibiliteit moeten hebben. Pensioen blijft maatwerk.

Wellink stelde gisteren voor dat in stappen van een maand de wettelijke pensioenleeftijd in Nederland geleidelijk verhoogd wordt, bijvoorbeeld naar 67 jaar. Dat is niet de dringendste maatregel die genomen moet worden zolang het volume van werknemers dat voor zijn zestigste stopt of vervroegd door zijn werkgever aan de kant wordt gezet, nog zo groot is en de carrousel van vrije dagen en deeltijdwerk niet tot stilstand is gebracht. Daar valt tamelijk makkelijk veel winst te behalen in meer gewerkte uren per jaar. Hier moeten het kabinet en de Kamer zich op richten. De overheid kan als werkgever zelf een voorbeeld stellen.