Kerry: Bush verkwanselt bondgenoten

De Democratische presidentskandidaat John Kerry heeft president Bush beschuldigd van het verkwanselen van het zorgvuldig opgebouwde bondgenootschap met de rest van de wereld.

Kerry zei dit gisteren aan het begin van een campagne waarin hij zijn plannen voor buitenlands beleid toelicht – plannen die pas ten uitvoer kunnen worden gebracht indien hij in november tot president wordt gekozen. Kerry, die tot dusver weinig concrete uitspraken heeft gedaan over zijn buitenlands beleid, richtte zich met name op de kwestie Irak en de strijd tegen terreur. Daarbij trachtte Kerry een duidelijk alternatief te bieden voor Bush, zonder de suggestie te wekken niet serieus te zijn over de strijd tegen het terrorisme. ,,Laat er geen twijfel bestaan'', zei Kerry zijn gehoor van in Seattle, ,,dit land is verenigd in zijn vastberadenheid de terreur te verslaan''.

Maar hij zei ook dat president Bush met zijn politieke Alleingang voorafgaand aan de oorlog ,,de erfenis van generaties Amerikaans leiderschap'' te grabbel heeft gegooid. Hij verwees in zijn kritiek over Bush' doctrine van preventieve oorlogsvoering naar een waarschuwing van de voormalige president Theodore Roosevelt die ooit heeft gezegd dat wanneer een mens ,,fatsoen ontbeert, een grote stok hem niet vrij van moeilijkheden zal houden''. Over de regering van president Bush ze hij: ,,Ze koeioneren waar ze hadden moeten overtuigen. Ze hebben het alleen gedaan waar ze het samen hadden moeten doen. Ze hoopten op het beste waar ze zich hadden moeten voorbereiden op het slechtste. Ze hebben Amerika minder veilig gemaakt dan vereist in deze gevaarlijke wereld.''

Kerry lichtte zijn alternatieve plannen voor Irak niet uitgebreid toe, maar beloofde daar in de komende dagen op terug te zullen komen. Critici hebben Kerry er meteen al van beticht dat hij zich onvoldoende onderscheidt van Bush en daarom weinig steun zal krijgen voor zijn plannen. Opmerkelijke voorstellen ontbraken. Zo beloofde Kerry ,,'s werelds machtigste leger'' te willen moderniseren om ,,nieuwe dreigingen het hoofd te bieden'' en hield hij een pleidooi voor nieuwe bondgenootschappen in het buitenland.

Meer aandacht trokken zijn uitspraken over het Midden-Oosten en de Amerikaanse afhankelijkheid van olie uit dat werelddeel. Hij zei Amerika te willen ,,bevrijden van de gevaarlijke afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten''. Op welke manier dat diende te gebeuren zei hij niet. Ook noemde hij olieleverancier Saoedi-Arabië bij naam als een land waarmee hij korte metten wenst te maken voor de rol die het heeft gespeeld bij ,,de financiering en ideologische steun van Al-Qaeda en andere terroristische groeperingen''.