`Jij, als blanke man?'

In `The Time of Our Singing' schetst Richard Powers drie generaties Amerikanen die het begrip ras pogen te ontstijgen.

Richard Powers' achtste roman The Time of Our Singing draait om ras, tijd en muziek, maar het meest van deze drie om de muziek. Hoofdpersonen zijn drie hoogbegaafde kinderen. De oudste, Jonah, wordt een begenadigd tenor. De middelste, Joey, zal zijn roeping pas laat ontdekken, maar hij en zusje Ruth zijn op zeer jonge leeftijd al in staat de musicologische breinbrekers van hun ouders spelenderwijs op te lossen, als ze tenminste niet met hun vader in gesprek zijn over de relativiteitstheorie – de drie zijn de spruiten van een zwarte sopraan en een joodse kernfysicus, vandaar. Helaas beginnen daar ook hun problemen. De buitenwereld, het Amerika van de jaren vijftig, stelt op koffiekleurige Sängerknaben helemaal geen prijs. Joey kan het dus nooit verder schoppen dan de uitzondering die de regel bevestigt, `the Sydney Poitier of opera'.

Tijdens een kort bezoek aan zijn Amsterdamse uitgever vertelt Richard Powers: ,,Een criticus schreef dat racisme aanwezig is op elk van de zeshonderd bladzijden van het boek. Hij vond dat te veel. Dat alleen al geeft aan hoe groot de kloof tussen blank en zwart in Amerika nog altijd is. Vanuit een blanke luxepositie kun je denken dat zoveel racisme overdreven is. Wie zwart is in de Verenigde Staten, zal het daar niet snel mee eens zijn.''

Ergens doen wijsneuzen Joey, Jonah en Ruth onweerstaanbaar denken aan hun schepper, de schrijver van Three Farmers on Their Way to a Dance, The Gold Bug Variations en Galatea 2.2. Richard Powers is een man wiens intelligentie gewone stervelingen haast wel moet imponeren. Het zijn doorgaans niet jeugdherinneringen of relaties die van zijn romans de kern vormen, maar de structuur van DNA, kunstmatige intelligentie of de vier tonen van een Bachmotief. Vaak al dat soort dingen tegelijk, want Powers beschikt over een verbluffend vermogen identieke patronen te zien achter heel verschillende verschijnselen. In combinatie met zijn gepolijste stijl heeft dat hem nogal eens het verwijt opgeleverd kil, afstandelijk proza te schrijven, maar in The Time of Our Singing is daarvan weinig te merken. Haast achteloos schetst Powers de naoorlogse geschiedenis van racistisch Amerika in termen van muzikale genres en structuren, en passant een theorie ontspinnend over tijd. Maar ditmaal is het betoog verpakt in een aangrijpend familieverhaal over drie generaties Amerikanen, die het begrip ras pogen te ontstijgen in een racistisch land.

Als jongen wilde Powers natuurkunde studeren. Hij schakelde vervolgens om naar letteren, maar toen ook dat hem niet bevredigde, bekwaamde hij zich op eigen kracht in het ontwerpen van programmeertalen voor de computer. Uiteindelijk werd hij schrijver – zo kon hij, bevrijd van het nauwe academisch corset, vrijelijk alle disciplines tegelijk beoefenen. Behalve wetenschappelijke heeft Powers ook muzikale aanleg. Hij zingt en speelt gitaar, klarinet en saxofoon. En hij componeert – na het lezen van The Time of Our Singing, vol glasheldere betogen over zowel de technische opbouw van muziek als de uitwerking ervan, is het althans onmogelijk te geloven dat hij dat niet doet.

,,Ja inderdaad, dat doe ik'', geeft Richard Powers na enig aandringen toe – bescheiden en aimabel blijkt hij ook nog. ,,Maar ik ben werkelijk een amateur, mijn composities zijn absoluut niet voor publieke consumptie bestemd. Daarom heb ik nu geschréven over componeren. Schrijven geeft mij toegang tot de levens die ik nooit heb geleefd. Ik ben ermee ontsnapt aan de specialisatie-paniek die mij overviel in mijn puberteit. Toen ik klein was wilde ik behalve natuurkundige ook musicus en hoogleraar in de genetica worden. Schrijven zorgt ervoor dat ik al die dingen niet hoef los te laten.''

Zangles

Tussen schrijven en muziek ligt zang. Speelt dat daarom zo'n grote rol in dit boek?

,,Literatuur en muziek zijn twee heel verschillende talen. De taal van woorden verstaat iedereen – mijn componistenvrienden zijn jaloers op me – maar is ook beperkt. Polyfonie is in geschreven taal bijvoorbeeld niet mogelijk. Muziek is directer, maar ook complexer; sommige akkoorden drukken je achterover in je stoel, maar er zijn maar weinig mensen die de interne mechanismen van muziek begrijpen. Alleen de allereenvoudigste, modulaties bijvoorbeeld, worden algemeen verstaan.

,,Het is onmogelijk de twee talen werkelijk samen te voegen, maar in zang komen ze nog het dichtst bijeen. Misschien houd ik daarom inderdaad zoveel van zang. Ik bespeel ook graag muziekinstrumenten, maar zang is altijd het belangrijkst voor me geweest. Ik heb gedurende mijn hele jeugd gezongen en altijd zangles gehad. Het functioneert op alle niveau's: ritme, tempo, toon en woord.''

Synthese is bij Powers altijd een sleutelwoord, maar uit geen van zijn boeken spreekt zo het verlangen naar het overstijgen van aardse tegenstellingen als uit The Time of Our Singing. Daarin doen de toekomstige ouders van de drie wijsneuzen, Delia Daley en David Strom, een poging in liefde de kloof tussen Amerika en Europa, muziek en natuurkunde en niet te vergeten zwart en wit te overbruggen. De vogel en de vis noemen ze zichzelf, als in het kinderrijmpje. Ze zijn verliefd, maar hoe zal hun nest eruit zien? `The bird and the fish can make a bish, the fish and the bird can make a fird.'

U lijkt zelf ook steeds bezig met het bouwen van `bishes' en `firds'. Neem dit boek; begon het met een idee over muziek, met een idee over ras of allebei?

,,Met allebei, vanzelfsprekend. Al twintig jaar geleden, toen ik werkte aan mijn eerste boek, Three Farmers on Their Way to a Dance, zag ik opnames van het concert van Marion Anderson dat me het idee voor dit boek ingaf en er uiteindelijk zo'n grote rol in speelt. Het was een nieuwsuitzending over een sopraan, bejubeld in alle landen van Europa, die in 1939 terugkeert naar haar vaderland en dan in een hokje word geduwd. Omdat ze zwart is, mag ze niet optreden in Constitution Hall, en ze gaat dan buiten zingen, bij het Lincoln Memorial. Je ziet een vrouw in een regenjas, doodsbang voor de menigte die zich om haar heen verzameld heeft, mensen zo ver je maar kan kijken. Ze zingt. En wat zingt ze? 'God bless America, my sweet land, my land of liberty'. Toen, twintig jaar geleden, dacht ik al: ik moet dit verhaal vertellen. Maar ik voelde ook dat het nog te moeilijk was. Bovendien had ik een positie van grotere autoriteit nodig, omdat ik als blanke als het ware zwart terrein zou betreden. Ik heb dus gewacht.''

Beperkt blikveld

,,Het duurde lang voordat ik begreep dat dit boek geschreven moest worden precies op basis van de vraag die ik zelf vreesde: wie ben jij dat je je dit onderwerp toeëigent, jij als blanke man? Ik koos als hoofdpersonen dus twee gekleurde, maar heel blank georiënteerde jongens – Bounties, om die vreselijke, racistische uitdrukking te gebruiken – die deze vraag hun leven lang tegenkomen. Wie zijn zij dat ze zich durven bezighouden met klassieke muziek? Klassieke muziek is nog altijd een blank bolwerk; veel mensen zien het als iets dat tegen vreemde invloeden beschermd moet worden. Dat is de dood in de pot, en het is een waanidee. Onderzoek het eens precies en wat blijkt: alle cultuur is diefstal, geen enkele cultuur is zuiver of statisch. Ook Bach introduceerde in zijn muziek vreemde elementen die zijn tijdgenoten deden steigeren. Hetzelfde gebeurt nu als jonge mensen Mozart sampelen. Je moet dat kunnen accepteren en waarderen. Het komt uit dezelfde bron.''

Toch is het een heel menselijke behoefte, tradities beschermen. Om van houvast zoeken in dogma's maar te zwijgen.

,,Dat is wat ik heb willen laten zien – als je uitgaat van vaste grenzen, als je je vastbijt in oppervlakkige waarnemingen, ja, dan zie je overal grenzen en ontoelaatbaarheden. Maar dat is alleen als je een beperkt blikveld hebt. Racisme, ontdekte ik bijvoorbeeld al schrijvend, heeft paradoxaal genoeg niet alleen te maken met de angst voor het anders-zijn van mensen van een ander ras of cultuur. Het houdt eerder verband met wat daaronder ligt: angst voor het besef dat we eigenlijk gelijk zijn. Angst dus om onze uniciteit, ons gevoel van exclusiviteit te verliezen als we onze cultuur en ons dagelijks leven blootstellen aan vreemde invloeden. Wie die angst wil overstijgen, moet vertrouwen hebben. Het nest van de vogel en de vis is provisorisch misschien, soms wordt het zelfs helemaal weggeblazen. De kunst is om dat allemaal zo min mogelijk te vrezen. Want als je bang bent, bouw je het helemaal niet.''

The Time of Our Singing is ervan doortrokken, de zoektocht van de personages naar een soort kosmisch vertrouwen, een manier om te ontsnappen aan de beperkingen van de tijdsspanne en de tijdgeest waarin je leeft. Via wetenschap kan dat, of via kunst, zaken die volgens Powers `the fabric of space-time' openscheuren. Schrijven en lezen heeft hij wel omschreven als `seculier bidden', een vorm van concentratie die het hier en nu ontstijgt. In The Time of Our Singing is zelfs een keer sprake van `het Grote Libretto', wat doet denken aan het Systeem, dat zo'n grote rol speelt in de poëzie van moleculair bioloog Leo Vroman, en waaraan Vroman zelfs psalmen richt. Is dat de nederigheid van de wetenschapper, die beseft dat zijn organisme niets meer is dan een constructie temidden van andere constructies in een giga-constructie?

Powers schrijft nauwkeurig de naam van Leo Vroman op een briefje, voordat hij antwoord geeft.

,,Ongeveer in het midden van mijn boek laat ik Jonah, een joodse, zwarte man, naar Europa gaan om zich te bekwamen in het zingen van middeleeuwse christelijke hymnen. Maar met religie heeft dat niets te maken, het is eerder ook zo'n vorm van seculier bidden. Het is ijl en esthetisch, niet rationeel. Het is anderzijds ook niet spiritueel of vroom. Het is waar dat ik in dat opzicht dichtbij Jonah zit. Ik ben ook iemand van seculier gebed, en mijn verhalen proberen in zekere zin altijd aan het wereldse te ontsnappen. Toen ik in Engeland woonde had ik een verhouding met een vrouw die vroom katholiek was. Ik ging graag met haar mee naar de kerk, maar op een dag stond ze me dat niet meer toe. `Je bent ergens religieuzer dan ik', zei ze, `maar op zo'n a-religieuze manier.' En ze had in zekere zin gelijk. Het Systeem van deze Vroman spreekt me wel aan. Ik bedoel: als je alle honderden hindernissen overziet die hadden kunnen voorkomen dat er leven op aarde zou onstaan, dan is het nogal wonderbaarlijk dat we er toch zijn gekomen. Dan denk je al snel aan een structuur, een verborgen schema, waarvan we een onderdeel zijn.''

Drempels

In uw romans is het universum in elk geval wel zo opgebouwd; daar weerspiegelt de mikrocosmos – personages, gesprekkken, zelfs alinea's - altijd keurig de makrokosmos, de overkoepelende structuur van de roman.

,,Ja en dat moet ook. De vraag hoe onze levens simultaan op die twee niveau's plaatsvinden, in detail en als deel van grotere gehelen als de samenleving of de kosmos, fascineert me. Daarnaast vind ik dat structuur meer moet zijn dan enkel raamwerk; de structuur zelf vertelt mede het verhaal. Dit boek is opgezet als een dubbel rondo, om precies te zijn. Een basis-scène keert steeds terug, maar krijgt elke keer een andere betekenis omdat je meer omstandigheden en meer voor- en nageschiedenis kent. Naarmate je vordert in het boek, kun je dus steeds beter het oneindige scala aan mogelijkheden overzien dat die kernscène omgeeft. Pas dan liggen in die scène namelijk alle wegen besloten die je ermee opkunt, precies als met een basismotief in de muziek. En ook de lengte heeft een functie, net als bij muziek. Om het publiek mee te nemen van een tijdperk waarin het trouwen van iemand van een andere huidskleur illegaal is, naar een tijdperk waarin etnisch gemengde mensen langzaam maar zeker steeds meer de cultuur bepalen, moet dit boek werken als een lang stuk muziek. Er moeten pauzes zijn, tempowisselingen, drempels die je af en toe moet nemen.''

Maar wat betekent zo'n strakke structuur voor de spontaniteit van het boek?

,,Ik kwam eens een vriendin van me tegen, een schrijfster. Ze was bijna in tranen, en toen ik haar vroeg waarom zei ze: `Een van mijn personages heeft vandaag zelfmoord gepleegd.' Ik zei tegen haar: `Dan schrijf je toch een wederopstanding', maar van dat grapje was ze niet gediend. Sindsdien verdeel ik schrijvers in twee groepen: mijn vriendin was een bottom-up schrijver, iemand die al schrijvend ontdekt wat er in zijn boek gaat gebeuren. Terwijl ik mijzelf meer zie als een top-down schrijver, iemand die eerst zijn hele tocht uitzet, alvorens hij de witte plekken gaat invullen met dialoog en karakters. Hoewel ik moet zeggen dat ik al veel losser te werk ga dan bij mijn eerste boek. Tegenwoordig permitteer ik me wel eens excursies waarvan ik de afloop niet precies ken.''

Mogen uw personages wel eens gewoon een straatje om? Weg van uw Grote Libretto?

,,Als ze dat doen, krijgt zo'n straatje om toch weer betekenis – uit die betekenis komen de personages tenslotte zelf voort, het is de reden van hun bestaan. Maar dat betekent niet dat mijn boeken enkel cerebraal zijn. Het breekt telkens weer mijn hart – en ik voel dat heel lichamelijk – als critici dat schrijven. Ik vind dat critici teveel de neiging hebben literatuur te verdelen in boeken voor het hoofd en boeken voor het hart. Alsof hoofd en hart te scheiden zijn. Voor mij is de menselijke intelligentie, als je werkelijk van intelligentie spreken wilt, in allebei die metaforische plaatsen gevestigd. Als critici maar zouden weten wat ons wetenschappelijk gesproken beweegt, namelijk de pakweg vijfentwintig neurologische systemen die we onze intelligentie en onze emoties noemen, dan zouden ze dat onderscheid helemaal niet maken. Zie je, het probleem is opnieuw: het onderscheid in benauwde categorieën, voortkomend uit een beperkte kennis en waarneming. Denken zonder emoties is neurologisch gezien helemaal niet mogelijk, voelen zonder gedachten ook niet.''

Richard Powers: `The Time of Our Singing': Heinemann, 631 pagina's, prijs €18,95. `Het Zingen van de Tijd', uitg. Contact, 767 pagina's, prijs €39,90