Irak geen aflaat voor Srebrenica

Bij het besluit of Nederland na 30 juni met troepen in Irak moet blijven, mag de smet van Srebrenica geen rol spelen, meent J. Schaberg.

Op deze pagina schreef J.L. Heldring gisteren een column onder de kop `Srebrenica en Irak'. Hij schaart zich bij de voorstanders van de verlenging van de missie aldaar en wat hij zelf zijn ,,bijna'' doorslaggevende argument daarvoor noemt, is Srebrenica.

,,Nederland mag Srebrenica hebben vergeten, anderen niet'', zo schrijft Heldring. En verder: ,,Andere landen dragen niet de smet van Srebrenica [...] en die last wordt alleen maar groter als het (Nederland) weigert risico's in Irak te blijven aanvaarden.''

Hij besluit dan met : ,,Zouden er in Irak meer Nederlandse slachtoffers vallen dan die ene gesneuvelde, [...] dan zou de schuld van Srebrenica zijn goedgemaakt en zou Nederland de wereld weer recht in de ogen kunnen zien.'' Nederland moet een bloedoffer brengen om verder ethische politiek te kunnen voeren, zo lees ik eruit.

Het is hier de plaats niet om het Srebrenica-drama nog eens uit de doeken te doen. Duidelijk is dat de wereld dit inmiddels achter zich heeft gelaten en het drama veel beter begrepen heeft dan wij hier in Nederland.

Dat het Duitse blad Der Spiegel onlangs weer de beruchte foto liet zien van de toenmalige commandant luitenant-kolonel Karremans met generaal Mladic, doet daar niets aan af. In de internationale veiligheidspolitieke- en miltaire kringen leeft dit gevoel absoluut niet. Daarvoor heeft de Nederlandse krijgsmacht na Srebrenica, inmiddels negen jaar geleden, een te goede reputatie opgebouwd. In Bonië, in Kosovo, in Afghanistan en op andere plaatsen.

Nederland moet niet in Irak blijven om de schuld van Srebrenica in te lossen. Nee, dat is echt onzin. Srebrenica lijkt nu vooral een trauma van columnisten te zijn geworden.

Het moet om concrete zaken gaan. Voorop moet staan dat het in Irak om een uitermate belangrijk internationaal probleem gaat, en de ernst daarvan moet doorklinken in het Nederlandse beslissingsproces.

Het Westen staat voor het grootste probleem sinds het uitbreken van de Koude Oorlog. Als de interventie in Irak tot een debacle leidt, zal de hele regio in chaos worden gestort en de veiligheidssituatie in de wereld zal desastreus veranderen.

Het gezaghebbende Institute for Strategic Studies in Londen sprak in een deze week verschenen rapport over ,,een strategische nachtmerrie''. Dat is wat er op het spel staat.

Er ligt nu een concept-resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Irak op tafel. Over veel zaken bestaat nog onduidelijkheid die onderhandelingen vergt. Men moet ook niet streven naar een Veiligheidsraadresolutie als onaantastbaar spoorboekje, al wordt er veelal zo over gesproken. Het is een koers waarbij tastend voorwaarts moet worden gegaan en waarbij nog vele onverwachte ontwikkelingen op het pad zullen blijken te liggen.

Maar alles staat of valt nu met de verantwoordelijkheid die de Westerse landen voor dit proces willen nemen en de bereidheid om troepen te leveren. Zonder die troepenmacht heeft heel de Veiligheidsraadresolutie geen zin. Hier moet nu ook Nederland een beslising nemen.

Het gaat daarbij dan om het volgende:

Nederland heeft vorig jaar in Irak een taak aanvaard in de stabilisatiemacht, die ten doel had de veiligheid te bevorderen en tevens de basis te leggen voor de bestuurlijke en infrastructurele opbouw. Voor Nederland werd dit toegespitst op de provincie Al-Muthanna. Kunnen we die taak nog uitoefenen?

Hoe worden wij geaccepteerd bij de bevolking en de lokale autoriteiten. Ziet men graag dat wij blijven?

Hoe is de veiligheidssituatie voor de Nederlandse troepen?

Als de veiligheidssituatie in ongunstige zin verandert, is er dan een mogelijkheid tot versterken van de troepen of voor een veilige evacuatie?

Op deze vragen moet een antwoord komen. Srebrenica mag daarbij geen rol spelen.

Het belang van de bevolking moet echter zwaar meewegen, Nederland had toen geen keus, nu wel.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Landmacht.