`Ik reken af met moeders'

In Frankrijk heet Pierre Mérot een geestverwant van Faulkner te zijn. Zelf ziet hij zich eerder als een mislukkeling, een alcoholist met een lelijk lijf. ,,Dit hele boek is marketing''.

Een slechte nacht, een flinke kater en een droge bek. Erg in vorm is Pierre Mérot niet op die ene dag dat hij in Amsterdam is voor een gesprek over zijn onlangs in het Nederlands vertaalde, vierde boek Mammifères. Zoogdieren betekent het Franse woord letterlijk, maar dat was uitgeverij Vassalucci duidelijk te weinig sexy. Memmen heet het boek hier, alsof de borsten van een zogende vrouw iets te maken hebben met de kinderloze, partnerloze loser uit het boek. En voor wie de spannende associatie van het woord zou zijn ontgaan, staat er nog een naakte vrouwenborst op het boekomslag.

Mérot zit er niet mee. Hij zocht op het internet naar de Nederlandse titel en kwam prompt op pornosites terecht. Maar als zijn uitgever dat nou een goede titel vindt, dan gaat hij niet dwarsliggen. Het boek moet tenslotte verkopen. ,,Dit boek is één en al marketing.'' zegt hij. ,,De pagina over de psychiater? Geschreven met het oog op de verkoop. De vette knipogen naar Houellebecq? Ja, ik wilde ook wel eens een groot publiek bereiken. Of het een bestseller werd? 40.000 exemplaren en tien vertalingen. Niet gek.'' Na drie boeken die volledig onopgemerkt bleven, had Mérot zijn zinnen gezet op succes. Dat wil hij best toegeven. ,,Ik heb concessies gedaan aan de tijdgeest, aan de moderniteit, ik heb me er hier en daar wat gemakkelijk van af gemaakt. Aan de andere kant heb ik soms ook wel hard gewerkt, hoor. De lyrische passages bijvoorbeeld, die waren best moeilijk.''

Mérot werd in Frankrijk bewierookt als een tweede Houellebecq, als een nazaat van Charles Bukowski en Malcolm Lowry, een geestverwant van Faulkner en Hemingway, en als een kenner van Marquis de Sade, van Lautréamont en van Georges Bataille – auteurs die geassocieerd worden met drank, seks en perversiteit. Hij las ze inderdaad. ,,Maar eigenlijk lees ik niet zoveel. Onlangs ontdekte ik Chateaubriand en Isaac Babel.''

Serpent

Memmen is geen roman met een plot, maar de levensbeschrijving van `oom', de mislukkeling, de loser bij uitstek, de man die rookt, drinkt, gescheiden en werkloos is en die op zijn 35ste in arren moede weer bij zijn ouders intrekt. Dat is op zichzelf niet zo erg, ware het niet dat hij dan weer in de macht komt van dat vreselijke serpent dat `moeder' heet, een zoogdier van het ergste soort. Oompjes moeder heeft `nooit gewerkt of gestudeerd', maar desondanks een `verbazingwekkende aanleg voor samenvatten' ontwikkeld. Sinds vrouwen werken `is de maatschappij volkomen in verval geraakt.' Een werkende vrouw, schrijft Mérot, `koopt diepvriesmaaltijden, verwaarloost haar kinderen en wil een scheiding. Zoiets heet een verwaande trut begiftigd met een brein.'

Wie Houellebecq heeft gelezen herkent de tirades tegen de vrouw, tegen de soixante-huitards, de jaren zestig, en de oneliners die Mérot bezigt. `Liefde is uitzonderlijk. Gebrek aan liefde is regel.' Zelfs zijn vocabulaire (`affectieve en professionele zelfmoord') en zijn klinisch beschouwende stijl klinken ons bekend in de oren.

,,Er wordt gezegd dat het lijkt op wat Houellebecq schrijft, maar ik ken de moderne Franse literatuur niet zo goed'', zegt Mérot. Dat is huichelachtigheid ten top, want Houellebecq en Mérot zijn toch korte tijd bevriend geweest? ,,Ja, dat is waar. Vorig jaar heb ik nog met hem gegeten. Er zijn wel wat lyrische invloeden, vooral van zijn poëzie.'' En de overgangen van klinische naar verhalende stijl dan? En de personages met de namen Bruno en Michel? En de hilarische passages over moderne kunst en over de Monoprix? En de verwoording van de haat tegen de wereld? De verbittering? De hymne aan de liefde als enig toevluchtsoord? Het einde van het boek?

,,Kijk, er zijn twee verschillen tussen Houellebecq en mijzelf. Houellebecq kan een roman schrijven, die echt een panorama van de maatschappij bevat. Ik schreef een parcours van een type man, meer niet. Het tweede verschil is dat hij naast zijn proza een poëtisch oeuvre op zijn naam heeft staan en ik niet. Ik probeer wel een beetje poëzie te verwerken, maar alleen als ik denk dat het saai wordt.''

Net als bij Houellebecq is de familie, het gezin, de bron van alle ellende. Maar iedere familie is het aan zichzelf verplicht een mislukkeling in zijn midden te hebben, lezen we bij Mérot. Zonder iemand die bij de psychiater loopt, iemand die de ene na de andere foute vriendin verslijt, mist een beetje familie de figuur die het broodnodige tegenwicht biedt aan het idyllische gezinsgeluk. Vandaar de `oom'.

Mérots oom is in de veertig en geboren in Parijs, meldt de achterflap. Precies zoals Mérot – dat staat er ook. Ook een van de verkooptrucs? ,,Ja, natuurlijk, als iemand dat leest weet hij meteen dat ik zelf heel dicht bij die oom sta. Dan weet iedereen dat het echt is, dat dit boek niet zomaar voor de lol is geschreven. En dan interesseert het de mensen ook.''

Alles wat oom over zijn leven vertelt, heeft Mérot meegemaakt. Hij heeft aan den lijve die opeenstapeling van mislukkingen ervaren – professioneel en affectief. Hij werkte bij uitgeverij Ubu, waar men zijn best deed zoveel mogelijk manuscripten kwijt te raken, hij was in dienst bij dat rare militaire museum en hij weet wat alcoholisme is. ,,Alcohol vernietigt je. Het ontgrendelt je. Het is een soort zoektocht naar het absolute. Op een gegeven moment staat drank gelijk met God. Alcoholisme heeft een sterk religieuze kant.'' Het nadeel is wel dat je lichaam eronder lijdt. ,,Kijk eens naar mijn lijf, zie hoezeer ik het mishandeld heb. Vroeger had ik een mooi lichaam dat tot genot in staat was. Maar nu is het afgestompt, platgewalst, dik en uitgeput. Er is niets vrolijks meer aan.''

Depressief

Memmen werd een sociale satire genoemd. ,,Toen ik het schreef dacht ik daar geen moment aan. Voor mij was het een afrekening – met moeders, ja, en met een bepaald soort vrouwen, met een paar vrouwen in het bijzonder. Later bleken velen zich te herkennen in het chaotische parcours dat ik schets. Vooral veertigers. Die zijn depressief, op zoek naar hun identiteit. Er lopen nogal wat mensen verloren rond in Parijs.''

Waarom koos Mérot de u-vorm voor het vertellen van zijn verhaal? ,,Eerst kende het boek een aanhef tot neven en nichten, alsof oom zich tot hen richtte. Uiteindelijk heb ik dat weggehaald, maar de u-vorm is gebleven. Het is een retoriek die het de lezer moeilijk maakt te ontsnappen. Hij moet zich een gevangene voelen van de tekst en doorlezen. Het boek gaat over een man die in zichzelf zit opgesloten en datzelfde gevoel moet de lezer krijgen.''

Vaak wordt jonge Franse auteurs verweten dat ze navelstaarders zijn, alleen naar hun eigen binnenwereld kijken. ,,Ik heb een heel middelmatig leven en ik ben erg lui. Dit boek heb ik in een jaar geschreven, in de vakanties. Mijn leven zat vast. Ik had het materiaal onder handbereik. Een alcoholist zoekt in zekere zin naar volledige afzondering, naar volledige opsluiting in zichzelf. Mijn wereld is gesloten. Net als oom ben ik al zeven jaar leraar Frans op een middelbare school in een buitenwijk van Parijs. Voor mij was het gemakkelijker het gezin als invalshoek te nemen dan de complexiteit van de wereld. Dat laatste vraagt kwaliteiten die ik niet heb. Ik heb geen brede, open blik op de wereld. Ik heb al moeite genoeg om silhouetten van personages neer te zetten. Dit boek was een tussendoortje. Nu ga ik een meesterwerk schrijven.''

Pierre Mérot: Memmen.

Vertaald door Liesbeth van Nes.

Vassallucci, 190 blz. €16,95

    • Margot Dijkgraaf