Het zwaard van Troje

De film `Troy' zit vol anachronismen en gaat op veel plaatsen op de loop met Homeros' tekst. Een vervolgfilm over Agamemnon wordt lastig.

Toegegeven, Helena is een teleurstelling. Als de Spartaanse koningin – dochter van de beeldschone Leda en van Zeus in de gedaante van een zwaan – na twintig minuten film eindelijk in beeld verschijnt, blijkt ze een truttige blondine. Is dit de vrouw voor wie Achaeërs tien jaar lang een bloedige oorlog voerden onder de muren van Troje? Is dit het gezicht dat, zoals de Engelse toneelschrijver Christopher Marlow schreef, `duizend schepen van stapel liet lopen'? Volgens de makers van Troy, de succesrijke Grieken-en-Trojanenfilm van Wolfgang Petersen, wel. We zullen het dus moeten doen met het matig acterende fotomodel Diane Kruger, die als belangrijkste pluspunt heeft dat ze geboren is in hetzelfde land als Heinrich Schliemann, de Duitse archeoloog die aan het einde van de negentiende eeuw de resten van het mythische Troje aan de Dardanellen opgroef.

Er is wel meer dat fans van Homeros en kenners van de Griekse legenden in Troy zal ergeren. Zo zijn – omwille van het realisme – de goden uit het script geschreven, en wachten we dus tevergeefs op de optredens van Hera, Afrodite en Athene of het production design van de berg Olympos. Daarnaast is het aandeel van de Ilias in de bijna drie uur durende Hollywoodproductie flink teruggebracht. Voordat de wrok van Achilles ter sprake komt, hebben we al vijftig minuten achter de rug; nadat het lijk van de Trojaanse held Hektor is verbrand (zoals in de slotscène van de Ilias) gaat de film nog een uurtje door, om de spectaculaire val van Troje niet over te hoeven slaan. Homeros beschreef slechts 51 dagen uit het tien jaar durende beleg van Troje, maar dat wil niet zeggen dat alles uit de Ilias ook in Troy terecht is gekomen. Iedereen zal favoriete passages missen. De beroemde afscheidsscène van Hektor en zijn vrouw Andromache zit er wel in, maar niet het ontroerende detail dat hun kleine zoontje schrikt van Hektors wapenrusting:

Zo sprekend

strekte de stralende Hektor zijn handen uit naar zijn zoontje,

maar in zijn angst voor 't gezicht van zijn vader drukte 't zich schreiend

tegen de borst van de sierlijk geklede verzorgster, geschrokken

toen hij het brons van de helm en ook de van manen gemaakte

helmbos zag en het dreigende knikken daarvan langs de helmkam.

(vert. H. de Roy van Zuydewijn)

Hektor draagt in Troy geen helm met vederbos. Hij spreekt trouwens ook geen Grieks of Anatolisch (zoals je zou kunnen verwachten na de succesvolle wederopstanding van de dode talen in The Passion of the Christ). Maar het geeft niet, er blijft genoeg over om je aan te vergapen. Het gespierde torso van Brad Pitt (Achilles) bijvoorbeeld, dat stoer uit zijn leren borstkuras en zijn dito rokje barst. Het knappe acteren van Sean Bean als een sympathiek-meedogenloze Odysseus (de gedroomde hoofdrolspeler van de onvermijdelijke sequel) en Brian Cox als de machtswellustige bruut Agamemnon, die in de film wordt voorgesteld als de ijdele leider van een Nieuwe Wereldorde. En vóór alles de imposante massascènes – vaak gefilmd vanuit helikopterperspectief en met veel gevoel voor even valse als indrukwekkende oorlogsheroïek: het uitvaren van de Myceense vloot, de bloedige landing op de stranden van Troje (die herinnert aan het eerste halfuur van Spielbergs Saving Private Ryan), de botsing van de twee legers onder een dodelijke pijlenregen, de aanval op het Griekse legerkamp met een bombardement van brandende teer-en-strobollen (codenaam Ancient Orange, ongetwijfeld).

Vooral in de gevechtsscènes herinnert Troy aan Gladiator, de Romeinen-film van regisseur Ridley Scott die vier jaar geleden met adembenemend spektakel miljoenen bezoekers trok en in 2001 vijf Oscars in de wacht sleepte. De computertechnieken waarover Petersen kon beschikken voor het optisch vermenigvuldigen van soldaten en het reconstrueren van antieke settings, zijn nog beter geworden, zodat het Troje van Priamos er heel wat echter uitziet dan het Rome van Commodus. Maar ook afgezien daarvan was er zonder Gladiator geen Troy geweest, want Hollywood had zich na het floppen van Cleopatra (Elizabeth Taylor en Richard Burton rondom een bodemloze put) bijna veertig jaar lang verre gehouden van het zogeheten toga-epos, dat met successen als Ben Hur (dit weekend te zien op de televisie) en Spartacus de filmwereld in de jaren vijftig had beheerst.

Gladiator en Troy, en ook, in mindere mate, The Passion of the Christ markeren de wedergeboorte van de togafilm. Die beleeft dit najaar zijn apotheose wanneer vlak na elkaar twee films over Alexander de Grote uitkomen: de ene van Oliver `JFK' Stone, de andere van Baz `Romeo + Juliet' Luhrmann. Waarna we niet lang hoeven te wachten op biopics over Hannibal en Leonidas, en op maar liefst twee peperdure Amerikaanse televisieseries over Rome na de moord op Julius Caesar. En bij alle projecten lijkt het belangrijkste streven – op succes aan de kassa na – het zo realistisch mogelijk benaderen van de oudheid. Exit de krukkige aankleding, exit de opzichtige trucage die de oude blockbusters soms zo charmant maakte, exeunt de goden, die volgens Wolfgang Petersen `niet te verenigen waren met het niveau van realisme dat we in de film wilden bereiken'.

Metromannelijk

Wie realistisch wil zijn bij het herscheppen van een wereld van duizenden jaren geleden, zal spitsroeden moeten lopen tussen de critici – met rechts de kenners van de Griekse literatuur en links de historici die zich bezighouden met de oudheid. Vooral de jacht op anachronismen is populair; in krantenrecensies en op internet zijn ze inmiddels keurig op een rijtje gezet. De grootse luxe van de stad Troje, die volgens archeologen rond 1200 voor Christus niet bepaald zwom in de rijkdom. De gave gebitten en de puistvrije gezichten van de verder zo consciëntieus geschminkte helden en heldinnen. En natuurlijk de doorwerking van de twintigste-eeuwse emancipatie: Hektors metromannelijke getut met zijn pasgeboren zoontje, Helena's geloof in de romantische liefde, en het sociaal besef van Achilles en Agamemnon, twee nietsontziende ego's die bij Homeros alleen aan zichzelf verantwoording verschuldigd zijn.

Het homerisch gegrinnik om dit soort fouten is begrijpelijk – en ook ik werd bij de gevechtsscènes verrast door het optreden van de falanx (soldaten achter aaneengesloten schilden), die pas vijfhonderd jaar na de verwoesting van Troje ontwikkeld werd. Maar het is aardig om te bedenken dat de makers van Troy zich wat dit betreft in goed gezelschap bevinden. Homeros is namelijk ook niet in zijn eerste anachronisme gestikt. De blinde bard, van wie we verder zo weinig weten, componeerde zijn gedichten rond 750 voor Christus, toen het schrift in Griekenland nog nauwelijks ontwikkeld was. Geschiedenis werd mondeling overgeleverd, en Homeros had geen mogelijkheid om zijn beeld van het verleden te toetsen – als hij dat al gewild had. Sterker nog: de dichter was zich helemaal niet bewust van de enorme cultuurbreuk die het gevolg was geweest van de ondergang van de (zogenaamd door Agamemnon en Menelaos bewoonde) Myceense paleizen in de twaalfde eeuw voor Christus. Hij schreef op wat er over het verre verleden bekend was uit de orale traditie – een tijd die volgens moderne historici en archeologen nog het meeste lijkt op de tiende en negende eeuw.

Ga maar na: in de Myceense tijd werden adellijke doden niet verbrand maar begraven (zoals de koepelgraven in Mycene bewijzen); goden werden niet in tempels vereerd, en geen veldslag was te winnen zonder strijdwagens. In Homeros' tijd speelden die tweewielige wagens geen rol meer in de oorlogvoering, maar de dichter wist dat ze ooit gebruikt waren. Dus liet hij – net als Wolfgang Petersen – zijn helden met de wagen naar het slagveld taxiën, waar ze gewoon te voet gingen vechten. Dat Homeros het `breedgebouwd Ilion' afschilderde als een centrum van rijkdom en cultuur, zou je trouwens ook als een anachronisme kunnen beschouwen, aangezien de bloeitijd van de stad aan de Hellespont ruim duizend jaar eerder was; maar dit is eerder een voorbeeld van dichterlijke vrijheid, die terecht is nagevolgd in de verfilming.

Historische onjuistheden zijn tot daaraantoe. Veel ernstiger, vinden de criticasters, is de manier waarop Hollywood met Homeros op de loop is gegaan. Op de filmpagina van deze krant stelde de recensente dat van de Ilias een boeketreeks was gemaakt; in een televisieprogramma sprak Imme Dros, de vertaalster van Ilias en Odyssee, van een keukenmeidenroman. Dat is dan wel een roman voor moordzuchtige keukenmeiden, want de splatter effects waarmee de gevechten in Troy zijn opgeluisterd, worden in wreedheid alleen overtroffen door de beschrijvingen van Homeros zelf. Zoals Homeros maar een korte periode uit de Trojaanse Oorlog beschreef, zo hebben de filmmakers maar een klein stukje van de Ilias gebruikt. En daarin veroorloven ze zich ook nog eens de grofste vrijheden.

Om te beginnen zouden Petersen en de zijnen, om de preutse zieltjes in de Nieuwe Wereld te sparen, de homoseksuele verhouding tussen Achilles en Patroklos onder het tapijt hebben geveegd. En inderdaad, Patroklos is in Troy de neef van Achilles geworden, terwijl Achilles vanaf zijn eerste verschijning wordt neergezet als een warmbloedige hetero, die zich vóór het vechten het liefst ontspant in een triootje. Maar daar moet meteen bijgezegd worden dat Homeros zelf over de liefdesrelatie van het Griekse duo – de motor achter Achilles' wraakzucht nadat Patroklos door Hektor is gedood – niet bijster expliciet is. Al in het klassieke Griekenland werd door tekstgeleerden fel gedebatteerd over de details van de vermeende homoseksuele relatie tussen de halfgod en zijn schildknaap.

Liefdesdood

Daarnaast zouden de makers van Troy, om een romantische love angle te creëren, de gevoelens van Achilles voor de beeldschone krijgsgevangene Briseïs overdreven hebben. In de film is Briseïs niet zomaar de oorlogsbuit die door Agamemnon wordt gevorderd wanneer hij zijn eigen slavin Chryseïs op last van de god Apollo moet teruggeven; ze is een geëmancipeerde tante die beschaafd het hof wordt gemaakt door Achilles. Toch is ook dat niet al te ver gezocht, aangezien Briseïs in de Ilias wel degelijk een warm plekje bezet in het hart van de langharige moordmachine. Ze mag dan niet, zoals in de film, de liefdesdood in de armen van haar meester sterven, ze herinnert zich wel op het doodsbed van Patroklos dat die haar beloofde `mij Achilles' / gade te maken en mij op de schepen naar Fthia te brengen, / om bij zijn volk Myrmidonen met hem onze bruiloft te vieren.'

Houten paard

Ook van sommige andere hoekstenen van de Griekse mythologie is weinig overgebleven. Als Helena geschaakt is door de Trojanen, en Menelaos en Agamemnon de Grieken in een coalitie verzameld hebben, vaart de Griekse vloot zonder enig probleem uit. De beruchte episode in Aulis, waar Agamemnon zich gedwongen ziet om zijn dochter Ifigeneia te offeren in ruil voor een gunstige wind, is uit het verhaal verdwenen. Net als de optredens van de zwaarbeproefde zieneres Kassandra en de gedoemde priester Laokoön, die de Trojanen vergeefs proberen duidelijk te maken dat ze het houten paard, dat door de zogenaamd gevluchte Grieken is achtergelaten, beter niet de stad in kunnen slepen. En nog schokkender is het voortijdige einde van de Atriden: Menelaos sneuvelt in een gevecht met Hektor, en Agamemnon krijgt een dolk van Briseïs in zijn rug wanneer hij haar tijdens de Val van Troje probeert te overmeesteren.

Vooral dat laatste is niet slim van de scenarioschrijvers in Hollywood. De dood van Agamemnon ontneemt hun de mogelijkheid om na het succes van Troy een vervolgfilm te maken over de terugkeer van Agamemnon naar Mycene. Wat die episode voor drama kan opleveren, bewees de toneelschrijver Aischylos met de Oresteia. In deze trilogie uit 458 voor Christus wordt eerst Agamemnon vermoord door zijn vrouw Klytaimnestra, uit wraak voor zijn beslissing om zijn dochter voor de Griekse zaak op te offeren; waarna de ontaarde echtgenote op haar beurt wordt doodgestoken door haar zoon Orestes, die een toneelstuk lang zal kampen met wroeging over de eerwraak op zijn moeder.

De scenaristen zijn dus een dief van hun eigen portfolio. Maar het gaat te ver om te zeggen dat ze de Griekse mythen verminkt of verkracht hebben. Per slot van rekening gingen de oude Grieken ook behoorlijk vrij met hun mythologie om. Van iedere beroemde sage bestaan verschillende versies en varianten; helden die in de ene vertelling ellendig aan hun eind kwamen, leefden in de andere nog lang en gelukkig; machthebbers lieten nieuwe verhalen schrijven om zichzelf of hun stad van meer glorie te voorzien. Anything goes in de mythologie, en dus mag Hollywood er mee doen wat het wil. Als je in een soap iemand uit de dood kunt laten herrijzen, dan kan dat net zo goed met Menelaos of Agamemnon. Niet dat zoiets nodig is, want Odysseus blijft in Troy in leven, en zijn terugkeer naar vrouw en zoon op Ithaca is `the stuff sequels are made of'.

Overigens lijkt het erop dat de filmmakers andere plannen hebben. Tegen het einde van Troy, wanneer de stad al wordt geplunderd, zien we hoe een stoet van Trojanen door een geheime gang naar de vrijheid wordt gesluisd. Een van de laatsten die zich zo weten te redden is een jongeman die wordt vergezeld door zijn zoontje en zijn oude vader. `Hier Aeneas,' zegt de held Paris, die bij de toegangsdeur staat, `neem jij het zwaard van Troje mee.' De man pakt het sierwapen aan – en wij weten hoe het hem zal vergaan: na lange omzwervingen zal hij uiteindelijk in het verre Italië de fundamenten leggen voor het latere Romeinse Rijk. Zíjn verhaal, vol gefnuikte liefde en keiharde strijd, is ten minste zo geschikt voor verfilming als dat van Odysseus. En het basismateriaal voor het script ligt al klaar, verpakt in de twaalf boeken van Vergilius' Aeneïs.

Wolfgang Petersens `Troy' is in de bioscoop te zien.