Het belang van sushi met een glas Sapporo-bier

Terwijl titelverdediger Juan Carlos Ferrero uit Spanje gisteren werd uitgeschakeld, drong diens medefinalist van vorig jaar, Martin Verkerk, door tot de derde ronde van Roland Garros.

Toen zijn tegenstander al geveld was – niet zozeer door zijn toedoen als wel door krampaanvallen – ging het provocerende vuistje opnieuw de lucht in. Het was een misplaatst gebaar, en dat besefte Martin Verkerk zich na zijn fortuinlijke overwinning op de fysiek opgebrande Victor Hanescu (4-6, 6-3, 3-6, 6-0 en 3-0 opgave Hanescu). ,,Had ik niet moeten doen'', sprak hij schuldbewust.

Maar weinig tennissers die zichzelf zo `oppompen' als de 25-jarige prof uit Alphen aan den Rijn. Het zijn sinds zijn memorabele zegetocht van twaalf maanden geleden in Parijs bekende beelden: een wijd opengesperde mond, ogen die door hun kassen rollen en een gebalde vuist. Veel tegenstanders zijn niet gecharmeerd van wat zij ,,een poppenkast'' noemen. Verkerk weet het, maar hij heeft die rituelen nodig. Zeker op de momenten dat ,,het niet loopt'', zoals hij zelf zegt. Dan moet hij andere krachten aanboren om zichzelf weer in het zadel te hijsen.

Zo'n moment was gisteren: zijn tweede-rondepartij tegen Victor Hanescu, de Roemeen die hem al twee keer eerder had verslagen, recentelijk nog in Scottsdale. Verkerks opslag haperde opzichtig (in totaal veertien dubbele fouten) en bovendien kwamen de slagen niet naar tevredenheid van zijn racket. ,,Ik kon niet vol doorslaan'', wist de nummer negentien van de plaatsingslijst.

Toen hij vervolgens ook de derde set moest afstaan aan zijn Oost-Europese evenbeeld (eveneens 1 meter 98 en ook een snoeiharde service) leek het pleit beslecht. Verkerk moest op zoek naar een middel om zichzelf over de drempel te tillen, en vond die door terug te vallen op het rijke arsenaal aan `zelfmotiveringstechnieken'. Min of meer tegelijkertijd sloeg het noodlot toe bij Hanescu. Door een krampaanval in beide bovenbenen vloeiden de krachten langzaam maar zeker weg uit het rijzige lichaam van de nummer 66 van de wereld, waarna hij zich na drie games in de vijfde set gewonnen gaf.

Natuurlijk gingen de gedachten terug naar vorig jaar, toen Verkerk eveneens in de tweede ronde drie matchpoints overleefde tegen Luís Horna. In zijn hoofd was hij al op weg naar huis, toen de onfortuinlijke Peruviaan in het zicht van de overwinning alsnog struikelde omdat hij geen antwoord had op het alles-of-niets-spel van zijn Nederlandse opponent. ,,Tegen Horna lag ik eruit, maar dat gevoel heb ik vandaag geen moment gehad'', beweerde Verkerk gisteren desondanks.

Droop de teleurstelling destijds van het gezicht van Horna, gisteren stond Verkerk oog in oog met een pokerface, die zelfs na zijn opgave een vrijwel uitdrukkingsloze oogopslag vertoonde. Maar Hanescu (22) verstaat dan ook de kunst om zijn emoties te verbergen achter een masker van onverschilligheid. ,,Ik vind het knap, ik kan het niet'', constateerde Verkerk. ,,Ik heb liever dat ik kan zien of ze moe zijn, of geïrriteerd. Maar deze jongen vertrekt geen spier, zodat je niet weet waar je aan toe bent.''

Van een emotieloze tegenstander zal Verkerk morgen geen last hebben, wanneer hij in de derde ronde tegenover Lleyton Hewitt staat. Als één tennisser bekend staat om zijn emotionele gedrag op de baan, dan is het de straatvechter uit Adelaide wel. ,,Er zullen heel wat vuistjes de lucht ingaan'', glimlachte Verkerk, die nog een rekening heeft openstaan met Hewitt.

Beiden troffen elkaar vorige week bij de World Team Cup in Düsseldorf. Verkerk ergerde zich groen en geel aan het provocerende gedrag van de voormalige nummer één van de wereld, die hem bij het officieuze WK voor landenteams in drie sets (6-1, 6-7 en 5-7) versloeg. ,,Hij betuigde geen respect voor mij en werd persoonlijk.'' In de kleedkamer volgde naderhand een stevig maar goed gesprek, aldus Verkerk.

Nu `de schande' van een voortijdige uitschakeling is afgewend, kan Verkerk opgelucht adem halen, en dat deed de hardhitter na afloop dan ook. Na de verplichte en door de buitenlandse toeloop drukbezochte persconferentie nam hij uitgebreid de tijd om de Nederlandse pers verder bij te kletsen. Het was dat adel verplicht, maar Verkerk had de conversatie vermoedelijk het liefst aan de bar voortgezet.

Met zijn zege op Hanescu was ook de bravoure terug. ,,Iedereen weet wat ik kan doen in Parijs'', klonk het uitdagend. Tegen Hewitt kan het toernooi beginnen, net zoals dat vorig jaar begon in de derde ronde. Toen vond hij de magie in het duel tegen Vince Spadea. Pas negen dagen en drie murw gebeukte tegenstanders (Rainer Schüttler, Carlos Moyá en Guillermo Coría) later ontwaakte hij uit zijn roes: op de finaledag tegen Juan Carlos Ferrero, die hem geen schijn van kans gaf.

Hij heeft `twee rondjes' overleefd op de plek waar de buitenwacht opnieuw wonderen van hem verwacht, en dat is al heel wat. Zijn bedwinger van twaalf maanden geleden, titelverdediger Ferrero, kan hem dat in elk geval niet nazeggen. Bleef de Spanjaard dinsdag nog overeind tegen de Duitser Tommy Haas, gisteren was hij ondanks een pijnstillende injectie kansloos tegen debutant Igor Andrejev: 4-6, 2-6 en 3-6.

Het was al een klein wonder dat de aan zijn pols en ribben geblesseerde Ferrero dinsdag überhaupt aantrad voor zijn partij uit de eerste ronde. Eerzucht deed hem, net als titelverdedigster Justine Henin-Hardenne bij de vrouwen, zijn pijn verbijten. Tegen de Rus Andrejev speelde de regerend kampioen echter niets klaar. Hij was ,,moe, leeg en machteloos''.

Een pijnlijke aftocht bleef Verkerk dus bespaard. Vol vuur kondigde hij gisteren aan de komende dagen nauwgezet vast te houden aan de rituelen van vorig jaar. Want ja, hij is vreselijk bijgelovig. En dus verblijft Verkerk dezer dagen in hetzelfde hotel, eet en drinkt hij elke dag hetzelfde (sushi met een glas Sapporo-bier), en bedient hij zich van dezelfde gebaartjes die hem vorig jaar zoveel succes brachten.