Het asiel (1)

`Daar moeten we niet langslopen', zegt Tobias. ,,Dat is een heel erg eng gebouw!''

,,Hoezo?'' vraagt Rintje. ,,Het ziet er nogal gewoon uit!'' ,,Ik heb er ook over gehoord'', zegt Henriette. ,,Je moet er niet te dicht in de buurt komen!''

,,Ze noemen het een asiel'', zegt Tobias. ,,Een nare kat is er de baas. Ze pakt hondjes die geen vader of moeder hebben van de straat en stopt ze in kleine hokken.''

,,En dan?'' vraagt Henriette. ,,Ik geloof dat ze dan wacht tot iemand ze op komt halen.'' zegt Tobias. ,,Maar omdat de kat een hekel aan honden heeft, krabt en slaat ze ze zomaar omdat ze daar zin in heeft!'' ,,Wat gemeen!'' zegt Henriette. ,,Kunnen we er niet iets aan doen?'' ,,Laten we eerst eens proberen om binnen te komen'', zegt Rintje. ,,Dan kunnen we zien hoe erg het is.''

,,Maar hoe komen we binnen?'' vraagt Tobias. ,,En komen we dan wel weer naar buiten? Straks zitten wij ook in zo'n hok!''

,,We bellen aan en zeggen dat we jouw zus kwijt zijn,'' zegt Rintje. ,,Dan vragen we of we even binnen mogen kijken of ze erbij zit!'' ,,Ik vind het wel griezelig'', zegt Tobias. ,,Maar laten we het toch maar proberen!''

Ze lopen naar het gebouw. Het heeft geen ramen aan de voorkant. Alleen een grote deur. ,,Bel jij aan?'' vraagt Rintje aan Tobias. ,,Ik ben te laag, ik kan er niet bij'', zegt Tobias bibberend. ,,Doe jij het maar!''

Rintje belt aan. Er gebeurt niets. Hij belt nog een keer aan. Dan gaat er in de grote deur een heel klein luikje open. Ze zien twee grote groene ogen.

,,Wat moet dat?'' vraagt een rauwe stem.

,,Mijn vriend hier is zijn zus kwijt'', zegt Rintje. ,,Mogen we even kijken of ze hier is?''

,,SSSSSCHH!'' blaast de stem. ,,Er zitten hier geen teckelzusjes. Alle honden die hier zijn hebben geen familie meer!''

,,Maar zijn zusje lijkt ook helemaal niet op een teckel'', zegt Rintje vlug. ,, Dat is juist het grappige. Je zou nooit zeggen dat die twee familie zijn.!''

,,Mmmm'', zegt de stem, ,,ik zal eerst maar eens kijken met wie ik te doen heb!'' De deur gaat piepend een stukje open. Voor hun neus staat een kat. Over Henriettes rug loopt een koude rilling. Behalve de nare groene ogen ziet de kat er heel eng uit. Ze heeft een lange zwarte jas aan en aan haar poten zitten lange nagels. Ze buigt zich voorover. ,,Zooo'', zegt ze. ,,Dus jij bent je kleine zusje kwijt?'' Ze knijpt in Tobias vel.

Ook Rintje en Henriette krijgen een knijpje in hun vacht. ,,Dun zijn jullie niet'', zegt de kat met een valse glimlach. ,,Jullie krijgen zeker goed te eten?''

,,Wat heeft dat er mee te maken?'' zegt Rintje. ,,Mogen we nou binnenkomen?'' ,,Vooruit'', zegt de kat. ,,Kom maar binnen, maar nergens aankomen. Kijken met je ogen, niet met je pootjes!''

Ze lopen een lange donkere gang in. Aan het einde is een grote deur. Aan de riem van de kat hangt een sleutelbos. Met een van de sleutels maakt ze de deur open. Zodra de deur opengaat horen ze een enorm kabaal.Er blaffen en heleboel honden door elkaar. En dan zien ze iets verschrikkelijks. De hele zaal is gevuld met op elkaar gestapelde hokken. In ieder hokje zit een hondje.

,,Wat erg!'' fluistert Henriette. ,,Wat zei je daar?'' blaast de kat. ,,Wat een berg'', zegt Henriette geschrokken.

,,Zo'', zegt Rintje. ,,Laten we eens kijken of Tobias' zus erbij zit!''

Wordt vervolgd

Meer over Rintje op www.rintje.nl

    • Sieb Posthuma