Een troon vol onkruid

Een verlaten aardappelmeelfabriek in Groningen is het decor van een voorstelling over Faust. Dit keer heeft hij de gedaante van een fabrieksdirecteur die mensen kloont alsof het aardappels zijn.

Aan de voorzijde oogt de voormalige aardappelmeelfabriek Avebe in Ter Apel ongeschonden. In 1981 verliet de laatste werknemer het terrein aan het Ruiten A-kanaal Zuid. Een gevelsteen met het jaartal 1916 siert het kantoorgebouw, dat is opgetrokken uit frisse, witte baksteen. Erachter liggen de fabriekshallen als een reusachtige, betonnen kathedraal.

Het is een uitgelezen locatie om het eeuwenoude verhaal van de legendarische hemelbestormer, tovenaar en duivelskunstenaar Faust of Faustus op te voeren. De verlatenheid van de fabriek, omringd door het glooiende Oost-Groningse landschap, draagt bij aan Fausts duistere praktijken. Hier kan hij toegeven aan zijn demonische fantasieën.

Wanneer de argeloze bezoeker zich naar de achterkant begeeft, slaat de schrik hem om het hart. Ramen zijn ingegooid. Het dak van de hallen is ingestort. Waar eens de aardappelen werden schoongemaakt en geraspt, groeien nu bomen, wilde varens, paardenbloemen.

Dit verschil tussen voor- en achterzijde van de fabriek vormt de kern van de theatervoorstelling Faust Inc., geschreven door Jan Veldman en uitgevoerd door de Peer Group van vormgever Sjoerd Wagenaar.

Deze Johannes Faust is fabrieksdirecteur, of eigenlijk `aardappelmeel-entrepreneur', zoals Veldman hem noemt. Goed voor een jaarinkomen van zes miljoen. Hij gaat gekleed in een stijlvol kostuum van Italiaanse snit, draagt een opzichtige rode stropdas. De rijkdom straalt van hem af. Maar ook de verveling. Hij is een man met twee gezichten. Net zoals zijn fabriek achter een fraaie façade een ruïne herbergt, zo verhult hij achter een innemend optreden een groot egoïsme. Faust, gespeeld door Menno Stijntjes, sluit een pact met de duivel om nog rijker, machtiger en vooral charismatischer te worden. Stijntjes vertolkt de titelrol met de brutale charme van een man voor wie geen enkele hindernis bestaat. Niemand is zijn meerdere, zelfs God niet.

Schrijver Veldman is afkomstig uit Noord-Groningen, het gehucht Doodstil in het Hoge Land. Hij maakt van het Faust-verhaal een klucht met melodramatische kwaliteiten. ,,Al vanaf mijn zesde jaar wilde ik toneelstukken schrijven'', zegt hij. ,,Mijn moeder was verbonden aan het volks- en amateurtoneel. Ze speelde in café-annex-zalen, zoals dat heette, van tante Geertje. Als kind verbaasde ik me erover dat de tekst die ze uitsprak niet van haarzelf was. Een toneelschrijver is altijd de baas, dacht ik. Je geeft jouw woorden aan iemand anders. Mijn eerste stuk heet Kwaad grond. Dat was een uitdrukking die in onze buurt werd gebruikt om aan te geven dat de klei van de akkers zo hard was, dat je er geen spade in kon steken.''

Faust heeft als historisch personage werkelijk bestaan. Hij studeerde in het Duitse Wittenberg, dat voorkomt in Hamlet. Veldman speculeert met de gedachte dat Faust en Hamlet bij elkaar in de klas hebben gezeten. Johannes Faust leefde vermoedelijk tussen 1480 en 1540. Hij was een legende. Het volk was indertijd verzot op de onontwarbare kluwen van wetenschap, magie en theologie en dichtte aan Faust buitenissige eigenschappen toe. Hij was de tovenaar van de vroege Middeleeuwen die heulde met de duivel en God loochende. Erger kon bijna niet. Veldman plaatst Faust waar hij volgens hem hoort: in het volkstoneel. Zijn macht is ongekend. Hij is wielerkampioen, heeft met Shirley Temple het bed gedeeld en krijgt van zijn medestander Mefisto (Joop Wittermans) zelfs Helena van Troje ten geschenke, de onbereikbaarste van alle vrouwen. Zij is zijn Gretchen ofwel Greetje, de grote liefde.

Hebzucht

De schrijver heeft de bekendste versie van Faust, zoals opgetekend door Goethe, zo goed als losgelaten. Is bij deze Faust de honger naar almacht de drijfveer, Veldmans Faust lijdt aan `twee hedendaagse eigenschappen', namelijk verveling en hebzucht. Voor wie alles heeft, is het leven ontdaan van spanning. De duivel moet eraan te pas komen om de eigenaar van de fabriek Faust Inc. weer vitaliteit te geven.

,,Ik zie theater als het rijk van dromen'', vertelt Jan Veldman voordat hij naar de repetitie gaat kijken. ,,In zijn ambitie gaat Faust zover dat hij zichzelf plaatst op de troon van God. Hij wordt de schepper van nieuwe mensen. De fabriek is als zijn laboratorium. Maar zijn hoogmoed wordt bestraft. Hij kan de natuur niet onderwerpen.'' Zoals Faust tenonder is gegaan, zo is ook de aardappelmeelfabriek gesneuveld. ,,Op deze locatie woekert onkruid waar eerst bedrijvigheid heerste.''

Vormgever Sjoerd Wagenaar heeft de vervallen fabriekshallen eerst moeten `veroveren om er een tragedie uit te kunnen brengen'. Wagenaar: ,,Het is vooral zaak om zoveel mogelijk intact te laten. Eerst wilde ik in de hal een nieuw theater bouwen met een lijsttoneel, totdat ik ontdekte dat de voormalige losplaats voor de vrachtwagens de vorm heeft van een klein theater.''

De betonnen losplaats heeft een schuin oplopende vloer, waar de banken voor de toeschouwers staan. Er zijn zijmuren en het speelvlak beslaat voldoende vierkante meters. Wagenaar: ,,Je hebt niet meer dan licht nodig en een eenvoudig toneelgordijn. Zo ontstaat er vanzelf een schouwburg onder de open hemel. De wildgroei aan bomen en struiken zorgt voor dramatische accenten. De gave voorzijde dient welbewust als toneeldecor, maar dat beseft de toeschouwer pas later.''

Aardappeljagers

Nadat de laatste arbeiders waren vertrokken, keek niemand om naar de fabriek. Tijdens de repetitie op Hemelvaartsdag komen twee mannen langs. Een dag eerder lieten Wagenaar en regisseur Ben Smit de schoorsteen opnieuw roken met behulp van een machine. De vroegere arbeiders kregen tranen in de ogen, ze waren `bezeten' van hun fabriek. Ze halen herinneringen op aan de `aardappeljagers', zwaar beladen schuiten die over het kanaal kwamen aangevaren. Bij het reinigen van de aardappels werd veel water gebruikt, opgepompt uit het kanaal. Achter de fabriek liggen vlakke velden die aan sawa's doen denken, omsloten door dijken. Dat zijn de `vloeivijvers' waarin het water werd opgevangen.

Voor Joop Wittermans, die eerder de rol van nar speelde in de Friese versie van Koning Lear, heeft deze locatie niets van doen met nostalgie naar industrieel erfgoed. Hij wijst op enkele ovens, afgesloten met gietijzeren deuren, die in een van de dijken zijn gebouwd: ,,Ik kreeg sombere gevoelens over het verval van de fabriek en de teloorgang van wat eens aan talloze mannen werkgelegenheid bood. Gezinnen waren van de aardappelmeel afhankelijk. Bovendien deden die ovens me aan een concentratiekamp denken, geen plezierige associatie. Nu ben ik eraan gewend. Als Mefisto roep ik Faust ter verantwoording voor zijn wandaden. Als hij zijn verantwoordelijkheid voor de fabriek niet neemt, gaat die eraan. Dat laatste gebeurt in letterlijke betekenis.''

Na de reeks voorstellingen wordt de fabriek gesloopt. ,,De omgeving van boerenakkers zal verdwijnen'', vertelt Joop Wittermans. Er zijn vergevorderde plannen om een groot deel van Oost-Groningen onder water te laten lopen, een project dat De Blauwe Stad heet. ,,Hier zeilen straks boten, wonen mensen in een villa aan het water. Tal van boeren zijn geëvacueerd. Ze zijn als het ware door een duivels iemand als Faust gedwongen hun land te verkopen en hun huis te verlaten.''

In het schijnsel van de ondergaande zon, rond de klok van negen, begint de repetitie. Regisseur Ben Smit roept de acteurs, figuranten en muzikanten bij elkaar. Ze zijn afkomstig van rederijkerskamers, operette- en toneelverenigingen uit de buurt. Een van de jonge vrouwen loopt voor het eerst op naaldhakken, ze struikelt. Meer ervaren draagsters van hoge hakken geven haar aanwijzingen.

Smit legt uit dat de voorstelling een `hellevaart van Faust' moet worden. Hij zegt: ,,We komen steeds dichter bij de hel. Faust is een godloochenaar die de plaats van God wil overnemen. In zijn fabriek gaat hij mensen klonen, alsof het aardappelen zijn die je eindeloos kunt vermenigvuldigen. Hij heeft een nieuwe holding en een nieuw logo ontworpen, nog machtiger dan Faust Inc. Zijn toekomstdroom heet World Bio Textile. Het is een gevaarlijk avontuur. Jullie als spelers en figuranten moeten duidelijk maken dat degene die zijn toevlucht zoekt tot het kwaad door hetzelfde kwaad ten onder gaat.''

Aan de voet van de vijfenveertig meter hoge schoorsteen speelt zich de laatste scène af: Fausts ondergang. Hij heeft de liefde van Gretchen verspeeld. Als een schim verdwijnt ze in het donker. Vergeefs rent hij haar na. Achter de ingegooide ramen begint een helrode vuurgloed te branden, steeds roder. Op ingenieuze wijze lijken de vlammen langs de sponningen te golven. Er komt rook uit de schoorsteen, schone en witte toneelrook. Er klinkt uit de luidsprekers een koele commentaarstem, die zegt: ,,Faust is ter ziele.''

Faust Inc. Première: 28/5 Oude Avebe terrein, Ruiten A-kanaal Zuid, Ter Apel. T/m 18/6. Aanvang: 21.00u. Inl.: 0599-564349 of www.rcpog.nl.