Een man van extremen

Met Verdi's `Don Carlo' leidt chef-dirigent Riccardo Chailly zijn laatste operaproductie met het Concertgebouworkest. Op het podium domineert een nieuwe generatie topzangers.

De kans is groot dat we hem na deze maand nooit meer in Amsterdam aan het werk zullen zien. Toen de Mexicaanse tenor Riccardo Villazon (32) door de Nederlandse Opera werd gecontracteerd voor de titelrol in Verdi's Don Carlo, was zijn naam nog tamelijk onbekend. Inmiddels debuteerde Villazon in Londen bij het Royal Opera House Covent Garden en bij de Metropolitan Opera in New York. Hij behoort daarmee tot het handjevol jonge toptenoren dat het vergrijzen van Pavarotti (met pensioen), Domingo (nog steeds in staat tot topprestaties) en Carreras (veel bezig met `cross-overs') verteerbaar maakt.

Villazons uitbundige debuut-cd met prijsaria's uit opera's van Puccini, Verdi, Donizetti, Cilea en Mascagni biedt een hoogtepuntenestafette die vurig doet uitzien naar zijn roldebuut in Don Carlo, volgende week in het Muziektheater. ,,Onder leiding van Riccardo Chailly'', vult Villazon in de foyer van het Muziektheater met schallende stem en wapperende wijsvinger aan. ,,Voor hem ben ik hier. Een betere Verdi-dirigent bestaat er op dit moment niet.''

Met Verdi's Don Carlo besluit Chailly deze maand zijn chef-dirigentschap bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij is daarmee tegelijkertijd voor het laatst te gast bij de Nederlandse Opera. Het wordt een memorabel afscheid, want Chailly dirigeerde juist Don Carlo, muzikaal een van Verdi's meest duistere en interessante opera's, nog niet eerder.

,,Ik heb Don Carlo niet voor niets tot nu toe voor me uitgeschoven'', zegt dirigent Riccardo Chailly. ,,Ik heb veel van Verdi's vroege werk gedirigeerd, en hier in Amsterdam natuurlijk de drie laatste opera's Otello, Aida en Falstaff. Maar tussen die late opera's en het vroege werk, staat Don Carlo een beetje apart. Je hoort dat Verdi op zoek is naar een nieuwe taal, naar een meer `doorgecomponeerde' vorm. In die zin slaat hij met Don Carlo een brug tussen zijn vroegere en late werk. Maar wat mij bovenal aanspreekt is de diep-duistere orkestrale kleur waarvan deze opera is doortrokken. Don Carlo is muzikaal eigenlijk precies zo donker en complex als de intriges, het drama en de desillusies van de handeling.''

Verdi componeerde Don Carlo voor de opera in Parijs en de oorspronkelijke versie met vijf akten en balletmuziek sluit naadloos aan op de plaatselijke tradities van de 'grand opéra'. Maar de Nederlandse Opera brengt de `Milanese' versie (1884), met vier in plaats van vijf akten. Het historisch kader van de oorspronkelijke openingsakte in Fontainebleau, waarin het klagend en hongerend volk de menselijke kant van de Spaanse onderdrukking schetst, komt daarmee te vervallen. Ook ontgaat ons hoe de liefde tussen kroonprins Carlo en de aan hem beloofde Elisabetta ontbrandt in een vlammend duet.

Voor Riccardo Chailly en regisseur Willy Decker lag de keuze voor de vierakter desondanks voor de hand. Verdi vond zelf dat zijn Don Carlo in kortere gedaante krachtiger en levendiger was, en alleen de `Milanese versie' heeft een dramatisch zeer effectief, cyclisch verloop, stelt Chailly. De handeling begint in de tombe van Karel de Vijfde, waar kroonprins Carlos zijn vriend Rodrigo (markies van Posa) vertelt van zijn beantwoorde liefde voor Elisabetta van Valois, ooit zijn verloofde, nu om politieke redenen de echtgenote van zijn vader Filippo (Philips II). In diezelfde tombe eindigt de opera ook, nadat het spook van Karel de Vijfde heeft voorkomen dat Carlos om die liefde door zijn vader wordt vermoord – zoals in de gelijknamige tragedie van Schiller overigens wel gebeurt.

,,Voor mij als regisseur is het een enorm voordeel dat de versie in vier akten één doorlopende ontwikkeling heeft'', stelt Willy Decker. ,,De oorspronkelijke eerste akte met het hongerende Frans volk is echt een proloog. En dat de Spaanse inquisitie niet prettig was, dat weet toch iedereen?''

Voor de eerste regierepetitie van Don Carlo op het grote podium van het Muziektheater staat het imponerende decor van Wolfgang Gussmann paraat. Gussmann is de vaste decorontwerper van regisseur Willy Decker. Als duo stonden ze voor historische producties van Wozzeck, Werther, Elektra, Lear en Die Soldaten. ,,In onze samenwerking ligt een nadruk op het Duitse repertoire, maar dat is onbewust'', zegt Decker. ,,Ik werk niet met een plan. Het is meer een kwestie van lotsbestemming, van steeds opnieuw overwegen welk repertoire je trekt en of je het aandurft. De opera's van Verdi vergen lef en ervaring. Daar moet je als jong regisseur niet aan beginnen. Verdi's muzikale vormen zijn zeer dwingend. Je moet als regisseur over een rijk geoutilleerde trukendoos beschikken om die vormen te vertalen in geloofwaardig muziek-theater.''

Verademing

De complexe handeling van Don Carlo is door Gussmann bevroren in een mastodont eenheidsbeeld, waarin Deckers verzorgde personenregie alle aandacht trekt. ,,We bewegen erg veel, maar ik ben er blij mee'', zegt de Litouwse zangeres Violeta Urmana (Eboli). ,,Ik ervaar het werken met een regisseur als Decker als een verademing na de vorige Amsterdamse producties waarin ik zong. Als vrijwel bewegingsloze Kundry in Parsifal (1997) en Amneris in Aida (2000) voelde ik me fysiek geamputeerd. Voor die regies van Klaus Michael Grüber heb ik maar één woord: impotent.''

Urmana ondergaat op dit moment een stemvakmetamorfose. Sinds haar debuut, nu ongeveer tien jaar geleden, is zij een geroemd mezzosopraan en zong zij aan vrijwel alle grote operahuizen de rol van prinses Eboli, minnares van vader Filippo maar verliefd op Carlos. Wie nu een blik werpt op haar agenda van 2006, ontdekt een opvallende ruk aan het roer. In Turijn debuteert Urmana dan in de sopraanrol van koningin Elisabetta. Al vorige zomer zong zij de rol van Maddeleine in André Chenier van Giordano aan de Wiener Staatsoper: haar échte sopraandebuut.

Urmana zingt de rol van Prinses Eboli dus voor een van de laatste keren. ,,En eigenlijk was ik natuurlijk nu al liever Elisabetta geweest'', bekent ze. ,,Ik heb Eboli nu wel genoeg gezongen. Puur vocaal ligt Elisabetta me ook beter. Het gekke is: ik ben van oorsprong ook als sopraan opgeleid. Maar vanwege mijn donkere timbre en minder sterke topnoten, werd ik al snel als `dramatische mezzo' bestempeld. Ik zong er wel altijd sopraanrollen bij, zoals Kundry in Wagners Parsifal. Maar een rol als Amneris in Verdi's Aida, een echte mezzorol, was stimmlich een kwelling. Ze zeggen dat je moe wordt van hoog zingen, maar dat is een legende. Als je eigenlijk een hoge stem hebt, is juist laag zingen vreselijk.''

In de opera's van Verdi zijn stemkleur en karakter nauw verbonden. Mezzosopranen zijn doorgaans machtsbeluste intrigantes, sopranen vooral lief en lijdend. ,,Dat hoor je vaak'', zucht Urmana. ,,Ik vind het een oppervlakkige visie. Die machtsgeile mezzo's lijken alleen maar uitdagend. Eigenlijk zijn de sopranen psychologisch interessanter. Denk maar aan Elisabetta en haar huwelijk met Filippo. Zij speelt wel voor offerlam, maar kiest daarvoor zelf. In de hoop op vrede offert zij haar gevoelens voor Carlos op. De verstilde, innerlijke strijd die daaraan voorafgaat, vind ik zeer intrigerend. Verdi vertaalt dat in extreem welluidende, nobele lijnen. De mezzo-partijen zijn bitser, vol accenten en interrupties. Als je daar de stem voor hebt, is het een feest. Maar mijn stem schreeuwt om lange, lekkere lijnen.''

Oude bekende

Verdi voltooide de eerste, Franstalige versie van zijn Don Carlos in 1867, maar de reeks premièrevoorstellingen oogstte matig succes. Daaraan was vooral de lange duur van de opera debet. Aan de muziek of de haarscherpe karakterschetsen lag het in elk geval niet: Don Carlos is ook een beetje vaderlandse geschiedenis op zijn allerleukst. Philips de Tweede is als wrede onderdrukker een oude bekende, maar in de gedaante van bas Robert Lloyd (Filippo) met zijn charismatische stentorstem lijken de kwellingen van de `Infant' Carlos' zeer actueel en concreet.

,,De onderdrukking van Carlos door zijn vader Filippo is de essentie van Don Carlo'', vindt regisseur Willy Decker. ,,En als u mij vraagt of Carlos als personage eigenlijk wel een ontwikkeling doormaakt, is het antwoord dus: nee. Niet omdat Carlos niet wil, want in essentie is hij wel degelijk een koning in de dop. Maar Filippo frustreert hem in zijn ontplooiing. Wat dat betreft is Don Carlo een koningsdrama in de traditie van King Lear, met de liefde tussen Carlos en Elisabetta als extra inzet. Filippo vreest niet alleen door Carlos van de troon te worden gestoten, hij is bovendien bang zijn vrouw aan zijn zoon te verliezen. Daaronder ligt dan nog de spirituele laag van Filippo's gedrag. Want Filippo is óók een tiran omdat hij werkelijk gelooft in een rigide patriarchale opbouw van het universum, zoals voorgeschreven door de katholieke kerk. En we weten allemaal dat de God van de Spaanse inquisitie niet warm en barmhartig is, maar fundamentalistisch streng en onbuigzaam. Het offeren van een zoon is dan slechts traditie.''

,,In Don Carlo dondert de wanhoop van Carlos krachtig over je heen, en deze regie maakt dat leed bovendien zichtbaar'', vindt tenor Roland Villazon. ,,Carlos wil wel een politieke held zijn, maar door zijn liefde voor Elisabetta, zijn stiefmoeder, vergeet hij die ambitie. Een echte held offert liefde op voor het hogere doel. Carlos wil eigenlijk vooral liefhebben.''

In werkelijkheid was kroonprins Carlos (1545-1568), zoon van Philips de Tweede (1527-1598) een epilepticus met een monsterlijke persoonlijkheid. Zowel Schiller als Verdi schilderen die historische werkelijkheid rooskleuriger af. ,,Maar ook bij Verdi is Carlos wel een man van extremen'', vindt Villazon. ,,Van stil nostalgisch liefdesverlangen schakelt hij zonder pauze over naar uitgegilde wanhoop. Mijn vrouw is psycholoog, en Carlos is wat zij zou noemen een borderline-gevalletje. Hondsvermoeiend om te zingen, maar ook erg leuk. Als je Freud erbij haalt, wordt het allemaal nog leuker. Toen ik dit verhaal voor het eerst las en ontdekte dat Carlos verliefd is op zijn moeder, schrok ik me dood. Mamma mia! Maar gelukkig bleek zij slechts zijn stiefmoeder te zijn.''

In zijn compromisloze zucht naar liefde is Carlos verwant aan Prinses Eboli, vindt Violeta Urmana. ,,Eboli is net zo'n levens- en liefdeshongerig personage. Zij is verliefd op Carlos, maar dat staat haar niet in de weg ook de minnares te zijn van zijn vader Filippo. Daarin speelt machtswellust een grote rol, denk ik. Eboli droomt ervan aan Carlos zijde koningin te worden, maar de status van minnares-van-de-Koning geeft haar intussen alvast wat bewegingsruimte binnen de intriges aan het hof. En dat gekonkel bevalt haar óók wel, geloof ik. Eboli is bepaald geen lieverdje.''

Het enige personage dat Verdi niet op een bestaand, historisch figuur baseerde, is dat van de intens goede Rodrigo, markies van Posa en jeugdvriend van Carlos. ,,Verdi hield van Posa, dat kun je horen aan de muziek die hij voor hem componeerde'', zegt de Amerikaanse bariton Dwayne Croft, die de rol eerder zong aan de Metropolitan Opera. ,,Posa is en zingt als een verpersoonlijking van idealisme. Hij wil iets doen aan de ellende die hij heeft waargenomen. Daarin is hij onversaagd.''

,,En daarin is hij verwant aan Filippo'', vult regisseur Decker aan. ,,Posa en Filippo zijn allebei onbuigzaam. Daarin herkennen ze elkaar, en daarom ontstaat er tussen hen ook een vertrouwensband.''

Podium-emotie

Het zwembadbrede podium van het Muziektheater is omgetoverd tot de tombe van Karel de Vijfde. De laatste keer dat Verdi's Don Carlo hier was te zien, was in 1987, in de originele Franse versie. Die opulent ouderwetse praalproductie naar het oorspronkelijk concept van Luchino Visconti lijkt in niets op de sobere productie van Decker en Gussmann. Deckers regie maakt de wortels van Carlos' gedrag zichtbaar, steeds weer. De onderdrukking van vader Filippo (bas Robert Lloyd) is er voortdurend – in een handgebaar, een blik.

Tijdens een repetitie van de slotscène van de derde akte ('Sire! Egli è tempo ch'io viva!') zwiept tenor Rolando Villazon op het podium vervaarlijk met eenzwaard. Zijn uiterlijke gelijkenis met Mr. Bean komt de heroïek van de gebaren niet ten goede, ,,maar mijn voortdurende geclown is doordacht'', nuanceert hij. ,,Ten eerste: wie lacht heeft een leuker leven. Ten tweede: een speelse houding tussen de bedrijven door, geeft lucht aan alle emoties die we hier staan uit te zingen. Humor en drama liggen heel dicht bij elkaar, vooral in opera. Door te overacten kun je moeiteloos een klucht maken van elke opera, de grens is dun. Alleen door de emoties waarachtig te acteren, komen ze over. Dat is een lastig proces. Ik ben nu vijf jaar actief als operazanger, en heb pas net geleerd niet persoonlijk betrokken te raken. Omdat ik op het podium streef naar `echte' emoties, is het verleidelijk eigen, persoonlijke emoties los te laten. Maar dat is niet de bedoeling. Het is de kunst die privé-associaties los te laten, en te vertalen naar een soort podium-emotie die toch `echt' is. Want alleen uit ware emotie komt waarachtige schoonheid voort. Wanneer je als zanger bewust streeft naar schoonheid, wordt opera een lege huls.''

De vergelijking met zijn landgenoot Placido Domingo is veel gemaakt, maar Villazons stem is slanker, minder groot en maakt juist indruk doordat hij iets onmiskenbaar `eigens' heeft, met een breekbare bijklank in zijn pianissimi als sterke troef. Toch begon Villazons liefde voor opera wel bij Domingo. Hij leerde diens cd's uit het hoofd, zong ze na en verwierf zich zo een plaats op een muzieklyceum. Kink in de kabel leek nog even een hardnekkige priesterroeping, maar zelfs de katholieke kerk raadde Villazon aan zijn stem niet binnen de kerkmuren gevangen te houden.

,,Een opluchting, in zekere zin'', lacht Villazon. ,,Uiteindelijk is dit wat ik wil. Dat wist ik vanaf het moment waarop ik Domingo als jongen op het podium zag staan als paljas in Pagliacci van Leoncavallo. Ik werd in mijn stoel gedrukt van de emotie. Dat gezicht, die expressie! Zingend door de ziel van het publiek snijden, dat wil ik nu zelf ook.''

Don Carlo door de Nederlandse Opera/Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. 6, 10, 13, 16, 19, 22, 25, 27/6 (uitverkocht). Openlucht (`life' op filmscherm) in het Oosterpark, Amsterdam op 16 en 22/6, 19u (gratis). Radio 4: 19/6, 19-23 uur. Op 6 en 13/6 (17u) en 10/6 (23u) signeert Rolando Villazon in de Muziektheater; toegang vrij.