Een lijn is een lijn, punt uit

Artistiek directeur Marianne Sarstädt verlaat het Nederlands Dans Theater. Een echt afscheid wil ze niet, wel een markant moment, met het speciale Hans Van Manen-programma.

Officieel gaat danseres Marianne Sarstädt, artistiek directeur van het Nederlands Danstheater, pas in september uit dienst, maar eigenlijk is ze al weg. Sarstädt (61) wil haar opvolger Anders Hellström niet voor de voeten lopen. Maar ze is nog wel betrokken bij het NDT. Ze geeft les en gaat mee op tournee, zoals nu met NDT2, de door jonge dansers bezette sectie, naar Engeland. En ze zorgde ervoor dat het geplande programma met Hans van Manen toch doorging, hoewel hij het NDT vorig jaar verliet. Daar was haar veel aan gelegen, zegt ze. Het is geen echte afscheidsavond, die wil ze ook niet, maar het is voor haar wel een markant moment. Het plan voor een Hans van Manen-programma bestond al langer. Het zou een avondvullend programma worden in samenwerking met het Holland Festival, eventueel op een speciale door hem te kiezen locatie, bijvoorbeeld Carré of het Westergasterrein.

,,Van Manen opperde het idee om samen met Paul Lightfoot iets te maken. Met Lightfoot en Sol Léon heeft hij een hechte band. Maar die namen allebei een jaar vrij, de directie-opvolging begon te spelen en toen was het hele idee van de baan. Vorige zomer liet Van Manen ons weten dat hij niet langer huischoreograaf wilde zijn. Dat was voor mij een grote schok. Het buitenland ziet NDT primair als Kylián-groep en daardoor kwam Van Manens werk op tournees niet aan bod, althans niet bij NDT1. Bij NDT2 wel. Ik denk dat het gedoe rond de opvolging ook wel meespeelde bij zijn beslissing.

,,Ik had me ontzettend verheugd op die Van Manen-avond, dus toen de gemoederen bedaard waren heb ik tegen hem gezegd: `als je het niet voor de groep doet, doe het dan voor mij'. Daar is hij op ingegaan. Uit het vele werk dat hij hier maakte en recenter, vanaf 1986, heeft hij Grosse Fuge, Situation en Two gekozen. Met die keuze ben ik gelukkig. Two, uit 1990, vind ik een prachtig duet en met Bregje van Balen en Joeri de Korte hebben we een sterke cast.''

Sarstädt noemt Situation en Grosse Fuge `onverwoestbare balletten'. Van Manen maakte ze in 1970 en 1971, gedurende zijn laatste jaren als leider bij het Danstheater. Ze zijn `op het lijf van de dansers' geschreven, of beter gezegd: op de persoon van de dansers. Sarstädt: ,,Het is vreemd, maar als ik Grosse Fuge nu terugzie, komt het koeler over dan het voor mijn gevoel was toen ik het danste. In mijn herinnering zat er veel emotie in. Het ballet is op mij, Anja Licher, Mea Venema en Yteke Waterbolk gemaakt, het is geïnspireerd door de manier waarop wij op mannen reageren. Uitdagend, kom maar op. Daar had Hans een haarscherpe blik voor. Van Situation herinner ik me vooral de lol bij de repetities. Ik danste, zoals vaker, met Gérard Lemaitre. Die kan akelig geestig zijn en ik moet dan mijn gezicht in de plooi houden.''

Van Manen was doorslaggevend voor de carrière van Marianne Sarstädt. Ze werd geen klassieke ballerina, wat aanvankelijk de bedoeling was, maar een moderne. Haar kwaliteiten maakten dat het klikte met Van Manen. Behalve een degelijke techniek waren dat haar temperament, doorzettingsvermogen, een vleugje prettige gemeenheid en een flink gevoel voor humor. Een krachtige vrouw. Niet zeuren, maar doen.

Haar doorzettingsvermogen hoort bij haar generatie, vermoedt ze. Ze is een oorlogskind, werd in 1942 op een onderduikadres in Amsterdam geboren. Haar vader was een ambachtsman, haar moeder kwam uit een meer burgerlijk milieu. Beiden waren joods, maar religie speelde amper een rol. Haar vader had een prachtige stem, haar moeder speelde piano en bleek een goede docent. Na de oorlog was het tijd om vooruit te zien. Ze wilde actrice worden. Maar ze belandde via haar balletlerares Hans Snoek bij het Scapino Ballet. Snoek bracht haar vervolgens onder de aandacht van het legendarische Grand Ballet de Marquis de Cuevas, een van de erflaters van Ballets Russes. ,,Het buitenland trok. Ik had me voorgenomen om als ik na zes maanden geen solist was bij Cuevas, weer weg te gaan.'' Ze werd solist op haar negentiende en ontmoette er de man van haar leven, Armando Navarro. Nadat Cuevas werd opgeheven, voegde ze zich bij het nog prille Danstheater. Daar werd de Amerikaan Benjamin Harkarvy haar belangrijkste coach. Behalve in Van Manens werk danste ze ook in dat van de moderne Amerikanen: Glen Tetley, John Butler, Anna Sokolov. Het Danstheater was een begrip in het buitenland en zij was er een van de opvallendste solisten. IJdel was ze nooit, maar ze vertelt dat ze zich wel gestreeld voelde door complimenten van mensen die ze zelf bewonderde, zoals de Franse ballerina Yvette Chauviré of de Britse balletleidster Marie Rambert. Bij hun eerste optreden in New York werd ze prompt uitgenodigd om bij het American Ballet Theatre te komen. Ze verkeerde onder de groten van het naoorlogse ballet, kreeg les van legendarische figuren als Madame Nora of Bronislava Nijinska en vernam van choreografen als Balanchine en Graham even ontnuchterende als geestige anekdotes over hun creaties.

Maar toen het Danstheater in de jaren zeventig een onbestemde fase inging, aarzelde ze niet. Ze was dertig en ze stopte met dansen. Na tien jaar lang elke maand een première, lange tournees, en acht voorstellingen in de week, vond ze het welletjes. Ze ging les geven bij het Scapino Ballet, waar haar echtgenoot inmiddels artistiek leider was, kreeg een dochter en werd er balletmeester. Daarna gaf ze vanaf 1982 bijna twee decennia les als directrice van de dansvakopleiding aan het Koninklijk Conservatorium. Ze zag heel wat danstalent ontluiken, van Rachel Beaujean tot Nancy Euverink. Dat ze vervolgens directeur werd van het NDT ziet ze zeker niet als kroon op haar werk. Ze vond het leerzaam en daarom boeiend, ze heeft naar haar gevoel wel dingen op de rails gezet, maar ze zag geen kans iets vernieuwends te doen. ,,Daar heb ik de capaciteit niet voor. Ik ben goed in uitvoerend werk, programma's bedenken of choreografen overhalen met ons te werken.'' Er zijn mensen binnengehaald met het oog op vernieuwing zoals Emio Gréco en André Gingras. Maar er zijn ook plannen slechts half gerealiseerd of helemaal gesneuveld. Al viel het leiderschap niet altijd mee, toch ziet ze niet altijd om in wrok.

,,Ik had graag het oudere NDT-repertoire van Hans van Manen gerepeteerd en willen assisteren bij nieuw werk. Ook het oudere werk van Kylián had ik willen repeteren. Niet op de interpretatie maar technisch: aanscherpen. Een lijn is een lijn. Punt uit. Of het nu om Kyliáns Sinfonietta of Van Manens Squares gaat.'' Ze beseft dat die twee gewezen artistiekleiders van het NDT radicaal van elkaar verschillen: ,,Jiri is ongrijpbaar, zijn werk is vaak ondoorgrondelijk. Hans is down to earth, direct. Je weet wat je aan hem hebt. In zijn ballet is de constructie duidelijk. Hij haalt alle franje weg en brengt de dans terug tot zijn kern. Dat proces, daar ging het me om.''

Nederlans Dans Theater 1 met `Combining Forces', videoproject van Henk van Dijk, `Grosse Fuge', `Situation' en `Two' van Hans van Manen en wereldpremière van Lightfoot/Léon. 28 en 29, 1, 9, 10, 12 juni in Lucent Danstheater, Den Haag. Inl.070 8800333; 2, 4, 5, 7 juni in Muziektheater, Amsterdam, 020 6 255 455.

    • Isabella Lanz