Driekleur op de vlerkprauw

Ambon-stad was in 1678 getuige van een opmerkelijk tafereel: plaatselijke schooljeugd joeg drie mannen in vrouwenkleding door de straten. Pieter Tahitu en twee andere Ambonse kapitans waren door de VOC gestraft omdat zij schuld hadden aan de mislukking van een strafexpeditie. Dat de effecten van koloniale interventie op de Ambonse eilanden verder reikten dan dit geval van gedwongen travestie en een incidenteel verzetje voor de jeugd, wordt uit de doeken gedaan in Kruidnagelen en Christenen, een studie waarop historicus Gerrit Knaap in 1985 promoveerde en waarvan nu een tweede, herziene druk is verschenen.

Vestiging van een kruidnagelmonopolie, liquidatie van inheemse staatsverbanden, kerstening, oorlog en vrede zijn de voornaamste effecten van VOC-aanwezigheid op de Ambonse eilanden. Aan die vrede (Knaap spreekt van Pax Neerlandica) ging een oorlog vooraf die de goodwill van het merk bij latere generaties geen goed heeft gedaan. De kruidnagel bracht in de VOC een monster boven dat bruut om zich heen sloeg. En niet zonder resultaat: omstreeks 1650 was het monopolie een feit.

Behalve de destructieve kant, brengt Knaap ook de scheppende kracht van de Compagnie in beeld. Hongitochten zijn daarvan een spectaculaire uiting. Aanvankelijk werd deze vloot van vlerkprauwen door de VOC ingezet als amfibisch wapen. Later toen rust en orde heerste, werd de krijgstocht van weleer omgevormd tot een soort varend theater van staat. Op een hoger gelegen dek wordt de VOC-gouverneur omringd door de inheemse bestuurselite. Daaronder: een leger van roeiers bestaande uit volk dat voldeed aan jaarlijkse herendienstplicht. Alles onder een woud van rood-wit-blauwe vlaggen. De hongi toont het koloniale bestel in optima forma: het voortbouwen op inheemse traditie, het bestuurlijk dualisme (Europese en inheemse gezagdragers), verplichte arbeid en vlagvertoon. In de samenstelling van opvarenden komt bovendien de behoedzame godsdienstpolitiek van de Compagnie tot uiting. Vaartuigen met islamitische roeiers werden gevrijwaard van VOC-soldaten aan boord omdat de spekconsumptie door de militairen de roeiers aanstoot gaf.

Deze studie biedt een uitzicht dat verder reikt dan het smalle dek van de vlerkprauw onder Nederlandse vlag. Traditionele economische sectoren die voortbestonden naast de geïmporteerde kruidnagelcultuur en inheemse processen die buiten VOC-invloed vielen zijn nauwkeurig in kaart gebracht. Met dit klassieke staaltje land- en volkenkunde ontrekt Knaap de autochtone, Ambonse maatschappij aan de schaduw van de VOC-staat, die tegenover de inheemse wereld bemoeizucht, maar ook onverschilligheid kon tonen.

Toch is dit onderzoek naar de Ambonse samenleving uiteindelijk stevig geworteld in de koloniale bureaucratie. Kruidnagelen en christenen is dankzij Knaaps gedegen bronnenonderzoek een waardig eerbetoon aan het VOC-archief. Die monumentale schriftelijke nalatenschap levert een massa gegevens over de Aziatische wereld én deze stichtelijke overdenking door de Hoge Regering in Batavia, die de tweeslachtigheid raakt van het VOC-bedrijf in Azië: 'Ende daerom komt de ruwigheyt van een soldaet om er maar met de breede bijl in te hacken soo seer niet te pas, alswel de habitude met d'inlanderen om te konnen gaan.'

Gerrit Knaap: Kruidnagelen en christenen. De Verenigde Oost-Indische Compagnie en de bevolking van Ambon, 1656-1696. KITLV Press, 422 blz. €25,–