Dood

Ome Henk uit Enschede was overleden.

De deurbel klonk nog als zestien jaar geleden. In de woonkamer hadden zich wat nabestaanden verzameld die naar goed tukkers gebruik niet door emoties overmand waren. Iedereen dronk haast welgemoed z'n kopje koffie en de trommel ging rond voor het tweede koekje.

Het gesprek ging over de reeds aan de kegelclub betaalde jaarlijkse contributie. Ome Henk was bij leven een verwoed kegelaar geweest,maar helaas op de helft van het contributiejaar gestorven. Wat nu te doen, zou tante Truus het resterende bedrag terug kunnen vorderen? En hoe de kegelclub daarvan te overtuigen?

Ome Gert gaf in vet Twents het verlossende antwoord: ,,A'je dood ben ku je niet meer kegel'n.''