Dieren in Oostenrijk heel goed beschermd

Oostenrijkers zullen in de toekomst geen leeuwen of tijgers meer zien optreden in een circus. Ook zullen ze geen honden meer zien met gecoupeerde staarten of oren. En dierenwinkels mogen hun jonge hondjes en katjes niet langer in de etalage, achter warm glas, te koop aanbieden.

Dat zijn maar een paar van de gevolgen van een nieuwe dierenbeschermingswet, de strengste van Europa, die gisteren in het Oostenrijkse parlement werd aangenomen en begin volgend jaar van kracht wordt.

De wet is vooral gericht op de bescherming van vee. Zo hebben kippen voortaan recht op buitenlucht. Boeren mogen hun pluimvee niet langer volledig opgesloten laten zitten in hokken. Koeien mogen niet meer zodanig vastgebonden staan dat ze geen enkele bewegingsvrijheid meer hebben en ze hebben – net als paarden en geiten – recht op ten minste negentig dagen per jaar in de buitenlucht.

Delen van de wet treden overigens pas op termijn in werking, om mensen de gelegenheid te geven de leefomstandigheden van hun dieren aan te passen. Zo krijgen pluimveehouders tot 2009 de tijd om aan de eisen te voldoen. En als ze recentelijk nieuwe stallen hebben gebouwd kunnen de laatste aanpassingen zelfs tot 2020 op zich laten wachten. Overtreders van de nieuwe wet kunnen rekenen op boetes die kunnen oplopen tot 15.000 euro per geval. Bovendien raken ze hun dieren kwijt.

Oostenrijkse politici zijn trots op hun nieuwe wet. Al sprak een enkeling, zoals ÖVP-parlementariër Jakob Auer van ,,overdreven eisen ten aanzien van dierenbescherming''. Maar uiteindelijk kon de wet unaniem op steun rekenen. Minister van Sociale Zaken Herbert Haupt – een dierenarts die al sinds de jaren tachtig strijdt voor een strengere wet – verlevendigde zijn toespraak door te zwaaien met een speelgoedhondje. Bondskanselier Wolfgang Schüssel sprak van ,,een pioniersrol voor Oostenrijk''. Hij pleitte ervoor dat andere landen van de Europese Unie het voorbeeld volgen. ,,Deze wet geeft zowel producenten als consumenten een goed gevoel'', aldus Schüssel. ,,Het brengt bescherming van dieren op het hoogste internationale niveau.''

Volgens dierenbeschermingsorganisatie `Vier poten' is de wet een stap in de goede richting, maar wordt de situatie voor koeien en varkens onvoldoende verbeterd. Bovendien is de formulering van de wet soms dubbelzinnig. De Oostenrijkse vakbond voor boeren heeft zich juist tegen de wet verzet, omdat de financiële gevolgen te groot zijn en de vrees bestaat dat straks goedkoper vlees wordt ingevoerd uit landen waar men het niet zo nauw neemt met dierenrechten.

Een dierenombudsman krijgt de taak om op het dierenwelzijn toe te zien. En op termijn hopen de Oostenrijkse politici de bescherming van dieren op te nemen in de grondwet.